Minister Belfort van Justitie en Politie heeft aangegeven, dat naar zijn mening, Het Hof van Justitie mede debet is aan het structurele tekort aan rechters: “Er worden allerlei onzichtbare muren opgeworpen om het tekort te blijven handhaven en dat is niet goed”, stelt de minister. Het is een gegeven dat de rechterlijke macht voor een vlotte en tijdige afdoening van zaken in eerste aanleg plusminus dertig rechters tekort komt.

Het is daarnaast eveneens een gegeven, dat onze republiek nog steeds geen Gerechtshof heeft, dat is toegerust met rechters die zich enkel en alleen met zaken in hoger beroep bezig houden. Rechters dus, die verder niets van doen hebben met zaken in eerste aanleg. Voor dit zelfstandig opererende Gerechtshof zouden er, conservatief geschat, eveneens een mens of veertig nodig zijn.

Het is volledigheidshalve goed om aan te geven, dat de rechterlijke macht, herhaaldelijke verzoeken ten spijt, nog altijd geen zelfstandige budget tot haar beschikking heeft: zij is voor haar reilen en zeilen volledig op de wetgevende en de uitvoerende Macht aangewezen. Me dunkt dat een verandering op korte termijn in deze volstrekt onverteerbare situatie meer dan geboden is.

De portemonnee dient ruim open te worden getrokken, opdat de tekortkomingen structureel kunnen worden aangepakt: zowel ten aanzien van het Kanton als van het Hof.

Aard en karakter van dit instituut brengt met zich mee, dat er van de rechterlijke macht geen reactie op de door de minister geuite verwijten hoeft te worden verwacht. De heer Belfort is zich hiervan terdege bewust:  ervaringen uit ‘zijn vorige leven’, eerst  als ambtenaar van politie en daarna als directeur penitentiaire zaken, snellen hem ogenblikkelijk te hulp bij het bepalen van de juiste ‘spanbreedte’ richting de rechterlijke macht. Dat hij van deze (voor)kennis, politiek gemotiveerd, GEBRUIK maakt valt misschien nog enigszins te billijken.

Dat hij hier OSTENTATIEF MISBRUIK van maakt, valt echter absoluut niet goed te praten. De minister misbruikt met zijn opmerking zijn machtsmonopolie ten opzichte van de rechterlijke macht. Hier past slechts één kwalificatie bij: buitengewoon laakbaar! Macht hebben is één ding; daar prudent mee kunnen omspringen, blijkt eens te meer, is echter een totaal ander ding.

Wij zouden de minister dan ook het welgemeende advies willen geven, om in de nabije toekomst toch ietwat voorzichtiger met zijn verwijten richting de Derde Macht om te springen. Het kan daarbij evenmin kwaad om vooraf toch zelf even naakt voor de spiegel te gaan staan. Regeringen en DNA van de afgelopen dertig jaar hebben in de omgang met de rechterlijke macht consequent en vaak zelfs bewust hele steken laten vallen.

Om vandaag de dag met goedkope en gezochte verwijten de goegemeente om de tuin te trachten te leiden respectievelijk hen op het verkeerde spoor te willen zetten, is daarom echt ongehoord en onverteerbaar. Nogmaals: het onder het huidige regiem rechters het verwijt maken, dat zijzelf primair aan de geconstateerde tekortkomingen debet zijn, raakt naar onze mening  kant nog wal en is in deze toch echt een behoorlijk aantal stappen te ver. Mijnheer de minister, doe ons a.u.b. een genoegen:  FOR GOD’S SAKE MINISTER, TONE DOWN YOUR VOICE……THANK YOU!!

EVERYBODY HAS THE RIGHT TO BE STUPID. BUT NO ONE HAS THE RIGHT TO MISUSE THIS PRIVILEGE.

GUNO RIJSSEL

Dit bericht is afkomstig van GFC Nieuws. Bekijk het oorspronkelijke bericht hier.