PARAMARIBO, 20 aug – Als er een last is die Suriname en de Surinamer niet hoeven te torsen, is het de druk om prestaties neer te zetten van Olympische omvang. Guno van der Jagt, bestuurslid van het Surinaams Olympisch Comité, SOC, zegt het zo kernachtig: “Onze nekslag in het hele sportgebeuren is dat er weinig tot helemaal geen geld tegenaan wordt gegooid.”

Het tragische is niet dat het geld er niet is. Wat in Suriname totaal ontbreekt is een gemeenschappelijke zin om zich in te zetten voor hoge prestaties. Gebrek aan ambities dus. Als het toevallig lukt, nou ja. En het moet vooral niet te veel (moeite) kosten. Een vroegere voorzitter van het SOC zag kans tot het eind van zijn Olympische loopbaan een motto aan te houden. Voor de man was ‘niet het winnen belangrijk, maar het deelnemen.’ Alsof zijn spook van nog immer ronddoolt en een schaduw werpt over het nationale sportgebeuren.

Maar er zal veel meer nodig zijn dan wat exorcisme om Suriname en de Surinamer uit de droom te helpen. De droom dat wat pappen en nathouden genoeg is. Blijft het kwijlen bij de gouden records van Jamaica, Barbados, Trinidad en zelfs het piepkleine Grenada? En trots zijn op wat ‘onze’ Ranomi neerzet? Om het maar even te vergelijken, Trinidad won goud bij het speerwerpen. En wat doet de regering daar? Een miljoenenfonds oprichten.

Het geld gaat naar niets anders dan het opsporen van talent. Dat is die gemeenschappelijke zin, honger en drive waar Suriname zo pathetisch gebrek aan lijdt. Dat willen bij overheid, particulier en gemeenschap, het is rijkelijk voorradig in de rest van de Cariben. Overigens kreeg de Trinidadiaanse atleet Walcott een onthaal van Eldoradose proporties bij thuiskomst. Letitia Vriesde en Anthony Nesty zullen wellicht schichtig de andere kant opkijken…

Dit bericht is afkomstig van Suriname | Waterkant.Net. Bekijk het oorspronkelijke bericht hier.