PARAMARIBO, 21 mei – De rukwinden en de ravage die ze achterlaten moeten voor Suriname een teken aan de wand zijn. De dagen van zorgeloos inrichten en gevolgloos vernietigen van natuurgebieden zijn voorbij. Voorgoed voorbij. Maar of dat ook overal even goed beseft wordt. Alleen maar puin ruimen en optimistisch verder gaan is bij lange na niet genoeg meer.

Die zorgeloosheid en het optimisme zitten er bijna genetisch in. Alleen het enthousiasme is groter waarmee de natuur geweld wordt aangedaan. Aan de kust en in het achterland, Suriname legt de kiem voor natuurgeweld van Bijbels formaat. Natuurlijk is er zoveel waar niets aan te verhelpen valt, het is nu eenmaal de loop van de natuur. Suriname ligt laag en zal de opwarming van de aarde sowieso meer merken dan andere.

Wat in Nickerie is voorgevallen zal zich herhalen, in kleinere of grotere mate. De ramp legt Suriname’s gevoeligheid op niet mis te verstane manier bloot. Om de hete brij heen blijven draaien, heeft geen zin. Alles en iedereen met een beetje formele verantwoordelijkheid heeft zich wat vragen te stellen. En te beantwoorden uiteraard. Wat te doen met Paramaribo en andere kustplaatsen? Wat zijn de rol én de zin van de dijken die nu worden aangelegd?

Dit bericht is afkomstig van Suriname | Waterkant.Net. Bekijk het oorspronkelijke bericht hier.