De verhoging van het omzetbelastingtarief voor goederen en diensten zal relatief een beperkt lastenverzwarende effect hebben voor de samenleving, omdat het niet geldt voor goederen die gerekend worden tot de eerste levensbehoeften. De verhoging van de omzetbelasting zal ook niet leiden tot verhoging van het algemeen prijspeil. Bij de Wet Omzetbelasting zijn als bijlagen opgenomen een lijst van goederen waarop geen O.B. wordt geheven, en een lijst van diensten die expliciet genoemd worden als onderhevig te zijn aan het betalen van O.B. Enkele Assembleeleden, van vooral de oppositie, zijn het niet helemaal eens met de minister.

Meer inkomsten

Minister Armand Achaibersing van Financiën en Planning zei dinsdag 3 augustus in het parlement dat hij maandelijks voor de staat een bedrag van SRD 22 miljoen aan meeropbrengsten verwacht met de verhoging van de omzetbelasting. Hij legde uit dat de verhoging van de omzetbelasting van 10 naar 12% voor goederen en van 8 naar 12% voor diensten een voorloper is om te komen tot de invoering van de BTW. De verhoging van het O.B.-tarief naar 12% ziet hij als een transitie voor de invoering van BTW. Die zal volgens hem rond de 15% komen te liggen, vergelijkbaar met landen in de regio. De verhoging van de O.B., en straks daarvoor in de plaats de invoering van BTW, noemt hij als noodzakelijke maatregel om de inkomsten van de staat te verhogen. Ook moet het gezien worden in het kader van de hervorming van het hele belastingdienst en de overhaul van het belastingsysteem.

De Financiën-minister geeft toe dat in de afgelopen zes maanden slecht 26% van de verwachte O.B. inkomsten voor dit jaar is binnengehaald. Hij wijt dit aan de Covid-situatie, onderbezetting en een kapotte Belastingdienst. Achaibersing benadrukte, dat handhaving erg belangrijk is bij de inning van belasting. Hij zei te werken aan de versterking hiervan. De minister zei ook mee te kunnen gaan met het voorstel vanuit het college gedaan om de omzetgrens van SRD 6.000 per jaar de brengen naar SRD 24.000 per jaar. Bedrijven en ondernemingen betalen over dit bedrag geen omzetbelasting.

Achaibersing deed uit de doeken dat in het kader van de belastinghervormingen hij binnenkort over zal gaan tot uitbreiding van de fiscale jurisdictie. Alle economische activiteiten die in het land en in de economische zone van Suriname worden ontplooid zullen belastbaar zijn. Bedrijven en personen zullen dus belasting moeten betalen zoals inkomstenbelasting, loonbelasting en omzetbelasting. Ook experts die uit het buitenland worden gehaald om hier te komen werken zullen belasting moeten betalen.

Ook de Wet Vermogensbelasting zal worden aangepast  en hiertoe zijn er gesprekken gaande met het Management Instituut GLIS. De samenwerkingsovereenkomst tussen het Openbaar Ministerie en de Belastingdienst noemt de minister ook als een van de maatregelen ter verhoging van de staatsinkomsten.

Achaibersing kondigde aan de invoering binnen niet al te lange tijd van de zogeheten bronbelasting. Hoewel dit in eerste instantie gefocust zal zijn op de ontwikkelingen in de olie- en gasindustrie zal dit op termijn doorgetrokken worden naar alle productie sectoren. De bronbelasting zal rond de 15%  komen te liggen. Bronbelasting is een soort voorschot op het betalen van inkomstenbelasting bij contractors die diensten leveren aan buitenlandse maatschappijen. De bronbelasting wordt daarbij verrekend met de te betalen inkomstenbelasting. Maar daarvoor moet het bedrijf wel belastingaangifte doen, wat nu niet gebeurd.

Rond zes uur dinsdagavond waren de debatten in het parlement inzake de wijziging van de Wet Omzetbelasting nog steeds gaande. Diverse leden van het parlement zijn het totaal niet eens met de minister, dat de verhoging van de omzetbelasting relatief beperkt lastenverzwarend effect heeft op de samenleving.

SS

Dit bericht is afkomstig van Dagblad Suriname. Bekijk het oorspronkelijke bericht hier.