PARAMARIBO, 12 nov – De vrije markttoegang voor Latijns-Amerikaanse bananen in Europa is geen goed nieuws voor Suriname. De concurrentie wordt zwaarder dan ooit een de vraag is of de nationale bananenindustrie er gereed voor is. Ruim twintig jaren strijd tegen de gesubsidieerde bananen uit Latijns-Ameria lijkt voor niets te zijn gewest. Europa is overstag gegaan, wat zoveel betekent als het einde van Suriname’s voorkeurpositie. Dat komt neer op aanpassen.

“Wij als land moeten nu meer dan ooit gaan letten op de productiekosten, want een enkel foutje en er kunnen banen in gevaar komen met deze enorme concurrentie”, zegt minister Raymond Sapoen van Handel & Industrie, HI, tegenover de Ware Tijd Het grootste gevaar schuilt in de veel hogere prijs voor Surinaamse bananen. De prijs is er met alle aanpassing en modernisering van de laatste jaren, niet lager op geworden. Met de wending in het handelsverkeer tussen Europa en Latijns-Amerika, dreigt ook het weer om te slaan. Dat moet lokaal goed worden beseft.

De productie nam weliswaar toe de afgelopen jaren. Met hulp van de Europese Unie is voor miljoenen geinvesteerd in modernere productie. Een groot obstakel bij het omlaag brengen van de kostprijs is het transport over land. De EU heeft nog wat hulpgeld toegezegd via de samenwerking met de groep van voormalige kolonies, ACP. Uiteindelijk zal Suriname het maar zelf moeten rooien. “We moeten heel alert zijn”, aldus Sapoen. De regering bekijkt nu of het nog zin heeft de overeenkomst te ratificeren voor economisch partnerschap met de EU. Met het in rook opgaan van de speciale toegang lijkt het weinig zin te hebben een partnerschap aan te gaan.

Dit bericht is afkomstig van Suriname | Waterkant.Net. Bekijk het oorspronkelijke bericht hier.