Een gezegde waar ik mee ben opgegroeid zegt: “luchtkastelen bouwen mag, zolang je niet de intentie hebt in ze te gaan wonen”.

Het heeft er veel van dat ons politiek bestuur niet alleen luchtkastelen, maar hele steden in haar fantasie heeft gebouwd. En die in grote getale heeft bevolkt.

Ons nationaal inkomen is sinds de tweede wereld oorlog voor een steeds groter gedeelte opgebouwd uit de inkomsten gegenereerd door de mijnbouw industrie.

Was het tot de jaren 80 zo dat deze industrie voornamelijk alleen de bauxietwinning en verwerking bestond, vandaag de dag zijn hieraan toegevoegd aardolie, goud en binnenkort ook kaolien.

De nationale wens om “meer te halen” uit de industrie en haar duurzaam te ontwikkelen is er één die altijd heeft bestaan, maar alleen mogelijk is indien de nationale kennis en kundigheid op dit gebied groot is.

Bekijken we de ontwikkeling van deze nationale kennis en kunde op mijnbouwkundig en daaraan gerelateerd gebied, dan is het verbazingwekkend hoe als het ware er een omgekeerd evenredig verband bestaat met de groei van de mijnbouwindustrie. Daarentegen vertoont de “roep om meer” van vooral politici hier een meer dan recht evenredig verband mee.

Met de oprichting van de Geologische Mijnbouwkundige Dienst is er een eerste grote stap gemaakt om een goede inventaris op te maken van wat er in de Surinaamse aardbodem aan minerale schatten aanwezig is. De uitvoering van Operation Grasshopper en de oprichting van Grassalco zijn hoogtepunten die hun gelijken in de historie nog niet hebben gehad.

Het kennis- en kundigheidsniveau van en over de geologie en de mijnbouw in Suriname kon met de oprichting van de richting Delfstoffen Productie op de Universiteit van Suriname en de richting Mijnbouw op het Natin, aan jonge talenten worden overgebracht en middels onderzoek verder worden uitgebreid.

Het sterke geologisch en mijnbouwkundig kader dat in Suriname aanwezig was, heeft ertoe geleid van Staatsolie vandaag bestaat. Gemakkelijk wordt vergeten dat een heel team van goede en ervaren geologen en mijnbouwers dit bedrijf hebben opgebouwd en niet een enkeling.

De Rosebel Goldmine Operations, waar een aanzienlijk deel van ons nationaal brood  mee betaald wordt, was nooit verwezenlijkt zonder het harde werk dat door Grassalco uit de jaren 80 is verricht. Dit bedrijf was, net als Staatsolie, voorzien van doorgewinterde geologen en ingenieurs. Gebrek aan ondersteuning en de nodige durf heeft er toen in geresulteerd dat de positieve resultaten van het exploratie onderzoek en de daaropvolgende haalbaarheidsstudie niet zijn omgezet in een eerste nationaal industrieel goudwinningsbedrijf.

Bijna een decennium later heeft al dit onderzoek ervoor gezorgd dat Grassalco (of de Surinaamse staat) tot 40% eigenaar kon zijn geweest van de Rosebel Goldmine operations. Diverse argumenten hebben ertoe geleid dat dit laatste niet het geval is, maar er uiteindelijk een meer conservatieve overeenkomst is gesloten waarbij zoveel als mogelijk ook het door Grassalco gelegde fundament is meegenomen.

De basis die gelegd is voor duurzame ontwikkeling van het Surinaamse mijnbouw potentieel is jammer genoeg niet bebouwd. Sterker nog, zij is aan politieke erosie onderhevig geworden en de gevolgen zijn ook niet uitgebleven.

De Geologische Mijnbouwkundige Dienst, die zou moeten evolueren tot een Delftstoffen Instituut heeft al jarenlang geen flinke staf van mijnbouwers en geologen zoals eens het geval is geweest. De glorie tijden van dit instituut, waarvan zelfs wetenschappelijke artikelen in gerenommeerde bladen zijn gepubliceerd, liggen al jaren achter ons.

Sinds het vertrek van de laatste geoloog als onderdirecteur mijnbouw heeft dit instituut, dat al niet meer was dan een administratief orgaan, een vrije val naar beneden gemaakt.

Met het niveau van de opleidingen is het ook niet veel beter gesteld. Ergens in de recente historie van de Universiteit is besloten om een 4-jarige opleiding tot geoloog/mijnbouwer terug te brengen tot 3-jaren. Deze krankzinnige beslissing in de geschiedenis van dit kennisinstituut heeft ertoe bijgedragen dat jonge veelbelovende talenten slechts gedeeltelijk worden opgeleid en vooral de noodzakelijke onderzoeks ervaring ontbreken. Het argument zou zijn dat opleidingen tot “Bachelor of Science” internationaal 3 jaren duren.

Vergeten is dat dit ten eerste verschilt van instituut tot instituut en ten tweede dat in dat geval de BSc opleiding gekoppeld is aan een vervolg opleiding tot Master of Science. En dat het invoeren van het één niet kan zonder het ander.

Grassalco, dat is opgericht met een visionaire blik op het maximaliseren van het nationaal belang in de mijnbouw, wordt vandaag de dag geleid met een algeheel gebrek aan (internationale) geologische en mijnbouwkundige kennis en ervaring. Ik heb mij laten wijsmaken dat er in de staf aldaar geen enkele doorgewinterde geoloog of mijnbouwer aanwezig is. De raad van commissarissen schijnt te bestaan uit enkele politieke loyalisten zonder significante kennis of kunde op mijnbouwkundig gebied. De mooie woorden en prachtige plannen die regelmatig van dit bedrijf te horen en te lezen zijn, kunnen daarom het beste in de categorie  “luchtkastelen” geplaatst worden.

De politieke aanpak om de inkomsten uit de mijnbouwindustrie te vergroten door “beter te onderhandelen” is goed te vergelijken met het kopen van bananen op de markt. De enige manier om daadwerkelijk de mijnbouw op een duurzame manier ten dienste te laten zijn voor ons algemeen welzijn en groei, is door zelf daarin te investeren. En dan niet door simpelweg aandelen te eisen/kopen, maar door de versterking van die instituten en bedrijven die zelf of in partnerschap met (buitenlandse) actief zijn in de mijnbouw.

Ondanks de goede wil en intenties om onze economie te verbreden, door bijvoorbeeld de agrarische industrie nieuw leven in te blazen, zal het nog vele jaren duren voordat dit ook te merken is in de opbouw van ons nationaal inkomen. Tot dat moment zullen wij “ons land op blijven eten”.

Het weer opgaan van de jaren geleden ingeslagen weg om onze eigen kennis en kundigheid op mijnbouwkundig gebied te vergroten moet eerder gisteren dan vandaag gebeuren.

Maar er is hoop. Op momenten dat dit mogelijk was, hebben verantwoordelijke landgenoten er voor gezorgd dat er begonnen is aan herstel van de ge-erodeerde basis. Er zijn gelukkig, ondanks de ellende die dankzij de politiek is ontstaan, goede dingen gaande.

Staatsolie houdt nog steeds stand, en recentelijk heb ik een kaolien verwerkende fabriek mogen aanschouwen die op het punt staat in bedrijf genomen te worden. Dit particulier initiatief is zoals ik het begrepen heb, bijna een wonder te noemen. Het schijnt dat een paar ingenieurs al jarenlang aan de weg timmeren om een heel portfolio aan op kaolien gebaseerde producten te vervaardigen. Dit doen zij zonder enige ondersteuning van de overheid, op vrijwel geheel eigen kracht.

De nieuwe mijnbouwwet ligt al minimaal zes jaren klaar voor behandeling in de assemblee. Deze mijnwet voorziet o.a. in het mineraleninstituut, als opvolger van de GMD. Dit instituut zal fungeren als databank voor alle relevante geologische en mijnbouwkundige gegevens over ons land. Tevens zal zij het beheer voeren over de mijnbouwrechten en het verstrekken daarvan. Potentiële investeerders in de mijnbouw kunnen dan bij het instituut terecht voor alle nodige data en zullen exploratie onderzoek in samenwerking met het instituut verrichten.

Op de universiteit zijn de voorbereidingen voor een Master of Science vervolg op de bestaande Bachelor of Science opleiding Delfstoffen productie in een afrondende fase. Indien tegelijkertijd ook het mineralogisch laboratorium wordt vernieuwd en aanzienlijk uitgebreid, dan zullen er grote sprongen voorwaarts in vergroting van onze kennis op geologisch en mijnbouwkundig gebied.

Ik heb de eer gehad een jaar of twee geleden een blik te mogen werpen op de bedrijfsactiviteiten van Grassalco. Ik was benieuwd of dit bedrijf nog bestond en werd bij mijn bezoek aangenaam verrast. De Grassalco had onder de voormalige leiding haar rol als pionier in de ontwikkeling van ons mijnbouw potentieel langzaam maar zeker weer opgepakt. Na aan het eind van de jaren 90 vrijwel aan de rand van de afgrond te zijn gebracht door een politiek benoemde leiding, is zij als het ware als een “Phoenix uit de as gerezen” en is in een stroomversnelling beland. Enkele van de ontwikkelingen die gaande waren zijn:

-          Doen van onderzoek naar de mogelijkheid tot het winnen van goud op verschillende plaatsen, zonder en met buitenlandse partners.

-          Het ontwikkelen en opereren van een natuursteengroeve waar er grote blokken graniet werden gewonnen bestemd voor de export. Hiermee heeft zij een basis gelegd voor de ontwikkeling van deze veelbesproken industrie.

-          Exploratie naar zeldzame metalen zoals uranium.

-          Verkennend onderzoek voor een grondig onderzoek naar de aanwezigheid van ijzererts.

Haar oorspronkelijke doel, zijn van een joint-venture partner bij de ontwikkeling van het Bakhuysbauxiet potentieel, is jammer genoeg door de politiek niet gekend en is m.i. een van de belangrijkste redenen waarom het bauxiet aldaar nog steeds niet ontgonnen wordt.

Helaas heeft de politiek haar tanden weer in deze potentiële mijnbouwgigant gezet en gezorgd dat kundigheid is vervangen door dromerigheid. Het zal mij niet verbazen als de uitgaven van dit bedrijf thans niet in verhouding staan met de daadwerkelijke activiteiten en dat de uitdrukking “wie de staf heeft zegent zichzelf” zeker van toepassing is.

Door de politiek te “elimineren” kunnen er heel snel grote stappen voorwaarts worden gezet richting een betere beheersing van onze minerale eigendommen. Om te beginnen zouden de volgende zaken gerealiseerd moeten worden:

-          Actualiseren en aanname van de nieuwe mijnwet.

-          Oprichting van het mineralen instituut.

-          Voldoende middelen ter beschikking stellen aan de Universiteit voor het zonder stagnatie uitvoeren van haar plannen.

-          De politiek verwijderen uit Grassalco en het bedrijf (weer) in handen te plaatsen van mensen met kennis van zaken.

Alleen door te doen wat er gedaan moet worden en na te laten datgene wat stagnerend en contra productief werkt, zullen de luchtkastelen veranderen in echte kastelen en zijn dromen geen bedrog maar een visie op de toekomst.

ir. Ivan Blankendal

In de rubriek ‘Ingezonden’ stelt GFC Nieuws een ieder in de gelegenheid om een eigen mening of visie te geven op alle actuele ontwikkelingen en/of relevante onderwerpen. Stukken die geplaatst worden komen niet noodzakelijkerwijs overeen met de visie en/of de mening van de redactie.  De redactie heeft het recht om de stukken wel of niet te plaatsen, in te korten of te redigeren, zonder de mening en/of visie van de inzender aan te tasten. Er worden alleen stukken geplaatst die behoudens een ieders verantwoordelijkheid voldoen aan wat gesteld wordt in de Surinaamse wetgeving.

Dit bericht is afkomstig van GFC Nieuws. Bekijk het oorspronkelijke bericht hier.