GFC NIEUWS- Het ministerie van Economische Zaken, Ondernemerschap en Technologische Innovatie wenst als volgt te reageren om het artikel “Geduld pomphouders raakt op” verschenen in de Ware Tijd op 2 december 2020:

De Staat Suriname heeft een overeenkomst met de oliemaatschappijen voor de levering van olie en heeft derhalve jarenlang een zakelijke relatie met de oliemaatschappijen om oliegerelateerde issues te bespreken. De pomphouders hebben op hun beurt als onafhankelijke bedrijven allen een aparte overeenkomst met hun leverancier van olie waarin bepaalde zaken voor de pomphouder specifiek zijn vastgelegd.

Volgens ingewonnen informatie is het bij overeenkomst tussen de pomphouders en de oliemaatschappij vastgelegd wie zorg draagt voor bijvoorbeeld het onderhoud van het verhuurde pompstation. Dit laatste is bepalend bij de verdeling van de brutowinstmarges tussen deze twee partners.

Uit bekomen informatie is gebleken dat er verschillende soorten pompstations zijn, waarbij zij al dan niet eigendom zijn van de oliemaatschappij of de pomphouder of er is sprake van een huurovereenkomst waarbij allen aparte afspraken hebben met hun oliemaatschappij die olie voor hen levert.

Er bestaat thans een geschil over de verdeling van de brutowinstmarges tussen de oliemaatschappij SOL Suriname NV en de pomphouders die olie bij haar afnemen. Daar de overheid geen zakelijke relatie heeft met de pomphouders, stelt zij in overleg met de oliemaatschappijen een gezamenlijke bedrijfsmarge vast en laat de verdeling hiervan over aan de oliemaatschappij en de pomphouder.

Om de rust te bewaren in de oliesector heeft het ministerie van EZ in de afgelopen twee maanden getracht om partijen bij elkaar te brengen en veel informatie uit de sector ingewonnen. Het ministerie van EZ kan hierbij slechts een bemiddelende rol spelen. Het ministerie heeft beide partijen adviezen geboden hoe uit deze impasse te geraken.

Ten aanzien van de geruchten over een eventuele verhoging van de pompprijzen, kan het ministerie aangeven dat thans de schommelingen in de pompprijzen volledig kunnen worden toegeschreven aan de ontwikkeling van de wereldmarktprijzen van olie.

De oliesector krijgt al jarenlang deviezen van de Centrale Bank van Suriname voor de import van olie, waarbij steeds de officiële wisselkoers is gehanteerd. Sinds het laatste kwartaal van 2019 kan de Centrale Bank van Suriname niet meer voorzien in deze deviezen en is de oliesector toegewezen op de vrije markt voor haar deviezen, waarbij het verschil tussen de officiële koers en de vrije marktkoers wordt verrekend uit de government take.

Het is bekend dat thans de koersen op de vrije markt een stijgende trend vertonen, waarbij het verschil met de officiële wisselkoers steeds groter wordt en het steeds moeilijker wordt voor de overheid om deze te compenseren uit de government take.

Er worden thans gesprekken gevoerd hoe deze situatie op te lossen. Het ministerie zal op de ingeslagen weg voortgaan om de gemeenschap, inclusief de Servicestation Exploitanten Bond (SSEB), tijdig te informeren.

Het bericht Reactie minister EZ op artikel “Geduld pomphouders raakt op” verscheen eerst op GFC Nieuws.

Dit bericht is afkomstig van GFC Nieuws. Bekijk het oorspronkelijke bericht hier.