Art. 1 gewijzigde Amnestiewet

1.       Amnestie wordt verleend aan degenen, die in het tijdvak aanvangende op 1 april 1980 en eindigende op 20 augustus 1992(………………)

(a)     Strafbare feiten hebben begaan en/of daarvan worden verdacht en/of zijn gedagvaard in het kader van verdediging van de staat en/of omverwerping van het wettig gezag;

(g)  als verdachten zijn aangemerkt en als zodanig zijn gedagvaard in verband met feiten gepleegd op 7, 8 en/of 9 december 1982 zoals omschreven in de dagvaarding in verband met de artikelen 347, 348, 349 c.q. artikel 72 lid 2 en artikel 360 e.v. van het Wetboek van Strafrecht.

Art. 3 Amnestiewet 1989

1.       De amnestie als bedoeld in artikel 1, heeft tot gevolg dat (……..)

(b)     indien het betreft personen, tegen wie zaak bereids ter terechtzitting aanhangig is gemaakt, de bevoegdheid tot strafvordering te hunnen aanzien vervalt, de rechter voor wie de zaak aanhangig is, onmiddellijk de niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie zal uitspreken en, indien de verdachte zich in detentie bevindt, diens onmiddellijke invrijheidstelling zal bevelen; ook het Openbaar Ministerie is tot die invrijheidstelling bevoegd;

Art. 131 Grondwet

3.  Elke inmenging inzake de opsporing en de vervolging en in zaken bij de rechter aanhangig, is verboden.

Art. 259 Wetboek van Strafvordering

1.      Het onderzoek wordt zoveel mogelijk onafgebroken voortgezet.

Inleiding

Het Openbaar Ministerie in de persoon van de auditeur-militair heeft terecht geconstateerd dat art. 1 en 3 Amnestiewet enerzijds en art. 131 Grondwet anderzijds elkaar niet verdragen: zij bijten elkaar. De auditeur-militair heeft, in het verlengde hiervan, geconstateerd dat er een spanningsveld is ontstaan tussen de Wetgevende Macht(De Nationale Assemblee) en de Rechterlijke Macht(de Krijgsraad). De auditeur-militair kwalificeert deze situatie als een constitutioneel vacuüm.

De auditeur-militair concludeerde vervolgens dat er slechts één instantie is die zich beslissend over dit vacuüm zou kunnen uitlaten: het Constitutioneel Hof(art. 144 lid 2 Grondwet). De auditeur-militair concludeerde vervolgens tot schorsing van de terechtzitting voor onbepaalde tijd. In de optiek van de auditeur-militair zou het (nog op te richten) Constitutioneel Hof de tijd en de ruimte gegund moeten worden om zich over bovengenoemd spanningsveld in rechte uit te laten.

De Krijgsraad kon zich niet verenigen met  de positionering van het Constitutioneel Hof door de auditeur-militair. De Krijgsraad gaf in een ruim onderbouwd betoog aan dat het Constitutioneel Hof, krachtens de huidige grondwet, niet het monopolie op dit type beslissingen toekomt. Ook aan lagere rechtsorganen oftewel de gewone rechter(lees: de Krijgsraad) komt deze bevoegdheid toe. Voor een schorsing, in afwachting van de oprichting van het Constitutioneel Hof, is er, aldus de Krijgsraad, hoegenaamd geen juridische grondslag.

Onbeperkte toetsingsbevoegdheid

De bevoegdheid van de gewone rechter is, zo stelt de Krijgsraad, echter niet onbeperkt. Zij wordt begrensd door de artikelen 106 en 137 van de Grondwet. In normale mensentaal: de Krijgsraad mag pas dan tot toetsing overgaan, indien hij meent te maken te hebben met een aantasting van een artikel uit de klassieke grondrechten(art. 137 Grondwet) of een aantasting van een artikel uit een internationaal verdrag(art. 106 Grondwet). In alle andere gevallen dient de Krijgsraad zich van enige verdere bemoeienis te onthouden en de zaak inderdaad verder te geleiden naar het(nog niet bestaande) Constitutioneel Hof.

Grondwet versus formele wet

De vraag die wij nu te beantwoorden hebben is deze: kan de Grondwet, gegeven het feit dat zij van een hogere orde is dan een formele wet(lees: de Amnestiewet), door een vijandige formele wet automatisch buitenwerking worden gesteld. Zo ja, wat is dan de juridische grondslag van deze automatische buitenwerkinstelling. Zo neen, wat dan?

Jennifer Van Dijk-Silos en O.H.A. Mo-Ajok

Volgens de juriste en advocaat Van Dijk-Silos had de Krijgsraad de gewijzigde Amnestiewet aan de Grondwet behoren te toetsen en wel aan art. 131 lid 3 Grondwet: de Republiek Suriname is, zo betoogt zij, een constitutionele democratie, hetgeen met zich meebrengt dat de Grondwet absoluut van een hogere orde is dan de in de Grondwet genoemde organen zoals het Constitutioneel Hof, de president en de DNA, die hun bestaan alle aan de Grondwet ontlenen. Je zou het ook anders kunnen formuleren: ‘Indien wetten niet aan de Grondwet getoetst mogen worden, zal de Grondwet aan juridische kracht verliezen en houdt deze op Grondwet te zijn, met als gevolg, dat de gewone wetgever die haar bestaan en recht enkel uit en aan de Grondwet ontleent, zichzelf boven de Grondwet zou kunnen plaatsen. De Grondwet dient te allen tijde beschermd en nageleefd te worden’(Mo-Ajok, DWT. 21 mei jl.). Van Dijk-Silos en Mo-Ajok bepleiten dus, met een beroep op de status en het karakter van de Grondwet, een bewuste veronachtzaming van de door de Grondwet zelf opgelegde en ingebouwde restricties.

Me dunkt dat je met de gekozen strategie onvoldoende wegkomt. Sterker nog: je speelt de indieners van de Amnestiewet rechtstreeks in de kaart: als jullie juristen je niet aan de inhoudelijke (toetsings)beperkingen van de Grondwet willen houden, waarom zouden wij ons dan aan de door jullie bepleitte formele beperkingen van dezelfde Grondwet houden. Wij dienen de geconstateerde spagaat dus vanuit een andere invalshoek te benaderen.

Verzuim indieners Amnestiewet

De kardinale blunder die de indieners van de Amnestiewet naar mijn mening hebben begaan, is deze: zij verkeerden in de onjuiste veronderstelling, dat de Amnestiewet vanwege de formele wijze van tot stand komen(via De Nationale Assemblee) de Grondwet automatisch zou kunnen neutraliseren of buiten spel zetten: een kostbare misvatting.

De indieners van de Amnestiewet hadden naast de indiening van de Amnestiewet tevens moeten indienen: een wet inhoudende de vervallenverklaring van artikel 131 lid 3 Grondwet. Dat zulks politiek vanwege de 2/3 meerderheidsregel niet haalbaar zou zijn geweest, is binnen een zuiver juridisch dispuut niet relevant en overigens ook geen valide argument.

Dus toch toetsing ondanks de Grondwet?

In het maatschappelijk debat dat zich rondom de onderhavige casus afspeelt, zijn wij er gevoeglijk vanuit gegaan dat wij aan het juridisch begrip ‘toetsing’ allen dezelfde eenduidige betekenis doen toekomen. Eerst met het door mij in de vorige alinea ingenomen standpunt wordt duidelijk dat dit pertinent niet het geval kan zijn.

Laat hier gezegd zijn dat wij geen toetsing nodig hebben om te constateren dat er een spanning bestaat tussen de Amnestiewet en art. 131 lid 3 Grondwet. Deze constatering is het resultaat van de rudimentaire biologische menselijke faculteit om overeenkomsten en verschillen waar te nemen. Toetsing behelst in mijn optiek echt meer dan de ordinaire aanwending van deze normaal en moeiteloos te activeren menselijke faculteit. Tenzij men de aan de juridische mens het ordinaire vermogen tot het constateren van overeenkomsten en verschillen wil ontzeggen. De doorsnee kenner van het internationale voetbal heeft echt geen nadere toetsing nodig om te concluderen dat de voetballers van Barcelona en Real Madrid ‘man to man’ betere voetballers zijn dan hun soortgenoten van Transvaal en Robin Hood. Onze automatische menselijke faculteit reikt ons a.h.w. het antwoord op de vraag aan. Welnu: het is deze zelfde automatische piloot die mij dus, zonder nadere toetsing!!, doet constateren dat de bovengenoemde wetten haaks op elkaar staan.

Nu wij, via een uiterst normale constatering, tot de conclusie zijn gekomen dat de Amnestiewet haaks staat op een artikel uit de grondwet, kunnen wij gevoeglijk overgaan tot het desavoueren van de Amnestiewet. Nu geldt het adagium, dat de Grondwet, vanwege haar status als ‘moederwet’, per definitie van een evident hogere orde is dan om het even welke formele wet. Het gevolg laat zich dan ook raden: de Amnestiewet dient door de Krijgsraad, op de met de Grondwet onverenigbare onderdelen, onvoorwaardelijk onverbindend te worden verklaard.

De Krijgsraad

Het is evident dat de Krijgsraad, getuige de opdracht aan de auditeur-militair, een andere uitweg uit dit zelf gecreëerde moeras heeft omarmd. Zij heeft, om haar moverende redenen, het verzoek van de auditeur-militair tot schorsing van de terechtzitting ingewilligd. Zij heeft De auditeur is evenwel te kennen gegeven  dat een schorsing voor onbepaalde tijd geen optie is. Met een verwijzing naar art. 259 lid 1. Wetboek van Strafvordering is de auditeur erop gewezen, dat het onderzoek, na aanvang op de terechtzitting, zoveel mogelijk onafgebroken dient te worden voortgezet. In haar eigen bewoordingen: ‘De door de Auditeur-militair aangedragen redenen om dit onderzoek te onderbreken voor onbepaalde tijd zouden in strijd komen te verkeren met het fundamenteel recht van de verdachte om zijn strafzaak middels een formele of materiële eindbeslissing zoals bedoeld in de artikelen 335 en 336 van het Wetboek van strafvordering te doen beslechten.‘

Conclusie

Wij concluderen dat de Krijgsraad de auditeur-militair met een opdracht(beantwoorden van bovengenoemde prealabele vraag) heeft opgezadeld die zij ambtshalve zelf had moeten en kunnen oplossen. Afschuiven op instituties en/of organen die niet voor een dergelijke taak zijn berekend, lijkt mij in deze een onbegaanbare weg.

Advies aan de Krijgsraad

1.      De Krijgsraad trekt de aan de auditeur-militair d.d. 11 mei 2012 verstrekte onderzoeksopdracht, de Amnestiewet regarderende, per ommegaande in.

2.      De Krijgsraad constateert vervolgens, zonder toetsing, een interne tegenstrijdigheid tussen de Amnestiewet en artikel 131 lid 3 van de Grondwet.

3.      De Krijgsraad verklaart de Grondwet van een hogere orde dan de Amnestiewet.

4.      De Krijgsraad constateert dat de indieners van de Amnestiewet hebben verzuimd om de indiening te doen vergezellen van een additionele wet, inhoudende de vervallenverklaring van art. 131 lid 3 Grondwet.

5.      De Krijgsraad verklaart de Amnestiewet, gegeven de geconstateerde interne strijdigheid, in ieder geval gedeeltelijk onverbindend.

6.      De Krijgsraad stelt een zittingsdatum vast en gelast de auditeur-militair, op de vastgestelde zittingsdag met zijn requisitoir aan te vangen.

Kom op Krijgsraad: laat zien dat je daadwerkelijk voor je taak berekend bent. Schuif je wettelijke verantwoordelijkheid niet langer op derden af.  For God’s sake Krijgsraad: doe je ding !!!

mr. drs. Guno Rijssel

In de rubriek ‘Ingezonden’ stelt GFC Nieuws een ieder in de gelegenheid om een eigen mening of visie te geven op alle actuele ontwikkelingen en/of relevante onderwerpen. Stukken die geplaatst worden komen niet noodzakelijkerwijs overeen met de visie en/of de mening van de redactie.  De redactie heeft het recht om de stukken wel of niet te plaatsen, in te korten of te redigeren, zonder de mening en/of visie van de inzender aan te tasten. Er worden alleen stukken geplaatst die behoudens een ieders verantwoordelijkheid voldoen aan wat gesteld wordt in de Surinaamse wetgeving.

Dit bericht is afkomstig van GFC Nieuws. Bekijk het oorspronkelijke bericht hier.