Sinds 12 februari speelt zich een groot menselijk drama af in Venezuela. Minstens zes studenten zijn vermoord, neergeschoten door de Guardia Civil of door de ongecontroleerde “Colectivo”milities. Honderden studenten en burgers zijn aangehouden en/of worden gemarteld. Een oppositieleider is gevangen genomen, gebouwen van politieke partijen worden doorzocht door gewapende troepen die niet eens over een justitiële machtiging beschikken.

Helaas zijn de internationale reacties lauw te noemen. De meeste internationale organisaties komen niet verder dan een algemene afkeuring van het geweld. Dat geldt voor Amerikaanse organisaties zoals Unasur of OAS maar ook voor de EU, die momenteel gepreoccupeerd lijkt te zijn met de eveneens ernstige situatie in Oekraïne.

Natuurlijk is het zo dat zich gewelddadige elementen bevinden op straat bij de Venezolaanse protesten. Ook dit geweld moet afgekeurd worden en van de Venezolaanse protestbeweging mag verwacht worden, dat zij zich hiervan distantiëren. Dit neemt niet weg, dat de regering van Nicolas Maduro buitenproportioneel geweld heeft gebruikt tegen ongewapende demonstranten en zich schuldig maakt aan schendingen van de mensenrechten. Het feit dat veel Zuid-Amerikaanse staten economisch afhankelijk zijn van het Petrocaribe programma, mag geen reden zijn voor zwijgen.

Ik probeer de ontwikkelingen in Venezuela zo goed mogelijk te volgen en ben zeer onder de indruk van de vastberadenheid van met name de jongeren. Ik ben van mening dat wij deze jongeren niet moeten indelen volgens een klassiek “links” of “rechts” schema, laat staat dat wij ze “fascisten” zouden moeten noemen, zoals Maduro doet. Deze jongeren vragen alleen maar om vrijheid en veiligheid en een kans op een normaal leven.

De jongeren van Venezuela zijn de corruptie en de criminaliteit beu in hun land. Een ieder die zich in Venezuela op straat waagt, loopt de kans om doodgeschoten te worden of verkracht door gewapende bendes en milities. Basisgoederen zijn er nauwelijks verkrijgbaar, ondanks de onmetelijke olierijkdommen van het land.

De sociale programma’s (zogenaamde “Missiones”) worden veelal misbruikt door de regerende socialistische partij om het volk te indoctrineren en het Cubaanse model door te voeren. Na vijftien jaar wanbeleid, is een groot deel van de bevolking het nu helemaal zat.

De essentie van een democratie is dat ook de minderheid bepaalde rechten heeft. Wie de meerderheid en wie de minderheid is in Venezuela is overigens moeilijk te bepalen, aangezien de verkiezingen al vijftien jaar vervalst en gemanipuleerd worden.

Naar mijn mening zal er een dialoog moeten komen in Venezuela tussen regering en oppositionele groepen. De internationale gemeenschap kan aansturen op een dergelijke dialoog, maar moet ook de moed hebben om de Venezolaanse regering aan te spreken op de ernstige schendingen van de mensenrechten die momenteel plaatsvinden.

Jan Gajentaan

Dit bericht is afkomstig van GFC Nieuws. Bekijk het oorspronkelijke bericht hier.