Arthur Tjin A Tsoi van de NPS heeft in een schrijven aan parlementsvoorzitter Jennifer Geerlings-Simons zijn misnoegen kenbaar gemaakt over het incident twee weken terug toen hij uit de vergaderzaal van DNA werd gezet. Hij noemt het besluit van Ronny Brunswijk ‘non-existent’ en zonder enig (rechts)gevolg. Dat meldt persbureau Edunet aan GFC Nieuws. Volgens Tjin A Tsoi heeft hij hierdoor onnodig politieke reputatieschade ondervonden die hersteld moet worden. Het parlement zou deze ‘fout’ schriftelijk moeten toegeven. Hieronder het schrijven van Tjin A Tsoi: “Op 5 mei 2014 heeft de leiding van De Nationale Assemblee, op dat moment onder voorzitterschap van de heer Ronnie Brunswijk, mij, Arthur Tjin A Tsoi, tijdens een punt van orde, het woord ontnomen en uitgesloten van verdere beraadslagingen voor die dag op grond van de veronderstelling dat ik buiten de orde zou zijn bij het maken van mijn punt van orde. De genomen beslissing is echter volstrekt in strijd met het Reglement van Orde, hetgeen hieronder zal worden aangetoond: De opgelegde maatregel is niet terug te vinden in het Reglement van Orde en mocht dus niet opgelegd worden. Nadat de heer Ronnie Brunswijk, de leiding van de vergadering had overgenomen, vroeg ik om een punt van orde. Conform artikel 38 van het eerdergenoemde reglement, begon ik met verduidelijking van het punt van orde. Echter werd reeds bij de openingszin, waarbij ik verwees naar een voetbalincident waarbij een vooraanstaande lid van de assemblee betrokken was, werd door de voorzitter gesteld dat dat niets met de orde van de vergadering te maken heeft. In mijn poging te verduidelijken dat zulks wel het geval was, was reeds het voorbarig, overhaastig, ongegrond en verregaand besluit genomen mij het woord te ontnemen en zelfs uit te sluiten van verdere beraadslagingen voor die dag. Voorbarig is genoemd besluit, omdat de voorzitter niet eens weet welk punt van orde gemaakt zou worden. Overhaastig, omdat hij me niet eens liet uitspreken. Te verregaand, omdat dit besluit niet terug te vinden is in het ordereglement, waarover hieronder meer. Onlangs werd in de openbare vergadering bij welke Ronnie Brunswijk eveneens de leiding had, bij wijze van de punt van orde aangekaart het feit dat het assembleelid Jogi en familie, zich bedreigd voelen. Ook dit is, net als in mijn geval, een aangelegenheid waarmee een assembleelid buiten de vergadering is geconfronteerd. Het beginsel van gelijke monniken, gelijke kappen, had met zich mee moeten brengen dat u dezelfde maatregelen had moeten treffen als in mijn geval. Door dit niet te doen, is blijk gegeven van ongelijke behandeling van assembleeleden, wat onrechtvaardig is en nagelaten moet worden. Het mij ontnemen van het woord, is blijkbaar een gevolg van de toepassing van artikelen 42 en volgende van het Reglement van Orde, die bepalingen van orde betreffende de sprekers betreft. Uit de navolgende artikelen blijkt dat het hier gaat om sprekers die hun spreekbeurt houden in geval van beraadslagingen. Als die groep buiten de orde is, geeft het Reglement van Orde de voorzitter een aantal mogelijkheden tot handhaving van de orde. In het onderhavige geval was ik dus niet de spreker, maar probeerde ik slechts een punt van orde te maken. Het Reglement van Orde geeft echter aan dat de beslissing of een punt van orde werkelijk als zodanig wordt aangemerkt, bij de Voorzitter berust, maar geeft niet de bevoegdheid tot het treffen van de besluiten die tegen mij genomen zijn. De genoemde artikelen missen derhalve toepassing op het onderhavige geval en hadden nooit gebruikt mogen worden. Dientengevolge is het genomen besluit mijns inziens ‘non- existent’ en zonder enig (rechts)gevolg. Desondanks heeft in de samenleving de mening postgevat dat de voorzitter correct gehandeld heeft en hij terecht heeft geconstateerd dat ik buiten de orde was. Onnodig te zeggen dat ik hierdoor onnodig politieke reputatieschade ondervindt, welke hersteld moet worden. Ik vraag u dan ook, naar aanleiding van het bovenstaande om op uiterlijk donderdag 15 mei 2014, die stappen te ondernemen die moeten leiden tot herstel van de mij onterecht berokkende schade, onder andere door middel een schriftelijke erkenning van de door De Nationale Assemblee gemaakte fout. Uw reactie zie ik zeer belangstellend tegemoet. Mocht ik voor de genoemde datum geen reactie krijgen, dan zal ik genoodzaakt zijn de samenleving zelf te informeren over het bovenstaande”, aldus Tjin Atsoi.

Dit bericht is afkomstig van GFC Nieuws. Bekijk het oorspronkelijke bericht hier.