Live nieuws en radio streams uit Suriname!


Home » Surinaams nieuws » Jeugd, protest, toekomst

Jeugd, protest, toekomst

Als kritische liefhebber van Suriname en Surinamers juich ik ieder initiatief toe dat de bedoeling heeft Suriname en Surinamers vooruit te brengen. Ook ben ik in dit verband altijd te vinden voor het delen van netwerken, kennis en ideeën. Dat is al decennia het geval. Daarom was ik betrokken in de brainstormfase van ‘Passie voor Suriname’. Na een paar sessies in die fase, deed ik een zelfevaluatie over mijn bijdrage. Door die zelfevaluatie stelde ik vast dat ik geen waarde toevoegde aan het initiatief en trok me terug. Zo hoort dat.

Wel volgde ik, op uitnodiging van de initiatiefnemers, virtueel de proclamatie van 29 maart jongstleden. Ik was het grotendeels eens met de maatschappijkritiek die daar werd geleverd, en ook zag ik een blinde vlek. Blinde vlekken zijn kwaliteiten (positieve of negatieve) die anderen bij ons zien maar die we zelf niet opmerken. Iedereen heeft blinde vlekken, ook ik. Zoals ik aankijk tegen de noodzakelijke én urgente maatschappijveranderingen waar Suriname voor staat, zullen we onze blinde vlekken moeten (leren) kennen omdat ze anders doorbraken naar wezenlijke verandering blokkeren.

De blinde vlek waar ik het over heb is de zwakte van onze belonging. Belonging betekent erbij horen en is een kernwaarde in de ontwikkeling van (zelf)leiderschap. Erbij horen is je deelgenoot weten van een groter geheel en anderen daarin kunnen en willen betrekken. In een gezonde samenleving is de belonging nodig om ons met elkaar te beleven als een volk. Niet één volk, maar een volk.

Om een volk te zijn, moeten we bij elkaar willen horen. Een volk willen zijn gaat over basisvertrouwen hebben in elkaar als mens, als individu en als collectief. Een belangrijk en in Suriname onderbelicht neveneffect van slavernij en kolonialisme is dat deze sociale wandaden het basisvertrouwen van mensen om bij elkaar te willen horen, aantasten. In het alledaagse leven en voor argeloze buitenstaanders lijken we een voorbeeld van een cultureel inclusieve samenleving.

In werkelijkheid is onze samenleving een veld met hokjes die geen vanzelfsprekende verbindingen hebben met elkaar, waardoor er geen vanzelfsprekende interacties en ideeën-uitwisseling ontstaat. De hokjes zijn niet alleen etnisch, maar een representatie van alle sociale groepen en klassen die er zijn. Ook jong en oud. Suriname is een klassenmaatschappij in de klassieke betekenis, ook al doen we of dat niet zo is.

Gewoonlijk doen we ons best om ons niet door de hokjesformaties te laten hinderen, maar zodra hokjespolitiek in beeld komt, laten we ons – al dan niet bewust – terugvoeren naar onze ‘exclusieve hokjes’. Het is aangetoond dat in ‘exclusieve hokjes’ geen ‘inclusieve’, creatieve en disruptieve oplossingen worden bedacht. En zonder zulke oplossingen komen we niet uit de bestaande orde die ons al sinds 1975 mentaal gijzelt.

Een manier om met weinig mensen de kracht en het resultaat van meer mensen (massa) te evenaren is, om voor realisatie van hetzelfde doel zoveel mogelijk samen te werken met zoveel mogelijk mensen met diverse achtergronden en met diverse mens- en wereldbeelden. In een land met een kleine bevolking onsamenhangend actievoeren tegen dezelfde overheid en voor hetzelfde doel, is verspilling van middelen en energie en niet effectief. Tenzij we een guerrilla cellenstructuur hanteren die het decennia kan uithouden. En hoewel de huidige president hard zijn best doet volksvijand nummer 1 te worden, zijn we een democratie en is onze overheid niet onze vijand.

Luisterend naar de proclamatie van ‘Passie voor Suriname’ besefte ik dat passie niet is af te dwingen. Passie voor een land ontstaat in wat de mensen in dat land samendoen. Dus in samen leven, samen werken en samendoen, ja ook in samen ruzie maken. In die interacties ontwikkelt zich het gevoel en besef van belonging, van erbij horen. Onze belonging als Surinamers is nog zwak. Om die te versterken hoeven we niet op de overheid te wachten, maar iedere gelegenheid die zich voordoet aangrijpen om een gemeenschappelijk gewenste verandering, gemeenschappelijk te realiseren.

Dan zullen we ons bewust worden van nog een blinde vlek die onze ontwikkeling vertraagt, namelijk de ruimte die de ouderen aan jongeren gunnen voor de ontwikkeling van hun (persoonlijk) leiderschap. Voor een land met zoveel jeugdigen (vrouwen en mannen) wordt maatschappelijke ontwikkeling nog te veel gedomineerd door zienswijzen van senioren mannen in de politiek! Hebben Surinaamse senioren in de politiek geen vertrouwen in Surinaamse jongeren? Zo ja, hoe komt dat en wat kunnen we doen om dat te veranderen?

Ik heb een advies aan de initiatiefnemers van ‘Passie voor Suriname’: zoek voor de toekomst aansluiting bij de jongere generatie actievoerders. Dat is goed voor de ontwikkeling van belonging en voor nieuwe ideeën die Suriname sneller uit het tragisch dieptepunt halen waar ze nu is beland.

Gezien de aanhoudende crisis lijkt mij de tijd rijp om de disfunctionele hiërarchie met senioren in de top te danken en van de jongeren v/m te leren voor de toekomst die nu is!

Of zoals Kahlil Gibran voor ons dicht:
“Your children are not your children.
They are the sons and daughters of Life’s longing for itself.
They come through you but not from you,
And though they are with you yet they belong not to you.
You may give them your love but not your thoughts,
For they have their own thoughts.
You may house their bodies but not their souls,
For their souls dwell in the house of tomorrow, which you cannot visit, not even in your dreams.
You may strive to be like them, but seek not to make them like you.
For life goes not backward nor tarries with yesterday.”

Filia Kramp