Op de website van GFC heb ik verschillende artikelen gepubliceerd over de vermoedelijke betrokkenheid van Hans Valk bij de Februaricoup van 1980 in Suriname. In een ander artikel ‘De eenzijdigheid van Sandew Hira’, ga ik in op de situatie in Indonesië op het vlak van oorlogsmisdaden in de periode 1945 – 1949.

Ik vind dat Hira een onevenwichtig beeld schetst van deze tijd, waaronder de Bersiap periode valt (1945 – 1947), de gewelddadige periode van de Indonesische revolutie.

Op het eerste gezicht lijken deze twee zaken (de betrokkenheid van Valk bij de Februaricoup en de Bersiap periode in Indonesië) niets met elkaar te maken te hebben. Totdat ik vandaag een opmerkelijke ontdekking deed. De vader van Hans Valk, luitenant-generaal C.J. Valk (1902 – 1983), was eveneens militair attaché en is in die hoedanigheid gestationeerd geweest bij het Hoge Commissariaat van Nederland in de Republiek Indonesië (van eind jaren 1940 tot 1951).

In die functie moet C.J. Valk heel veel vertrouwelijke informatie hebben gehad over de Bersiap en zal deze ongetwijfeld hebben besproken met zijn zoon Hans. De afgelopen dagen heb ik mij verdiept in die tijd en heb een documentaire bekeken die vorig jaar door de omroep MAX werd uitgezonden onder de titel ‘Archief van tranen’. Deze gaat over het lang verzwegen leed van de Indische Nederlanders (zowel ‘Indo’s’ als ‘Totoks’) tijdens de Bersiap.

De documentaire geeft een wat eenzijdig beeld van de situatie, maar is er niet minder schokkend om. Volgens documentairemaakster Pia van der Molen zijn destijds ongeveer 20.000 Nederlanders op de meest brute wijze vermoord (hieronder vielen ook mensen van Chinese afkomst maar met een Nederlands paspoort). Zij komt op dat totaal op basis van 3.500 geregistreerde moorden, 4.000 mensen die omkwamen in kampen van de nationalisten (dus ná de periode van de Jappenkampen, waarin ook al meer dan 10.000 slachtoffers vielen) en dan is er nog sprake van 14.000 vermisten met een Nederlands paspoort.

Omdat het onmogelijk is zonder gedegen onderzoek een uitspraak te doen over die aantallen, wil ik het er maar op houden dat het er veel waren. Zo mogelijk nog schokkender, is de wijze waarop deze mensen aan hun einde kwamen. Het wemelt in de documentaire van de verhalen over onthoofding, marteling, speren die door de geslachtsorganen van vrouwen werden gestoken, afgehakte borsten, verkrachting, kinderen die afgeslacht werden of moesten toekijken en nog meer gruwelijkheden.

Naar de oorzaak van deze ongekende geweldsexplosie is het vooralsnog gissen, maar ik vermoed dat de schrijnende sociale ongelijkheid in het Nederlandse koloniale imperium hiervoor een voedingsbodem is geweest. Ten tweede was er de indoctrinatie door de Japanners, die een gewapende jeugdbeweging hadden opgezet (de Bantengs), welke op enig moment een eigen leven ging leiden en zeer gewelddadige elementen bevatte. Ten derde, was er na het vertrek van de Japanners een machtsvacuüm dat leidde tot een toestand van anarchie.

In zijn interview met Vrij Nederland van eind december 1982, gaf Kolonel Hans Valk aan dat hij voorafgaand aan de Surinaamse staatsgreep vreesde voor een bloedbad bij een slechte uitvoering en daarom technische ondersteuning nodig achtte. Uiteindelijk vielen er bij de Februaricoup vijf doden en werd er een politiebureau in brand geschoten. In de ogen van Valk, was dat een acceptabele uitkomst. Was zijn blik vertekend door de gruwelen van de Bersiap?

Jan Gajentaan

Dit bericht is afkomstig van GFC Nieuws. Bekijk het oorspronkelijke bericht hier.