PARAMARIBO, 9 aug – Inheemsen in Suriname hebben een langdurige strijd achter de rug. En een waarschijnlijk nog langere voor de boeg. Het laatste mag dan menigeen verbaasd doen fronsen, het is een gegeven. Het instellen, ‘geven’, van een vrije dag is onder de status quo niet meer dan een doekje voor het bloeden.

Zo’n dag is hooguit cosmetica op de overvloed aan drab waar de Indiaan zich doorheen moet zien te laveren. Dat het overleven zelf bloed, zweet en tranen kost, dat hoeft niemand de Indiaan voor te houden. Anderen zullen er wellicht van opkijken. Het gaat wat de Indiaan betreft, echt om het overleven zelf. Overleven in een omgeving die het vooral te druk heeft met zichzelf. Te druk om door te hebben dat de Indiaan een langzame dood aan het sterven is.

Ook met een kleine Indiaanse jongen in het paleis is het wanbegrip er niet beter op geworden. Wanbegrip dat een heuse conferentie over landrechten de grond inboorde. Toch is het niet zozeer de houding van de andere, dat de Indiaan dwars zit. Het is eerder een strijd tegen zichzelf. Een innerlijk overhoop liggen dat anderen meer macht verschaft dan hen toekomt. Macht over een toekomst voor de Indiaan, een toekomst van nog meer onzekerheid en op zoek zijn naar zichzelf.

Dit bericht is afkomstig van Suriname | Waterkant.Net. Bekijk het oorspronkelijke bericht hier.