Emanuel van Gonter

Samengesteld door: Ingrid Hill-Peerwijk, zijn Peetdochter

Emanuel van Gonter is enorm bekend geworden door zijn rol in ‘Wan Pipel’. Maar zijn leven als lid van verschillende koren, is ook niet onopgemerkt gebleven. Graag geef ik u een kijkje in het koorleven van Emanuel van Gonter.

Het begon allemaal met zangles op school. De heren Harras, Oostburg en Van der Geld gaven muziekles aan een tweestemmig schoolkoor met sopranen en alten. “Als je het do-re-mi niet kende, kreeg je ook nog pakslaag van de onderwijzer,” weet van Gonter zich te herinneren.

Scholen als de Christiaan Davidschool, Selecta- en de Rust en Vredeschool waren de ‘zingende’ scholen. Met de Comeniusschool zong hij elke donderdag op het Sivaplein. Soms werden er ook nog wedstrijden gehouden onder de schoolkoren. Sinds die periode is de liefde voor koorzang ontstaan bij Emanuel ‘oom Man’ van Gonter.

Eerste koorervaring

Het eerste concert dat oom Man meemaakte was toen hij ergens in de twintig was. Hij ging met een vriend mee naar een concert van het mannenkoor Maranatha. Toen maakte hij ook kennis met het woord ‘concert’. Daarvoor was het altijd ‘optreden’ of gewoon ‘zingen’.

In het voorprogramma trad een mannenkwartet op. Het waren de jongens Hugo van Ams, Struiken, Boezerman en Edy Drielingen. “Ik luisterde met ‘baba’ naar ze. Met open mond. Den boi singi jongu.” Ze waren ook leden van Maranatha, maar traden ook als een kwartet op. Daarna kwam het groot koor op de planken met als dirigent Walther Leerdam. Van Gonter dacht toen terug aan de jaren op de Comeniusschool, waar hij eigenlijk meer Nederlandstalige liederen heeft gezongen. Tijdens dit concert maakte hij kennis met Negro Spirituals.

Maranatha

Op een verjaardagsfeestje, waar het kwartet moest zingen, maakte hij persoonlijk kennis met Drielingen en daarna met Van Ams. En de vlotte babbel die oom Man heeft, maakte dat hij binnen korte tijd in Maranatha belandde. Aangezien hij al die jaren niet had gezongen, was hij achteruit gegaan in het treffen van de juiste toonhoogte.

Om dat weer op niveau te krijgen oefende hij elke zondagmorgen bij Van Ams thuis, voor zij naar de koorrepetitie gingen.

Maranatha zong veel liederen in het Duits, Frans en Engels. Dat waren de talen die toen op school geleerd werden. Zijn eerste concert was in Thalia, de plek voor concerten.

Van Gonter werd tijdens een koorrepetitie benoemd tot voorzitter van het koor. Jaren daarna werd hij tegengewerkt omdat hij als ‘iemand die geen opleiding had genoten’ geen leiding kon geven aan het bestuur, vonden enkele leden. Hij bleef evenwel nog lid van het koor, tot hij uit onvrede over de gang van zaken, bedankte.

Jedikeko

Dominee Meeuwes, jeugdpredikant, tevens directeur van het Jeugdcentrum voelde het gemis van koorzang tijdens de jeugddiensten van de Evangelische Broedergemeente. Hij sprak met Herman Tjauw A Hing over zijn ideeën op de diensten te laten opluisteren door een koor. Tjauw A Hing startte met jonge dames en heren een koor, dat later werd overgenomen door Hugo van Ams.

Omdat de jongens in het ‘Jeugddienst Kerkkoor’ in de minderheid waren, mocht Van Gonter ook daar zijn krachten geven. Van zijn werkgever op Commewijne mocht hij officieel om de twee weken voor een weekend naar Paramaribo. Toch speelde oom Man het klaar om elke vrijdag de koorrepetitie te bezoeken met daartussen ook een bezoekje aan Greta, zijn schatje.

In dit koor was Van Gonter niet alleen voorzitter, maar ook vriend en vader. Het laatste maakte dat hij door twee vrouwelijke leden werd omgedoopt tot ‘Goede Vader’. Tot aan zijn overlijden is hij ere voorzitter van Jedikeko geweest.

Harmonie

Toen hij Maranatha verliet voelde hij wel het gemis van al die mannenstemmen. Hij sloot zich aan bij een ander mannenkoor, Harmonie, onder leiding van Leo Heinemann, waar hij met open armen werd ontvangen. Heinemann noemt hij een “goede dirigent en een prettig mens met zijn hart op zijn tong.” Vanwege onder andere zijn leidinggevende kwaliteiten en hulpvaardigheid, werd Van Gonter ook in dit koor gekozen tot voorzitter.

Oom Man heeft ook nog gezongen in het Saronkoor. “Maar niet lang, want a sani ben kon furu tumsi.” Hij zong tegelijkertijd in Jedikeko, Harmonie en Saronkoor

Koorleden die hij bewondert (heeft)

Edy Drielingen, Boezerman, Struiken en Braam van Maranatha, Meilisse van Harmonie en Robles van Jedikeko “maar hij is wel een moeilijke man,” zegt hij over laatstgenoemde. Deze mannen hadden niet alleen bijzondere stemmen, maar ze kenden hun stukken op en top. Voor wat de vrouwen betreft zegt oom Man Mavis Noordwijk de beste te vinden, maar zij heeft een muziekopleiding genoten.

En voor iemand die helemaal geen muziekopleiding heeft genoten, bewondert hij Louise Peerwijk enorm. Zij wordt straks 83 en is nog steeds actief lid van Jedikeko. “Wanneer niemand het stuk nog kent, zingt zij het al foutloos uit het hoofd. God given.” Daarbij komt nog dat zij op weg naar de koorrepetitie wel eens bij het licht van een lantaarnpaal samen met Louise Koningferander, nu wijlen, nog eens een moeilijk gedeelte van een lied doornam. Verder heeft hij bewondering voor Antoinette Seca-Dissels die ondanks haar hoge leeftijd (80+) nog goed zingt en haar stukken instudeert en voor Eleonoor Snijders-Wijnaldum met eveneens een goede stem.

Bewondering voor Dirigenten

“Alle dirigenten zijn goed, maar het ligt aan de manier van leiden en kennisoverdracht.” Toch plaatst hij Hugo van Ams boven aan de lijst. “Je kon het verhaal van het lied in zijn handen lezen tijdens het dirigeren”. Van Ams nam ook de tijd en moeite om de liederen die in het Frans, Duits of Engels geschreven waren, voor het koor te vertalen. Dat maakte dat de leden de liederen begrepen en meer gevoel in konden zetten omdat ze wisten waar de liederen over gingen.

Dit bericht is afkomstig van GFC Nieuws. Bekijk het oorspronkelijke bericht hier.