Het probleem met de wisselkoers is niet een probleem van vandaag. Het is een structureel probleem van de Surinaamse economie. Sedert de onafhankelijkheid in 1975 tot heden, hebben politici c.q. de leiders van het land een waardeloos economisch beleid gevoerd. Om een aantal redenen is men niet in staat geweest te investeren in de eigen deviezen verdiencapaciteit van het land.

Ir. Richard Kalloe, oud-minister van Handel en Industrie (HI) en oud-directeur van de Nationaal Ontwikkelingsbank (NOB), zegt dat de leiders in het land niet in staat zijn de economie van het land te “managen”. Hij maakt zich ook geen illusie dat met de mogelijke komst van de olie-industrie dit zal veranderen. 

Het olie-sprookje 

“Het verhaal dat onze leiders nu vertellen dat het volk straks in oliedollars zal baden is een sprookje. Los van het feit dat over een aantal jaren de wereld zal overschakelen naar andere duurzame bronnen van energie waardoor de olieprijs steeds zal dalen, zullen de daadwerkelijke inkomsten uit olie-exporten niet naar Suriname gaan maar naar het buitenland. De exportopbrengsten gaan niet naar de Centrale Bank, maar naar de bankrekening van de multinationals in het buitenland. Dat was het geval geweest met bauxiet, en nu met de goudexporten. Het land is thans wat deviezeninkomsten betreft nagenoeg compleet afhankelijk van de mijnbouw, namelijk de goudsector. Wat daarvan werkelijk in handen komt van het land zijn wat kruimels”, aldus Kalloe.

“Het land is na de bauxietindustrie arm gebleven, en nu met de goudindustrie  zien wij de bewijzen daarvan dagelijks om ons heen”, stelt Kalloe.  

Met de incompetentie die de politieke leiders sedert de onafhankelijkheid aan de dag hebben gelegd om de economie te managen ziet de oud-minister en oud-bankdirecteur geen redenen om ervan uit te gaan, dat met de eventuele komst van de olie-industrie zaken anders zullen gaan uitpakken. Zolang het land niet in staat is om te investeren in de eigen deviezenverdiencapaciteit, “zullen we arm blijven en steeds het probleem hebben van de wisselkoers”, aldus Kalloe. 

Meer verdienen dan uitgeven

Kalloe zegt ook, dat zolang het land meer deviezen verdient door middel van export dan dat er uitgegeven wordt aan import, er geen probleem is. Daarnaast is het van belang, dat ervoor gezorgd dient te worden dat de in omloop zijnde geldhoeveelheid zodanig is, dat er geen excessieve vraag ontstaat naar valuta waardoor de koers omhoog wordt gedrukt. Verhoging van de productiviteit en efficiëntie zijn ook belangrijke zaken die goed in de gaten gehouden dienen te worden gehouden. 

Het structureel probleem van de Surinaamse economie heeft volgens Kalloe met deze drie bovengenoemde zaken te maken. Hij zegt dat de wisselkoers niet met woorden en mooie verhalen bedwongen zal worden. Er moet concreet en structureel geïnvesteerd worden in de eigen deviezen verdiencapaciteit. “Al het andere dat men het volk tracht voor te houden zijn waardeloze praatjes”, aldus Richard Kalloe. 

Uit bijgaande tabellen die de cijfers aangeven van de lopende rekening van Suriname over de periode 2016 tot en met 2019 blijkt het negatieve saldo tussen wat aan deviezen het land binnenkomen en uitgaan. Tabel 1 betreft de lopende rekening naar plaats, en tabel 2 geeft weer de lopende rekening naar bezit. De lopende rekening naar bezit geeft aan het deviezensaldo dat werkelijk in het bezit is van het land. De negatieve saldo naar bezit is vele malen groter dan het negatieve saldo naar plaat.   

SS

Dit bericht is afkomstig van Dagblad Suriname. Bekijk het oorspronkelijke bericht hier.