Al langere tijd ervaart Suriname de nadelige gevolgen van de stopzetting van de reguliere geldzendingen, nadat in april vorig jaar euro 19,5 miljoen door het Nederlandse Openbaar Ministerie in beslag werd genomen.

Zo is er een tekort aan contante US dollars en een overschot aan contante euro’s en een nadelige invloed op de wisselkoers.

In deze slepende kwestie is het punt aangebroken om de Nederlandse rechter te verzoeken het beslag op te heffen. De Centrale Bank en de handelsbanken hebben daartoe eensgezind besloten.

De banken, die nooit als verdachte zijn aangemerkt, hebben alle medewerking verleend aan het onderzoek en hebben geprobeerd in overleg met het Nederlandse Openbaar Ministerie de zaak op te lossen.

Het Nederlandse Openbaar Ministerie bleek evenwel onvoldoende oor te hebben voor de argumenten van de banken en voor de negatieve impact op de Surinaamse economie. Daarom wordt de kwestie nu aan de rechter voorgelegd.

Het team van advocaten ziet de uitkomst met vertrouwen tegemoet: de oorspronkelijk opgegeven beslaggrond is vervallen en er is geen andere redelijke grond voor voortduring van het beslag.

Los van het opheffen van het huidige beslag wordt gewerkt aan een oplossing voor toekomstige geldzendingen. De banken hebben er vertrouwen in dat die binnen afzienbare tijd hervat kunnen worden en de monetaire situatie zich normaliseert.

Het bericht Kwestie geldzending naar volgende fase verscheen eerst op GFC Nieuws.

Dit bericht is afkomstig van GFC Nieuws. Bekijk het oorspronkelijke bericht hier.