GFC NIEUWS- Suriname blijkt niet in staat te zijn het bedrag van US$23 miljoen, zijnde eerste halfjaarlijkse betaling aan Oppenheimer, op tafel te krijgen.

Daarom heeft Suriname aan de obligatiehouders om een herschikking van het aflossingsschema gevraagd.

Vorig jaar december is Suriname een obligatielening van US$ 150 miljoen aangegaan bij Oppenheimer.

Een bedrag van US$125 miljoen zou bestemd zijn voor de achterstallige betaling aan Alcoa, zodat Suriname in bezit kon komen van de Afobakka- waterkrachtcentrale.

De obligatielening is voor de duur van drie jaar. In 2023 moet het hele bedrag zijn terug betaald. Aan halfjaarlijkse aflossing moet Suriname ongeveer US$23 miljoen betalen, te beginnen op 30 juni jongstleden.

De eerste aflossing zal verschoven worden naar december 2020.

Ook heeft Suriname gevraagd om akkoord te gaan met wijzigingen met betrekking tot het onderpand van de dividenden bij Staatsolie en andere royalties.

Suriname heeft tot uiterlijk 10 juli 2020 om de rente betalen, die op 30 juni voldaan moest worden.

Uit betrouwbare bronnen verneemt ABC dat de obligatiehouders uiterlijk 8 juli aangeven of zij instemmen met een herschikking.

Het bericht Suriname kan halfjaarlijkse betaling van US$ 23 miljoen niet voldoen aan Oppenheimer verscheen eerst op GFC Nieuws.

Dit bericht is afkomstig van GFC Nieuws. Bekijk het oorspronkelijke bericht hier.