De Staatsraad heeft de wet financiële voorzieningen ministers en onderministers doorgestuurd naar het parlement. Met deze wetswijziging zullen ruim tachtig ministers uit de periode na de staatsgreep van 1980 een pensioen krijgen. Het wetsvoorstel is eigenlijk een aanpassing van de oude wet op pensioenen voor ministers. Volgens de wet mogen ministers alleen een pensioen genieten als hun benoeming voortvloeit uit algemene verkiezingen. In het jaar 1988 zijn de financiële voorzieningen ten behoeve van de gewezen ministers en onderministers, bijeengebracht in de Wet van 23 september 1988 tot regeling van de geldelijke voorzieningen van de ministers en onderministers ( Wet financiële voorzieningen ministers en onderministers S. B. 1988 no. 5). De daarvoor geldende decreten “geldelijke voorzieningen van ministers en onderministers (S. B. 1981 no. 5, laatstelijk gewijzigd bij S. B. 1984 no. 9) werden buiten werking gesteld, met dien verstande dat zij van toepassing bleven op degenen die krachtens die wetten waren gepensioneerd. De decreten en de wet van 1988 waren er voor het in aanmerking komen van pensioenen door de gewezen ministers en onderministers als voorwaarde meegenomen, dat de betreffende gezagsdragers de ambten voor ten minste één jaar moeten hebben vervuld. In het jaar 1994 kwam er een aanpassing op de Wet van 1988: Bij deze aangepaste Wet Financiële voorzieningen ministers en onderministers van 1994 ( S. B. 1994 no. 78) kwam er onder andere een aanvulling op het stuk van de voorwaarden voor het in aanmerking komen van pensioenen door gewezen ministers en onderministers: Gewezen ministers en onderministers maken ingaande 1994 aanspraak op pensioenen (en onderstand), indien de respectieve functies werden vervuld als resultaat van gehouden vrije algemene en geheime verkiezingen en de gewezen ambtsdragers de ambten voor tenminste één jaar hadden vervuld. De laatste voorwaarde geldt met name voor de pensioenen. Het hierboven gestelde heeft tot gevolg, dat gewezen ministers en onderministers die gedurende de periode van de militaire staatsgreep het land hebben gediend, geen aanspraak maken op een pensioen en een onderstand op basis van de aangepaste wetgeving. Dit heeft tot verdere gevolg dat de betreffende gewezen ambtsdragers tot op heden een pensioen ontvangen op basis van de eerder aangehaalde decreten. Een pensioen op basis van deze decreten heeft thans een gemiddelde waarde van ongeveer SRD 60. Bij het vaststellen van de financiële voorzieningen ten behoeve van de gezinsleden c.q. de nabestaanden van de gewezen ministers en onderministers zijn de minderjarige natuurlijke kinderen van deze gezagsdragers niet meegenomen in de wet, hetgeen als een onvolkomenheid in de wetgeving wordt ervaren. Met de aanpassingen in deze wet wordt deze onvolkomenheid volgens de memorie van toelichting in de wetswijziging rechtgetrokken, laat Edunet aan GFC weten.

Dit bericht is afkomstig van GFC Nieuws. Bekijk het oorspronkelijke bericht hier.