President Chandrikapersad Santokhi heeft donderdag aan de vooravond van 159 jaar Keti Koti een oproep gedaan tot eenheid en harmonie tijdens een bijeenkomst met verschillende Afro-Surinaamse organisaties, gebundeld in het Nationaal Comité Slavernijverleden, in het presidentieel paleis. “Wij als samenleving zullen meer raakvlakken moeten identificeren om ons samen te binden. De regering zet zich ervoor in die eenheid te bereiken.”

De bijeenkomst werd bijgewoond door vicepresident Ronnie Brunswijk, first lady Mellisa Santokhi-Seenacherry, parlementsvoorzitter Marinus Bee en de staatsadviseurs Rusland en Paul Somohardjo. Zowel president Santokhi, vicepresident Brunswijk, parlementsvoorzitter Bee als staatsadviseurs Rusland en Somohardjo kregen een schouderdoek omgehangen, terwijl first lady Santokhi-Seenacherry en Adolfine Cairo, de echtgenote van de vicepresident, een Mis’ de Neef-angisa in overhandigd kregen.

Die vrijheid zal te allen tijde behouden moeten worden en moeten leiden tot welvaart en welzijn van de samenleving. President Santokhi zei, dat geen enkele vorm van slavernij meer geduld moet worden, en dat liefde en respect moeten prevaleren. “Als president zal ik alles wat in mijn vermogen ligt, doen om die vrijheid te behouden en de woon- en leefomstandigheden van alle landgenoten verbeteren.”

De regering zal ook meer tijd, energie en middelen investeren in groepen met een achterstand. Dit om te zorgen voor een gelijkwaardige samenleving. Volgens president Santokhi heeft de regering de taak om de uitdagingen die dit met zich meebrengt te overbruggen. Herstel van het slavernijverleden dient op een zodanige wijze te geschieden dat dit leidt tot versteviging van de natie.

Het staatshoofd memoreerde dat er na de afschaffing van de slavernij contractarbeiders uit verschillende delen van de wereld naar Suriname werden gehaald. “1 juli 1863 is een belangrijke dag voor ons geliefd Suriname; die dag is begonnen aan de bouw van de bromki dyari”, stelde de president. Hij bleef ook stilstaan bij de discussie rond de herstelbetalingen, die met een goede dialoog tussen Suriname en Nederland aangepakt dient te worden.

Johan Roozer en Siegmien Staphorst zijn respectievelijk voorzitter Nationaal Comité Slavernijverleden en voorzitter Raad van Advies van het Nationaal Comité Slavernijverleden. Zij toonden zich ingenomen met de ontvangst op het paleis.

Staphorst gaf aan dat de verschillende Afro-Surinaamse organisaties zich in maart gebundeld hebben. Een van de voornaamste doelen is de positie van de Afro-Surinamers aan de orde te stellen. Staphorst zegt dat de organisaties de plicht hebben koloniale gebeurtenissen te verwerpen. Zij hebben tevens de plicht de basis te leggen voor kennis over deze periode alsook mensen bewust te maken van het ontwikkelen van de eigen identiteit.

Voorzitter Roozer merkte op dat het slavernijverleden meer als een vraagstuk gezien moet worden. Volgens hem kunnen de historische sporen van de slavernij niet meer gewist, maar wel voorkomen worden. Hij legde de nadruk op het tot stand brengen van echte en duurzame vooruitgang alsook het hooghouden van menselijke waarden.

Dit bericht is afkomstig van Dagblad Suriname. Bekijk het oorspronkelijke bericht hier.