Voor reparaties als compensatie voor het slavernijverleden zijn nog veel wegen te bewandelen. Armand Zunder, voorzitter van de Nationale Reparatie Commissie, pleit voor een noodzakelijke initiatiefwet ter behandeling in De Nationale Assemblée (DNA). Diverse Caribische landen bereiden middels initiatiefwetten het reparationsvraagstuk voor. Zunder wijst op het belang van een wet voor de erkenning, dat slavenhandel en slavernij misdaden zijn geweest tegen de menselijkheid, en dat daarvoor ‘reparaties’ moeten komen.

“Een dergelijk standpunt is eerder al ingenomen door de heer Udenhout namens de regering in 2001 in Durban Zuid Afrika tijdens de Internationale VN conferentie over racisme, rassendiscriminatie, vreemdelingenhaat en aanverwante zaken.” Hierna bleef het stil. De regering is momenteel in Caricom-verband bezig met het vraagstuk. In een subcommissie van vijf staatshoofden, waaronder president Chandrikapersad Santokhi, buigt men zich over het reparatievraagstuk. “Op basis van de betrokkenheid van de regering in Caricom-verband zou zou het goed zijn wanneer alle betrokken politieke partijen in DNA de initiatiefwet ter ondersteuning van de regering produceren”, licht Zunder toe. 

Van nu tot 2023 wil de voorzitter van de Nationale Reparatie Commissie mensen zoveel mogelijk motiveren om te komen tot een reparatieprogramma, “omdat de verwachting is dat Nederlandse regering in dat jaar excuses zal aanbieden.” De economische recessie zorgt voor vertraging van het proces. 

Suriname

Zunder is terughoudend wat betreft de excuses die onlangs op 1 juli zijn gedaan door de burgemeester van Amsterdam voor het aandeel van de stad Amsterdam in het slavernijverleden. “De excuses zijn eigenlijk aangeboden aan de Surinamers in Amsterdam, de excuses zijn niet aangeboden aan de Surinamers in Nederland”, licht hij toe. “Laat staan dat excuses zijn gemaakt aan Surinamers in Suriname, waar de misdaden zijn gepleegd”, verduidelijkt Zunder. “Bovendien zijn de misdaden, gepleegd tegen de inheemse volkeren, geheel buiten beschouwing gelaten.”

Hij merkt op. dat verwachtbaar is dat na excuses van Amsterdam de steden Rotterdam, Utrecht en Den Haag zullen volgen. Het is volgens Zunder zo, dat ernaartoe gewerkt zou moeten worden dat excuses uiteindelijk van de Nederlandse koning komen. “Die excuses moet hij hier in Suriname aanbieden”, merkt hij op.  Zijn redenatie is erop gebaseerd dat ten tijde van de afschaffing van de slavernij dit bij Koninklijk Besluit (KB) is gedaan. Vandaar de excuses via de koning, nadat de Nederlandse regering akkoord is gegaan.

Zunder verwijst ook naar een rapport waarvoor de Nederlandse regering gesprekken door deskundigen heeft laten voeren over het vraagstuk van excuses en herstel. “De uitdrukkelijke opdracht was dat dit zich moest beperken tot het Koninkrijk der Nederlanden. Vanuit deze onderzoekers is het advies gekomen om Suriname niet uit te sluiten, maar erbij te betrekken in het traject naar 2023.” Hij wijst op het voordeel van de excuses van de burgemeester van Amsterdam. “Eindelijk is erkend, dat er misdaden zijn gepleegd door voorgaande burgemeesters. Er zijn schatten verdiend terwijl er slavernij en slavenhandel was. Dat heeft de burgemeester veroordeeld.” Zunder wijst ook op een eerdere veroordeling van voormalig minister Roger van Boxtel, met dat verschil dat deze geen excuses aanbood, maar spijt heeft betuigd. 

Kijkend naar het gewicht van dit onderwerp en de methodologie die er achter schuilt en vereist zegt Zunder, dat de organisatiegraad vanuit Surinaamse gelederen geïntensiveerd moet worden. “De communicatie naar de samenleving is van groot belang”, aldus Zunder. 

RB

Dit bericht is afkomstig van Dagblad Suriname. Bekijk het oorspronkelijke bericht hier.