De stichting Kinder- en Jongerentelefoon heeft een hulplijn die zij ter beschikking stelt aan de samenleving en die heet de Mi lijn, en is te bereiken op het nummer 123. “Het is een gratis en verkort nummer zodat de doelgroep  ons makkelijk kunnen bereiken”, zegt de directrice van deze stichting, Jacintha Jong A Lock-Dundas. 

Er zijn wereldwijd diverse kinderhulplijnen of organisaties die kinderhulplijnen ter beschikking stellen, omdat men van mening was dat hulp naar kinderen toe toegankelijk moest zijn. Er zijn wel instanties die hulp kunnen bieden aan kinderen, maar men is nagegaan hoe deze toegankelijker te maken voor jongeren. “Vandaar dat men op dit model is gekomen, zo een kinderhulp lijn die heel laagdrempelig is, die zelf door kinderen zonder hulp van volwassenen ingeroepen kan worden. Als je overigens kijkt naar de realiteit, zijn het vaak de volwassen waartegen de kinderen hulp in moeten roepen”.

De oorspronkelijke doelgroep van de stichting waren mensen tussen 6-20 jaar, maar ook mensen die buiten deze leeftijdscategorie vallen. “Sinds 2 jaren hebben wij dit uitgebreid tot dit huidig model dat iedereen mag bellen. Dit is besloten vanaf de komst van de Covid-pandemie waarin duidelijk werd, dat mensen behoefte hadden aan contact met anderen, dus een uitlaatklep zochten. We hebben toen onze hulplijn ter beschikking gesteld om ook aan die behoefte te voorzien.”

De lijn is 1 maal 24 uur beschikbaar, wat het makkelijk maakt voor de algemene populatie om te  bellen. Tieners en jongvolwassenen belden in het prille begin niet naar de hulplijn, omdat zij dachten vanwege de naam van de hulplijn, dit niet voor hen bestemd was. Vandaar die naamsverandering zodat alle mensen weten dat de hulplijn voor een ieder is. 

De hulplijn is voor een ieder die behoefte heeft om te praten. Dus niet alleen om grimmige situaties door te geven. Er worden diverse vormen van mishandeling doorgegeven zoals fysieke, geestelijke of seksuele mishandeling, maar ook huiselijk geweld verwaarlozing, emotionele problemen, relaties met huisgenoten, etcetera. 

“Ernstige gevallen zoals mishandeling en seksueel misbruik horen we aan en wordt in samenspraak met de beller een besluit genomen. Ook met kinderen wordt gesproken, waarbij precies wordt uitgelegd dat de situatie waarin ze verkeren niet goed is en dat er iets moet gebeuren. We leggen dus uit wat er precies moet gebeuren. Deze cases worden meestal doorgeleid naar onze partners, te weten de politie, Jeugdzaken, de maatschappelijke dienst van het ministerie van Sociale Zaken en Bufaz (Bureau Familie Rechterlijke Zaken). We bereiden de mensen altijd op die doorverwijzing”, zegt de directrice.

Nadat de mensen zijn doorverwezen, monitort de stichting eventueel wel hoe de zaak is verlopen. “De situaties zijn in dit geval gemengd. Dat wil zeggen, dat het soms wel goed is gegaan, maar soms ook niet. Soms hebben de mensen helemaal geen goede ervaring, omdat de hulp soms te lang wegblijft. De partners hebben hun eigen werkwijze en het duurt soms lang voordat zij ingrijpen. Wij proberen wel steeds aan te zetten dat er iets wordt gedaan. We proberen de mensen ook voor te houden dat als het lang duurt voordat er iets gebeurt, het weer te melden aan de hulplijn zodat er weer aan de bel getrokken kan worden”, aldus directrice Jong A Lock-Dundas.

NK

Dit bericht is afkomstig van Dagblad Suriname. Bekijk het oorspronkelijke bericht hier.