Minister van Handel en Industrie(HI) Raymond Sapoen zegt serieuze nota genomen te hebben over het vraagstuk van ruimtelijke ordening in het kader van bedrijfsvestiging. Het is dagelijks een uitdaging bij de uitgifte van vergunningen om een evenwicht te vinden tussen woongenot en economische ontwikkeling. Belangrijk is dat de burgers inspraak hebben in hoe hun buurt wordt ingericht.

Bedrijfsactiviteiten die vanwege hun aard een potentieel gevaar vormen voor de gemeenschap van de mens en het milieu mogen onder geen beding voorkomen in woonwijken. Indien die toch voorkomen kan er bezwaar worden getekend en wordt zo een vergunning niet toegewezen of ingetrokken, zei de minister donderdag in het parlement.

Vergunningen worden volgens de bewindsman regelmatig afgewezen, omdat burgers vrezen dat er gevaar dreigt vanwege de economische activiteiten, “maar die gevallen halen het nieuws niet”. Behalve burgers kunnen ook instanties, zoals het Nimos en de brandweer negatief adviseren.

De minister is toch blij met de aanzet om te komen tot deugdelijke ruimtelijke ordening in dit land die gebaseerd is op onze sociaal-maatschappelijke, culturele en politieke ambities. “Wanneer we praten over nationale ruimtelijke ordening, praten we over een gewenste nationale structuurplan op basis van een lange termijn visie waarbij die ruimtelijke ontwikkeling van ons grondgebied duidelijk wordt omschreven. Een visie waarbij het gebruik van de ruimte voor allerhande maatschappelijke functies duidelijk wordt omschreven, zoals onder anderen: wonen, werken, recreatie, natuur, veiligheid en agrarische doeleinden”.

De minister geeft toe dat de overheid de afgelopen decennia niet is gekomen tot aanzetten voor een adequate voorziening in het vaststellen van een nationale ruimtelijke ordeningsplan voor Suriname. Het is een belangrijk vraagstuk en een uitdaging voor de regering. Onze economie is aan het groeien en neemt hiermee het aantal bedrijfsvergunningen dat wordt aangevraagd toe.

Het afgelopen jaar heeft HI meer dan 150 nieuwe vergunningen verstrekt. “Meer bedrijven betekent meer werkgelegenheid, economische groei en meer belastinginkomsten. Als land in ontwikkeling moeten wij deze zaken najagen”, vindt Sapoen.

“Echter blijkt dat wij als samenleving die economische groei niet wensen voor, achter en naast onze deur”, vervolgt hij. Er zal een gepast antwoord geformuleerd moeten worden in het kader van de gewenste nationale ruimtelijke ordening. De minister wijst er wel op dat diverse ministeries en organen de handen in elkaar moeten slaan. Het gaat hierbij om de ministeries van Openbare Werken, Ruimtelijke Ordening, Grond en Bosbeheer, Handel en Industrie, Regionale Ontwikkeling, Landbouw Veeteelt en Visserij en regionale organen.

Het beleid van de regering op het gebied van ruimtelijke ordening in het kader van de bedrijvigheid is erop gericht dat elk gebied beschikt over onder andere de volgende faciliteiten: winkels om eerste levensbehoeften te kopen, scholen, sport, – en medische faciliteiten, pompstations, energie, -wegen en waterfaciliteiten, woningen, werkgelegenheid, openbaar vervoer en busroutes en dienstverlenende bedrijven. Verder moet elk gebied bereikbaar zijn voor de politie, brandweer en medisch personeel. Deze omschrijving van ruimtelijke ordening impliceert dat meerdere actoren actief betrokken moeten zijn bij dit vraagstuk. (Edunet)

Dit bericht is afkomstig van GFC Nieuws. Bekijk het oorspronkelijke bericht hier.