Jan Gajentaan

Gisteren waren de rapen weer eens gaar: als gevolg van de voorgenomen financiële ondersteuning van 50.000 Euro vanuit Suriname voor het noodlijdende Kwakoe festival, gingen de Nederlandse media en politici “vol op het orgel”. Sommigen politici spraken van “bloedgeld”. De Telegraaf kopt gisteren: “Kamer walgt van Bouterse”. De herkomst van het geld is overigens nog onduidelijk, maar ik vermoed dat enkele Surinaamse staatsbedrijven ervoor op zullen moeten draaien.

Het Nederlandse dekolonisatie proces van de laatste zestig jaar kan worden samengevat als één groot drama. Ik denk dat Nederland ook nu weer dezelfde fout maakt als altijd: namelijk de dominee uit willen hangen en de eigen morele verontwaardiging voorop stellen, maar zich ondertussen gedragen als een koopman, die vooral let op de eigen centjes.

Zowel bij de Surinaamse als bij de Indonesische bevolking heeft die benadering altijd tot een grote irritatie geleid, met als gevolg dat er geen enkele voormalige koloniale grootmacht is die zo’n beroerde en woelige relatie heeft met de voormalige gebiedsdelen als Nederland. Frankrijk en Engeland doen het in dit opzicht een stuk beter.

Ook de eerste president van Indonesië, Soekarno, is jarenlang fel door Nederland bestreden. Soekarno was in die tijd in Nederland zeer omstreden, vanwege zijn actieve pro-Japanse rol tijdens de oorlog en later vanwege het vestigen van een persoonlijke heerschappij, die een zeer anti-Nederlands karakter had. Hoe meer en hoe harder Nederland daarover te keer ging, des te meer steun Soekarno kreeg van de Indonesische bevolking. Ook de internationale publieke opinie begon zich in die dagen af te keren van Nederland, dat werd beticht zich koloniaal te blijven gedragen.

Wat de Nederlandse politici maar niet kunnen of willen begrijpen, is dat de eeuwenlange onderdrukking vanuit het koloniale systeem, bij het Surinaamse volk heeft geleid tot een psychologisch afweermechanisme, dat deels onderbewust is. Ook al vertoont een Surinaamse politieke leider een gedrag dat in Nederlandse ogen “fout” is, hoe feller men daar in Nederland over tekeer gaat, des te meer er bij de Surinamers een solidariteitsprincipe zal gelden. Het gaat immers toch om één van de eigen mensen.

De enige benadering van Nederlandse kant om dit te voorkomen is afstand nemen, loslaten en een objectieve benadering kiezen, net zoals dat tegenover andere landen gedaan wordt. Daarbij mag er gerust ook een kritisch geluid klinken. In China bij voorbeeld, is de situatie op het vlak van de mensenrechten nog lang niet ideaal en Nederland heeft daar regelmatig kritiek op, maar dat zal nooit de relatie compleet verstoren. Daarvoor zijn de onderlinge handelsbelangen te groot.

Het gevolg van de staatkundige onafhankelijkheid van Suriname is dat Nederland zal moeten leren om met Suriname om te gaan net zoals met willekeurig welke andere vreemde natie, dat wil zeggen met onderling respect, waarbij wederzijdse kritiek altijd mogelijk is. Tot nu toe blijkt dat in het geval van Suriname niet zo goed te lukken, om maar eens een understatement te gebruiken.

Jan Gajentaan

In de rubriek ‘Ingezonden’ stelt GFC Nieuws een ieder in de gelegenheid om een eigen mening of visie te geven op alle actuele ontwikkelingen en/of relevante onderwerpen. Stukken die geplaatst worden komen niet noodzakelijkerwijs overeen met de visie en/of de mening van de redactie.  De redactie heeft het recht om de stukken wel of niet te plaatsen, in te korten of te redigeren, zonder de mening en/of visie van de inzender aan te tasten. Er worden alleen stukken geplaatst die behoudens een ieders verantwoordelijkheid voldoen aan wat gesteld wordt in de Surinaamse wetgeving.

Dit bericht is afkomstig van GFC Nieuws. Bekijk het oorspronkelijke bericht hier.