We hebben het in een eerdere editie gehad over liefdadigheid. Een belangrijk concept in de Islam is, dat we onze liefdadigheid niet waardeloos maken door degenen die we hebben geholpen, daarna te krenken, bijvoorbeeld door op te scheppen wat we allemaal voor die personen hebben gedaan, of door die personen te kleineren dat ze zonder onze hulp niet ver zouden zijn gekomen. Al zulke daden doen de grote zegeningen die we met liefdadigheid kunnen verdienen, teniet! “Degenen die hun rijkdom uitgeven langs Allah’s weg, en die geen verwijt of krenking laten volgen op wat zij hebben uitgegeven, hun beloning is bij hun Heer, en zij zullen geen vrees hebben, noch zullen zij treuren. Een vriendelijk woord vol vergeving is beter dan liefdadigheid gevolgd door krenking. … O jullie die geloven, maak jullie liefdadigheid niet waardeloos door verwijt of krenking, zoals degene die zijn rijkdom uitgeeft om door de mensen gezien te worden en niet gelooft in Allah en de Laatste Dag.” Onze liefdadigheid dienen we dus in het verborgen te verrichten; bij voorkeur niet in het openbaar. Ook de Bijbel beaamt dat, zoals we lezen in Mattheüs 6:3-4: “Maar als gij aalmoes doet, zo laat uw linkerhand niet weten, wat uw rechter doet; opdat uw aalmoes in het verborgen zij; en uw Vader, Die in het verborgen ziet, Die zal het u in het openbaar vergelden.” De Ramadan is de maand waarin extra aan liefdadigheid wordt gedaan. Laten we proberen deze goede daden vanuit het hart te verrichten, en niet om door anderen bewonderd te worden. “Wee de biddenden, … die goeddoen om gezien te worden!” (Koran 107:4, 6) (Bron: www.ivisep.org) R. Ahmadali

Dit bericht is afkomstig van GFC Nieuws. Bekijk het oorspronkelijke bericht hier.