Met stijgende verbazing heb ik het vierde deel van de column “Wat er onder het Surinaamse volk leeft” van mevrouw Peggy Anijs gelezen. Mijn verbazing betreft de subtiele wijze waarmee rassentimenten worden bespeeld. Het subtiele zit in de wijze waarop ze de mening van anderen (kapster en taxichauffeur) over een etnische bevolkingsgroep gebruikt.

In een soort interviewstijl laat ze anderen aan het woord, waardoor mevrouw Anijs, mocht het uit de hand lopen, kan zeggen: “Maar ik heb het niet gezegd.” Of ze zou met haar artikel moeten willen zeggen dat ze het impliciet eens is met de mening van de anderen (kapster en taxichauffeur). Ik meen tegen het artikel tegen mijn gewoonte in, de volgende bezwaren te moeten inbrengen.

1. Ik begrijp dat deze mevrouw niet in ons land woont maar in Nederland en dat ze wat wordt genoemd, een Surinaamse Nederlander is. De optiek van waaruit ze schrijft, geeft de “wij – zij verhouding” weer. Als Nederlandse kan ze spreken over “het Surinaamse volk” en niet over “mijn volk” of “ons volk” als het om Surinamers gaat. Hieruit blijkt weinig betrokkenheid en vereenzelviging met ons, die hier wonen. Ze spreekt net als meneer Wilders in Nederland, die het over Turken en Marokkanen heeft, zelfs als ze in Nederland zijn geboren en de Nederlandse nationaliteit hebben. Hij wordt door collega-politici niet zonder reden beschuldigd van het aanzetten tot rassenhaat. Dit laatste kunnen we totaal niet in ons land gebruiken.

2. Wat mevrouw Anijs buiksprekend via de mond van de kapster en taxichauffeur zegt over leden de marrongroep is stigmabevestigend en barst van de vooroordelen. Volgens de kapster van mevrouw Anijs worden boslandcreolen nu eufemistisch “Canadezen” genoemd en niet meer “blauwkop” en “boslandcreool”. Bovendien zou het bij deze landgenoten alleen maar om geld en minder om kwaliteit en duurzaamheid draaien.

Een stigma is een negatieve opvatting over (stempel op) een ander, die niet meer kan worden veranderd, postgevat heeft binnen groepen of de samenleving, waarmee leden van een bepaalde groep worden aangeduid. Of men nu een eufemisme (“Canadezen”) gebruikt of de scheldwoord, want dat is “blauwkop”, er bestaat geen verschil. Feit is en blijft dat met deze termen men het heeft over een inferieure groep mensen, die tot niets goeds in staat is. Het inferieur maken van mensen door vooroordelen en stigma’s heeft er toe geleid dat tijdens de Tweede Wereldoorlog 6 miljoen

joden door het Hitler regiem werden gedood. De vooroordelen over en het stigma van joden had hij van de Duitse filosoof Friedrich Nietzsche die schreef over de slavenmoraal tegenover de heersersmoraal. De heersersmoraal is de moraal voor degenen die zich als sterk, mooi en voornaam herkennen (Übermensch). De slavenmoraal staat in de ogen van Nietzsche symbool voor alles wat zwak is, maar vooral sluw. De slavenmoraal was volgens hem ontstaan binnen de joods-christelijke traditie, waarmee moest worden afgedaan.

Als joden voor sluw worden aangezien en gerekend tot de Untermensch, dan was het voor Hitler geen probleem om met de joden tijdens de oorlog af te rekenen. Dit was een uitwas van een inferioriteitsopvatting over een etnische groep, waardoor 6 miljoen mensen de dood vonden. Ik denk niet dat mevrouw Anijs een uitwas als deze in welk vorm dan ook binnen onze samenleving voorstaat.

3. Het occupatieprobleem waar de marrongroep (dit is zeer generaliserend) van wordt beschuldigd, is geen etnisch probleem tussen boslandcreolen en stadscreolen of welke andere etnische bevolkingsgroep ook. Dit probleem is een sociologisch probleem, meer in het bijzonder een probleem van cultuur en leefwijze. Het zou goed zijn wanneer onze universiteit daar nader onderzoek naar deed. Laat me voor het gemak de marrongroep met de geografische term “zuiderlingen” benoemen.

Deze term is een neutrale term en geeft slechts aan waar het overgrote deel van deze landgenoten woont. We weten dat ongeveer 75 % van onze bevolking in de kuststreek, dus het noorden, woont. In het noorden met de hoofdstad zijn er allerlei voorzieningen, die het leven tot een aangename moderne westerse samenleving maken. Deze voorzieningen ontbreken of zijn slechts in zeer geringe mate aanwezig in het zuidelijk deel van ons land.

Door de urbanisatie (wat de redenen daarvoor ook mogen zijn geweest) hebben de zuiderlingen hun leefwijze zoals ze gewend waren en zijn, meegenomen naar het noorden. In het zuiden was en is men gewend dat de man een stuk grond open kapt, ontbost en een huisje daarop bouwt en klein landbouw bedrijft. Het hele grondgebied van ons land is domeingrond, tenzij men een titel op de grond heeft. In het zuiden gelden dezelfde wetten als in het noorden, dus wat daar in het binnenland gebeurt door het open kappen en ontbossen van grond om er te wonen, is eeuwenlang gedoogd en toegestaan door de overheid, maar is illegaal, omdat men geen titel op de grond heeft. Het is dus grondoccupatie.

Door de trek naar het noorden zien wij dezelfde handelwijze als in het zuiden. Anders gezegd, dezelfde leefwijze als in het zuiden wordt in het noorden voortgezet. De zgn. occupanten van Texas (achter Charlesburg) bijvoorbeeld zeiden dat ze naar de  stad kwamen en een stuk bos voor zichzelf en gezinnen hebben open gekapt. Ik voeg eraan toe: “..Zoals we dat in het zuiden gewend zijn”.

Het is daarom voor mij onbegrijpelijk dat er een grondenrechtenvraagstuk is, hetgeen het beheren van domeingrond en de uitgifte daarvan gecompliceerder maakt. Na de uitspraak van het mensenrechtenbureau van de O.A.S. is dit probleem moeilijker oplosbaar geworden (het zgn. Saamacca vonnis) en heeft de rechtsongelijkheid bevorderd. De samenleving heeft zich in de laatste twee decennia sterk ontwikkeld waardoor wij ons in dit land meer dan ooit geldbewust en daarmee ook geldbelust zijn geworden. Dit geldt niet alleen voor de zuiderlingen.

Ik hoop van harte dan mevrouw zich meer rekenschap geeft van haar pennenvruchten en haar schrijverstalent voor positieve ontwikkeling zal aanwenden.

Drs. Carlo A. Schuster

In de rubriek ‘Ingezonden’ stelt GFC Nieuws een ieder in de gelegenheid om een eigen mening of visie te geven op alle actuele ontwikkelingen en/of relevante onderwerpen. Stukken die geplaatst worden komen niet noodzakelijkerwijs overeen met de visie en/of de mening van de redactie.  De redactie heeft het recht om de stukken wel of niet te plaatsen, in te korten of te redigeren, zonder de mening en/of visie van de inzender aan te tasten. Er worden alleen stukken geplaatst die behoudens een ieders verantwoordelijkheid voldoen aan wat gesteld wordt in de Surinaamse wetgeving.

Dit bericht is afkomstig van GFC Nieuws. Bekijk het oorspronkelijke bericht hier.