Wat mij hindert van uitspraken over een bestaand en voortslepend probleem, is dat het niets toedoet of daaraan iets toevoegt of verandert. De tendens van anderen dan de nog niet gevormde Surinaamse wetenschappers in de Surinaamse etnische talen, verleid het zicht op het wetenschappelijk bezig zijn voor de Surinaamse taalwetenschap, die geen enkele moeite te baat neemt om enige gefundeerde bijdrage behoeven leveren aan het voor hen onherkenbare bestaande Surinaamse etnische taalprobleem. Hiermee zouden velen uit de minderheidsgroepen op dit moment meer baat hebben, dan zich bezig te houden met ellenlange monologen, waaraan geen touw vast is te knopen. Als ik na twee en twintig jaren, in 1995 toen, terug ben in Suriname vanwege en na een volbrachte bezoek aan mijn zieke vader en constateerde dat het wel meeviel met diens constitutie, besloot ik verder op verkenning te gaan in mijn geliefd Suriname. Mijn nieuwsgierigheid was gefocust op het verschil in werkwijze vanuit mijn branche in de toepassing van de civiele technieken tussen Nederland en Suriname. Ik bood mij spontaan aan een oud collega mee te gaan om vanaf de Poederberg in twee richtingen, geodetische werkzaamheden uit te voeren en vervolgens voor de rehabilitatie van enkele kilometers verkeersweggedeelten de nodige werkzaamheden uit te voeren. Hierbij werden wij bijgestaan door een ploeg jongens uit de binnenlanden van Suriname die in datzelfde gebied van de rehabilitatie waren gevestigd. Op mijn aanwijzing konden ze tot de finesses alle verstrekte opdrachten perfect uitvoeren. Het uitzetten van profielen in een bochtverbreding die ze nooit eerder hadden gedaan, ging van zo’n leien dakje, dat zelfs wijlen Geodeet Peroti, Ir v. Dijk en Hauwkes, hun hoofden stonden te schudden van zoveel vlotheid. Het enigste wat ik kon zeggen is, dat de wijze van omgang en eenvoud van naderen van de mannen in hun eigen taal proberen aan te spreken het allemaal deed. Want zelfs degene waarmee ik was meegegaan om mij te demonstreren hoe er werd gewerkt, stond met de mond vol tanden, van de vlotheid waarmee het werk dat een week in beslag moest nemen in er twee dagen was verzet. Mij werkwijze is productie maken en het leveren van kwaliteit, dus trok ik alle registers open. Met andere woorden, doorbreken van de taalbarrière, is altijd een enorme stimulans gebleken die het arbeidsethos prikkelt, wat ook gelukt is. Op mijn aanwijzing, alhoewel door mij gebrekkig aangesproken in hun eigen taal, luchtte enorm op, want hun inzet werd een verdubbeling van wat ze bij mijn collega tentoonspreidde. Later in de week, toen de zoon van bedrijf Bhai Thali die de opdracht had voor de rehabilitatie, vroeg mij nog enkele weken te blijven. Maar ik kon nog slechts enkele dagen blijven, omdat ik elders verplichtingen in Nederland had. Ik blijf erbij dat het enorm zal opluchten, wanneer mensen nu reeds geleerd worden, minderheidsgroepen die anders achtergesteld zouden raken een handreiking te doen, door ze aan te spreken in hun eigen taal. De Javaan, in het Javaans, de Hindoestaan in het Hindoestaans, de Indiaan in het Indiaans, de Saramaccaners in het Saramaccaans enz. Filologen van de Surinaamse etnische talen moeten nog ontwikkeld worden. A.H.Tjauw-A-Hing

Dit bericht is afkomstig van GFC Nieuws. Bekijk het oorspronkelijke bericht hier.