(Wikipedia(Wp) met aanpassingen van ondergetekende(o.t)

Pluraliteit betekent bij verkiezingen dat een kandidaat het grootst aantal stemmen heeft ontvangen bij die verkiezingen, of dat één aan de kiezers voorgelegde keuze bij een referendum het grootst aantal stemmen heeft ontvangen van de kiezers(o.t).

Ter illustratie: Een persoon wint de verkiezingen door de meeste stemmen binnen te halen en niet door een meerderheid van stemmen, meer dan helft plus één(o.t).

Terwijl in Nederland de uitspraak wordt gebezigd dat de partij die de meeste stemmen wint de grootste is, is deze uitspraak feitelijk onjuist(o.t).

Ergo onjuist, omdat in Nederland een partij “alleen”  kan regeren als zij de meerderheid voor de zetels heeft behaald(o.t).

Na de verkiezingen kan er eventueel worden gekozen op basis van een tweede ronde.

Of in plaats van een tweede ronde, kan er ook een winnaar worden bepaald op basis van behaalde voorkeurstemmen(o.t).

Dit betekent dat de aan de kiezer voorgelegde kandidaten op de kandidatenlijst worden gerangschikt naar eigen voorkeur(o.t).

Soorten kiessystemen

De meest voorkomende kiessystemen zijn(Wp):

·         Evenredige vertegenwoordiging

·         Meerderheidsstelsel

·         Districtenstelsel met evenredige vertegenwoordiging

·         Districtenstelsel met meerderheidsstelsel

Kiessystemen kunnen ingedeeld worden naargelang het aantal zetels:

1.    dat tegelijk verkozen wordt waarin de zetels worden verkozen

2.    of, omgekeerd, naargelang het aantal kieskringen waarin de zetels worden verkozen.

Zo zijn er kiessystemen waar elke zetel afzonderlijk wordt verkozen en waar er dus evenveel kieskringen als zetels zijn.

Wat is een kieskring?

Een kieskring of kiesomschrijving is een gebied, waar bij verkiezingen op dezelfde kandidaten kan worden gestemd(online encyclopedie(ol.ency).

Een kieskring is het grondgebied waarbinnen de partijen een lijst kunnen voordragen. De politieke partijen die in het hele Vlaamse Gewest willen deelnemen aan de verkiezingen moeten dus in elke kieskring een andere lijst met kandidaten voordragen. Per kieskring zijn er een vooraf bepaald aantal zetels te verdelen. Dat aantal hangt af van het inwonersaantal in de betrokken kieskring.

Zowel in Nederland als in België is een kieskring een verzameling van een aantal stemdistricten.

Elk stemdistrict heeft ongeveer 1000 kiezers.

Een politieke partij die mee wil doen aan de verkiezingen, kan per kieskring beslissen om al dan niet mee te doen en mag voor iedere kieskring een eigen lijst indienen.

Kartel

Een kartel is een verbond tussen verschillende partijen om samen een verkiezingslijst te vormen.

Kiesdeler

De kiesdeler is een getal dat aangeeft hoeveel stemmen je moet hebben voor één zetel.

Kiesdrempel

Een kiesdrempel is een bepaald percentage van de geldige stemmen die een lijst moet behalen, om te kunnen meedoen aan de zetelverdeling.

Als de kiesdrempel 5 % is, en een partij behaalt slechts 4 % van de geldige stemmen, dan kan die partij niet meedoen aan de zetelverdeling.

Lijstduwer

De laatste kandidaat op een kieslijst.

Vaak zet men hier een populaire politicus, die niet echt verkozen wil worden maar die hiermee wel aangeeft dat hij de lijst volop steunt en er figuurlijk ‘een duwtje’ aan wil geven.

Lijststem

Een stem bovenaan een kieslijst.

Met een lijststem geef je aan dat je akkoord gaat met de volgorde van de kandidaten, zoals die op de lijst staan.

Lijsttrekker

De man of vrouw die op de eerste plaats van een kieslijst staat, noemen we de lijsttrekker. Het is meestal een zeer populaire politicus.

Meerderheid

Bij een stemming moeten de volksvertegenwoordigers zich uitspreken of ze voor of tegen een voorstel zijn. Een voorstel wordt pas aangenomen als het een meerderheid van de stemmen behaalt, dus de helft van de stemmen + 1. Volksvertegenwoordigers kunnen zich ook onthouden: dat wil zeggen dat ze zich niet uitspreken (dus niet voor of niet tegen).

Opkomstplicht

Opkomstplicht wil zeggen dat iedereen die stemgerechtigd is, verplicht is om zich op de dag van de verkiezingen aan te melden in een stembureau. In de meeste Europese landen is er geen opkomstplicht, maar enkel stemrecht. Stemrecht is het recht om bij de verkiezingen te mogen stemmen op een partij of kandidaat van jouw keuze.

Regeerakkoord

Een regeerakkoord is een overeenkomst tussen de partijen die samen een meerderheid gaan vormen en samen gaan regeren. Het is een overeenkomst over de dingen die ze samen willen realiseren gedurende de regeerperiode.

Oppositiepartij

Een oppositiepartij is een partij die geen deel uitmaakt van de coalitie en meestal tegen de voorstellen van de meerderheid stemt.

Kieskring:

1.    District

2.    Kiesdistrict

3.    Regionale stemmers

4.    Stemdistrict

Is er voor elke zetel een aparte kieskring, dan spreken we meestal van het districtenstelsel.

In dat geval kan er alleen sprake zijn van een meerderheidsstelsel, maar er zijn meerdere mogelijkheden om tot een meerderheid te komen:

1.    een relatieve meerderheid volstaat. Dit systeem wordt gebruikt in het Verenigd Koninkrijk, de Verenigde Staten, Canada, …

2.    absolute meerderheid is nodig; ontbreekt die dan wordt een tweede ronde georganiseerd tussen de (meestal twee) best geplaatste kandidaten uit de eerste ronde. Dit systeem wordt gebruikt in de Franse parlementsverkiezingen en bij de meeste rechtstreekse presidentsverkiezingen in de wereld(Suriname zou zijn systeem hierop kunnen aansluiten).

3.    absolute meerderheid is nodig; die wordt verkregen door zowel rekening te houden met de eerste voorkeur van de kiezers als met de alternatieve stemkeuze of volgorde.

4.    De tegenhangers van die systemen, zijn de kiessystemen waarbij er meerdere kieskringen zijn met telkens meerdere zetels (zoals in België) en kiessystemen waar er slechts één kieskring is voor alle zetels (zoals in Nederland en Israël).

In die gevallen zijn er verschillende systemen denkbaar om de zetels te verdelen. Ze kunnen als volgt ingedeeld worden:

1.    De kandidaten komen gezamenlijk op, zij verenigen zich op kandidatenlijsten. In dat geval heeft elke kiezer één stem die hij op één van die lijsten mag uitbrengen.

2.    Alle kandidaten komen individueel op. In dat geval zijn er meerdere systemen mogelijk: elke kiezer heeft slechts één stem, heeft evenveel stemmen als er zetels te verkiezen zijn of heeft een beperkt aantal stemmen (meer dan één, maar niet zoveel als er zetels te verkiezen zijn).

Binnen die indeling kunnen we ze verder als volgt indelen:

1.    Meerderheidsstelsels zoals hierboven beschreven voor één zetel, kunnen evengoed voorkomen bij kieskringen met meerdere zetels, zowel met kandidatenlijsten, als met individuele kandidaten (in dat geval hebben alle kiezers evenveel stemmen als er zetels zijn).

België kende tot de invoering van de evenredige vertegenwoordiging in 1900 een meerderheidsstelsel met kandidatenlijsten en een tweede ronde (“ballotage”) als er geen absolute meerderheid was in de eerste ronde.

2.    Tussenstelsels waarbij elke kiezer slechts één of een beperkt aantal stemmen heeft, zorgen voor een minderheidsvertegenwoordiging, maar zijn geen stelsels van evenredige vertegenwoordiging. Het stelsel met één stem per kiezer heet “Single Non Transferabele Stemmen (niet overdraagbare stemmen)” en werd vroeger in Japan gebruikt.

Het stelsel met meerdere stemmen per kiezer, maar niet zoveel als er zetels zijn heet “Limited(beperkte) Stemmen” en wordt gebruikt voor de verkiezing van het grootste deel van de Spaanse Senaat en, in België, voor de verkiezing van O.C.M.W.-raadsleden door de gemeenteraad.

3.    Evenredige vertegenwoordiging is alleen mogelijk met kandidatenlijsten.

4.    “Single Transferabele Stemmen ” (zie Single Transferabele Stemmen onder het kopje eén keuze of volgorde?)

Eén keuze of volgorde als leertraject voor de Surinaamse kiezers hoe te kiezen?

De meeste kiessystemen zijn “categorische” systemen: elke kiezer kan slechts één kandidaat of partij aanduiden.

Er zijn echter ook “ordinale” kiessystemen waarbij elke kiezer meerdere opeenvolgende keuzes kan maken.

Meestal gebeurt dit door twee opeenvolgende stemrondes te organiseren.

Dit systeem wordt gebruikt in de Franse parlementsverkiezingen en bij de meeste rechtstreekse presidentsverkiezingen in de wereld(zou Suriname ook kunnen doen).

Dit kan echter ook in één stemronde door de kiezer de kandidaten in volgorde te laten plaatsen: elke kiezer moet bij de kandidaten 1, 2, 3, … aanduiden.

De stemmen voor de slechtst geplaatste kandidaten volgens eerste voorkeur worden dan herverdeeld volgens de tweede voorkeur van de kiezers. Het is een systeem met één stemronde maar meerdere telrondes.

Als op die manier één zetel wordt verkozen, dan heet dergelijk systeem Alternatief Stemmen. Dit systeem wordt gebruikt bij parlementsverkiezingen in Australië, bij de verkiezingen voor de Londens burgemeester en in Nederland door de PvdA bij ledenraadplegingen, zoals bij het PvdA-partijleiderschapsreferendum 2012.

Als op die manier meerdere zetels worden verkozen, dan heet dergelijk systeem “Enkelvoudige Transferabele Stemmen (STV)”. Dit systeem wordt gebruikt in Ierland, Noord-Ierland en Malta.

Evenredige vertegenwoordiging en districtenstelsel

In een systeem met evenredige vertegenwoordiging krijgt een partij een aantal zetels naar verhouding van het aantal stemmen over het gehele gebied, in een districtenstelsel met meerderheidsstelsel wordt in elk district de kandidaat met de meeste stemmen gekozen. Het districtenstelsel met evenredige vertegenwoordiging vormt een tussenvorm tussen de twee.

In een meerderheidsstelsel hebben de meeste kleine partijen geen kans om een zetel te halen, tenzij hun aanhang in een bepaald gebied geconcentreerd is. Hierdoor leidt een meerderheidsstelsel vaak tot een politiek systeem met twee grote partijen (bijvoorbeeld in de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk), terwijl een systeem van evenredige vertegenwoordiging meestal tot coalitieregeringen aanleiding geeft (bijvoorbeeld Nederland, België, Duitsland, Scandinavië).

Argumenten voor evenredige vertegenwoordiging

·         Ook kleinere politieke partijen kunnen hun stem laten horen.

·         Minder plotselinge veranderingen van politiek door coalitieregeringen.

·         Minder risico van een keuze tussen ’slecht’ en ‘nog slechter’.

·         In een districtenstelsel heeft de vorm van de diverse districten invloed op de uitslag; dit leidt tot een mogelijkheid van de machthebbers om de uitslag te beïnvloeden.

·         Betere garanties dat de winnaars van de verkiezingen ook inderdaad een meerderheid hebben. In een districtenstelsel kan iemand die nipt verliest in sommige districten, en ruim wint in andere, een meerderheid van stemmen halen en toch de verkiezingen verliezen.

Argumenten voor een districtenstelsel

·         Omdat ieder in zijn/haar eigen district kiest, is er een nauwere band tussen kiezer en gekozene.

·         Bij een coalitieregering is het een kiezer vooraf niet duidelijk waarvoor hij/zij eigenlijk kiest

Parallelle en gemengde systemen

Combinaties van evenredige vertegenwoordiging en districtenstelsel komen ook voor. Het eenvoudigst is dan dat beide systemen parallel met elkaar worden toegepast. Zo wordt de ene helft van het Russische parlement verkozen via evenredige vertegenwoordiging op nationaal vlak en de andere helft via een districtenstelsel.

Bij verkiezingen voor de Spaanse senaat krijgt iedere provincie van het land een aantal zetels toegedeeld, dat vervolgens evenredig met de verkiezingsuitslag verdeeld wordt. Kleinere partijen maken hierdoor weinig kans verkozen te worden. Hierdoor is er dus sprake van een combinatie van het districtenstelstel en evenredige vertegenwoordiging

In de Surinaamse variant gaan twee zetels per district naar twee partijen met de meeste stemmen. De 31 overige zetels worden verdeeld volgens het principe van landelijke evenredigheid op basis van het grootste gemiddelde. Betekent ergo dat kandidaten van kleinere partijen volgens dit principe ook geen kans maken verkozen te worden.

A.H.Tjauw-A-Hing

Dit bericht is afkomstig van GFC Nieuws. Bekijk het oorspronkelijke bericht hier.