Dat de kwaliteit van ons taalgebruik al jaren een vrije val naar beneden maakt, is een niet te ontkennen feit. Regels omtrent spelling schijnen, net als de regels voor het verkeer of die gelden voor het algemeen bestuur, meer als richtlijnen beschouwd te worden.

Willekeurig gebruik van lidwoorden, voorzetsels of de creatie van eigen woorden bij een te kleine woordenschat, zijn zaken die op alle niveaus voorkomen.

Of er enig verband tussen de staat van ons taalgebruik en ons lidmaatschap van een bepaalde taalunie bestaat, weet ik niet maar het geeft wel te denken.

Goede beheersing van een taal staat aan de basis van ontwikkeling. Goed kunnen rekenen is essentieel, maar als sommen of vraagstukken niet begrepen worden vanwege het niet goed beheersen van de taal, houdt het snel op.

Wie zichzelf de tijd en moeite gunt kan in de kranten over de jaren heen het taalverval goed volgen. Vandaag de dag is het niveau zo erg gedaald dat er vaak naar de inhoud van een krantenartikel moet worden gegist, omdat het taalgebruik het lezen zonder enige fantasie onmogelijk maakt.

De aangekondigde acties van de minister van onderwijs t.a.v. de herscholing van lagere school onderwijskrachten is een goede stap in de richting van herstel. Ik hoop dat dit plan niet, zoals de meeste plannen van regeringswege, slechts uitgewerkt is tot het onderdeel “doelstelling”.

Waar de nodige arbeidskrachten vandaan moeten komen om al de honderden herscholingslessen en begeleidingen te verzorgen is vooralsnog een raadsel. Immers heeft de het gebrek aan kundigheid van degenen die hergeschoold moeten worden een oorzaak. En die kan alleen gezocht worden in de kwaliteit van de opleidingen. Wat dus inherent inhoud dat de lesgevenden op de verschillende opleidingen ook niet van voldoende niveau zijn en dus ook niet ingezet kunnen worden om de herscholingen te verzorgen. Integendeel dienen ook zij geherschoold worden.

Maar wij hebben te maken met een verval en kwaliteit die terug gebracht moet worden. Het enige wat dus moet worden gedaan is een kwantitatieve analyse te maken over de kwaliteit van het taalgebruik over de tijd. Het zal mij niet verbazen dat dan al snel blijkt dat er nog een hele generatie die “nog wel weet hoe het hoort”. Het op grote schaal inzetten van welwillende gepensioneerden als b.v. tutoren en kwaliteitsbewakers op de verschillende scholen en instellingen die opleiden tot leerkracht, zal enerzijds een overbrugging zijn totdat het algemeen onderwijzersniveau weer op acceptabele hoogte is en anderzijds voor zeer snelle verbeteringen zorgen in het onderwijs van nu. Belangrijk is natuurlijk dat deze mensen goed betaald worden, meer nog dan ze zouden verdienen indien zij nog niet gepensioneerd zouden zijn.

Tot slot: discussies over onderwijs zijn al jarenlang het enge domein van zij die actief zijn in het onderwijsproces. Dit is mijns inziens een fundamenteel verkeerde aanpak die de grootste reden is dat ons onderwijssysteem al decennialang niet is aangepast aan de maatschappelijke behoeften. Onderwijsgevenden en onderwijsdeskundigen houden zich bezig met het geven van onderwijs. De maatschappij bepaald wat er onderwezen dient te worden. Dat betekend dus dat discussies over onderwijs ALTIJD breed maatschappelijk gevoerd moeten worden. Dat dit besef er niet is, zien wij aan de samenstelling van wat nu momenteel het meest invloedrijke orgaan binnen het onderwijsgebeuren beschouwd mag worden, de “taskforce” onderwijs. De leden van deze taskforce zijn allen diepgeworteld in het onderwijsgebeuren en enige significante bijdrage van b.v. het bedrijfsleven is niet zichtbaar. Een prachtig kostbaar voorbeeld van de (on)zin om de richting van het onderwijs te laten bepalen door vrijwel alleen onderwijsgevenden en –deskundigen is het nu doodgezwegen 11-jarige onderwijstraject. Suriname is met haar grote mijnbouw activiteiten, haar agrarisch potentieel en de bijna utopische wens om producten te produceren uit haar grondstoffen, een land waar het onderwijs gedomineerd moet worden door techniek en technologie. Hoe wij dit kunnen bereiken zou uitgangspunt moeten zijn in discussies over onderwijs en niet enkel hoe slagingspercentages omhoog kunnen of wat het minimale kennisniveau zou moeten zijn van de Surinamer.

ir. Ivan Blankendal

In de rubriek ‘Ingezonden’ stelt GFC Nieuws een ieder in de gelegenheid om een eigen mening of visie te geven op alle actuele ontwikkelingen en/of relevante onderwerpen. Stukken die geplaatst worden komen niet noodzakelijkerwijs overeen met de visie en/of de mening van de redactie.  De redactie heeft het recht om de stukken wel of niet te plaatsen, in te korten of te redigeren, zonder de mening en/of visie van de inzender aan te tasten. Er worden alleen stukken geplaatst die behoudens een ieders verantwoordelijkheid voldoen aan wat gesteld wordt in de Surinaamse wetgeving.

Dit bericht is afkomstig van GFC Nieuws. Bekijk het oorspronkelijke bericht hier.