Atleten die meer dan vijf tijdzones moeten doorkruisen voor een wedstrijd, verdubbelen daarmee hun risico ziek te worden. Dat blijkt uit een onderzoek van de University of Cape Town.

De onderzoekers volgden de gezondheid van 259 rugbyspelers die in 2010 deelnamen aan een toernooi. Gedurende zestien weken speelden teams uit Australië, Zuid-Afrika en Nieuw-Zeeland in deze drie landen.

Tijdens wedstrijden in het thuisland, kwamen er 15 ziektegevallen voor per 1000 speeldagen. Zodra de atleten meer dan 5 uur tijdsverschil van huis waren, steeg dit aantal naar 33.

Eenmaal weer thuis na de reizen, daalde het aantal ziektegevallen naar 11 per 1000 wedstrijddagen. Een derde van de zieken had last van ademhalingsproblemen, daarnaast werden voornamelijk klachten aan de weke delen en de darmen gemeld.

Het reizen op zich bleek niet het probleem te zijn, want het aantal ziektegevallen nam weer af na de reis huiswaarts. Waarschijnlijk zorgen de andere bacteriën en allergenen die atleten in het buitenland tegenkomen voor hun gezondheidsproblemen.

“Veranderingen in luchtvervuiling, temperatuur, allergenen, vochtigheidsgraad, hoogte, maar ook ander eten en andere bacteriën kunnen bijdragen aan het ontwikkelen van ziektes als je op een verre bestemming aankomt”, aldus Martin Schwellnus.

Sommige sporters zijn gevoeliger voor een nieuwe omgeving dan anderen. Vervolgonderzoek richt zich dan ook op de vraag waar dat aan ligt. De resultaten van dit onderzoek zijn gepubliceerd in het British Journal of Sports Medicine.

(nu.nl)

Dit bericht is afkomstig van GFC Nieuws. Bekijk het oorspronkelijke bericht hier.