Over enkele dagen begint de COP 26, de 26ste wereldklimaattop in Glasgow Schotland. Onze Surinaamse delegatie vertrekt een dezer dagen naar deze grote conferentie en is van plan om samen op te trekken met Guyana en Trinidad. Op zich is dat een heel goede zaak. In het nieuws is door de minister van die ernaar toe gaat aangegeven dat deze landen zullen pleiten voor respijt om een ‘waver’ te krijgen om door te kunnen gaan met het vervuilen van de aardbol. Men zal de wereld vragen dat investeringen in de ontwikkeling van fossiele brandstoffen ophoudt in de wereld, maar niet voor de landen die nog ontwikkeld moeten worden. Dat veronderstelt dus dat men de wereld garanties zal kunnen geven dat de investeringen en de sociale opbouw die bijvoorbeeld Suriname vanaf 1954 gedurende 67 jaar zelfbestuur, nu opeens wel binnen enkele jaren met het oliegeld zal kunnen doen. De vraag zal daarbij rijzen hoe onder dezelfde mensen, met dezelfde bestuurscultuur en dezelfde politieke partijen, opeens vanwege klimaat een aantal ontwikkelingen wel van de grond zullen komen, terwijl dat 67 jaar niet is gebeurd. Waarom willen de kleine landen die niet of nauwelijks hebben bijgedragen doorgaan met het vervuilen van de aarde? Past deze houding om een uitzondering te maken voor bijvoorbeeld de ‘small island developing states’ (sids) wel binnen het Parijsakkoord? Is er in het Parijsakkoord onderscheid tussen landen die bijdragen aan de vervuiling en landen die niet hebben bijgedragen in de vervuiling? Wij denken dat er geen garanties zijn die gepresenteerd kunnen worden dat de Surinaamse regeringen in de komende 20 jaar wel datgene zullen doen wat ze in de afgelopen 67 jaar hebben nagelaten. Integendeel zijn er tekenen dat wat in de afgelopen 67 jaar niet is gebeurd, in de komende regeerperioden ook niet zal gebeuren. Het lijkt ons geen goede strategie en zelfs een heilloze pad om te bewandelen. De hele wereld moet bijdragen aan het verminderen van de vervuiling, de uitstoot en de opwarming van de aarde, hier hebben de industriële landen die kolonisatoren en uitbuiters waren en de gekoloniseerde grote landen het meest te verliezen. We hebben niet vernomen dat de gekoloniseerde ontwikkelingslanden gevraagd hebben naar respijt, omdat ze honderden jaren zijn gekoloniseerd en nu achterstanden hebben in te halen. Dat onderscheid wordt tussen de rijke en de ontwikkelingslanden niet op die manier gemaakt. Bovendien moeten de kleine landen er rekening mee houden dat bijvoorbeeld de olie-industrie die ze in hun landen willen voortzetten, zal plaatsvinden via de petroleumbedrijven die afkomstig zijn uit de rijke ontwikkelde landen. De olie-industrie die in Suriname men wil voortzetten is maar voor een klein percentage ten profijt van Suriname, maar van de Surinaamse olie-industrie zullen de rijke landen profiteren. Daarom is een uitzondering aan Suriname, een uitzondering aan bijvoorbeeld Frankrijk vanwaar Total afkomstig is.

Wij betreuren het ten zeerste dat Suriname en de andere regeringen niet praten over de zeespiegelstijging. Want de erkenning is er wel dat de landen als Suriname die niet hebben bijgedragen aan de opwarming van de aarde, het meeste last zullen ondervinden van de opwarming. Suriname zit in de top 5 van de meest kwetsbare landen vanwege een zeer lage kustlijn. Guyana behoort ook tot de landen die kwetsbaar zijn door een lage kustlijn. Er moeten dijken worden gebouwd en deze landen hebben het geld niet om deze dijken te bouwen. Dat geld moet komen van de landen die het meest hebben bijgedragen tot de opwarming van de aarde en daardoor rijk zijn geworden. Suriname, Guyana en Trinidad moeten pleiten voor het bouwen van dijken op kosten van de rijke landen. Deze landen moeten ook alvast voor opvang van de burgers die klimaatvluchtelingen zullen worden. Er zullen enkele miljoenen mensen klimaatvluchteling worden en die moeten opgevangen worden. Deze burgers moeten niet verzuipen, daarvoor moeten de landen pleiten. We hebben hier tientallen keren aandacht gevraagd voor de zeespiegelstijging en dat de dijken moeten worden gebouwd. De Surinaamse regeringen hebben tot nu toe het levensgrote probleem van de zeespiegelstijging verwaarloosd. Waarschijnlijk is er geen geloof in Suriname en is het niet interessant om dijken te bouwen. Men is niet geïnteresseerd in de lange termijn, maar meer in de korte termijn. Men wil de oliedollars om ermee te stoeien. En we zien geen aanleiding voor de grote wereld om uitzonderingen te maken voor de landen als Suriname die nog steeds uitblinken in corruptie en wanbestuur. Een advies aan de Surinaamse delegatie: besteed u aub alle aandacht aan de carbon credits, aan de dijken voor verdediging tegen de zeespiegelstijging en de opvang van Surinaamse klimaatvluchtelingen in de landen die van de opwarming hebben geprofiteerd. Laten we onszelf niet belachelijk maken op de COP26, maar het voorbeeld volgen van landen die gepleit hebben om hun kleine verdwijnende eilanden te redden.     

Dit bericht is afkomstig van Dagblad Suriname. Bekijk het oorspronkelijke bericht hier.