Er is weer eens beroering aan de Leysweg. Dit keer geen boze werknemers en docenten die niet genoeg geld krijgen voor hun noeste arbeid, maar (ex)studenten die vinden dat zij onterecht niet meer worden toegelaten om hun studie te vervolgen.

Zelf de politieke “bonzen” bemoeien zich hiermee. “De Universiteit moet worden doorgelicht”, “docenten duperen studenten” en meer van dat soort kreten, die natuurlijk goed scoren bij het grote publiek (lees: het electoraat), zijn bijna aan de orde van de dag.

Het huidig bestuur van de Universiteit kan, in tegenstelling tot het vorige, niet verweten worden dat zij salvo’s van informatie op de maatschappij richt. Daardoor ontstaat natuurlijk een vertekend beeld van de eigenlijke situatie.

Dat het zacht gezegd een hele grote puinhoop is op ons nationaal wetenschappelijk instituut, is in het licht van de status van de door de overheid beheerde bedrijven en instituten, geen wonder.

Het is in Suriname bijna een natuurwet dat daar waar politieke benoemingen plaatsvinden er chaos ontstaat. De thans breed in de pers uitgemeten situatie rond de zgn. “studielimieters” is dan ook een uitvloeisel van deze puinhoop.

Om te beginnen is er een algemene misvatting dat ingeschreven zijn op een universiteit ook tegelijkertijd betekend dat de studie met succes wordt afgerond. Een wetenschappelijke opleiding is niet voor een ieder: behalve de nodige intelligentie zijn meer nog discipline en doorzettingsvermogen noodzakelijke ingrediënten voor het doen van een universitaire studie.

Dat betekent dus in de praktijk dat iemand die aan de meetbare voorwaarden voldoet om toegelaten te worden tot een universitaire studie (het VWO diploma), ook automatisch voldoet aan de voorwaarden om deze studie ook daadwerkelijk te doen.

Een manier, om uiteindelijk te kunnen toetsen of een student wel over de nodige discipline en doorzettingsvermogen beschikt, is de termijn voor het afronden van diverse onderdelen van de studie te limiteren. Worden deze onderdelen niet binnen de limieten succesvol afgerond, dan is de regel dat de studie moet worden beëindigd. Zo gaat het er aan toe op elke zichzelf respecterende universiteit.

Natuurlijk moeten de noodzakelijke randvoorwaarden wel aanwezig zijn dat studenten ook de limieten kunnen halen. Vooral het gebrek aan goede docenten, vanwege onder andere nationaal kader gebrek maar meer nog vanwege het bestuurlijk onvermogen dat jarenlang op het instituut aanwezig was, is er een soort van gedoogbeleid gekomen om niet streng vast te houden aan de limieten.

Dit gedogen is jammer genoeg bijna tot regel verheven geworden. Bij haar aantreden heeft het huidig bestuur, dat na jaren geen grote politieke invloed meer kent, besloten om de noodzakelijke orde en structuur weer terug te brengen op de universiteit. En één van de zaken die gedaan moest worden is om de hele grote groep van “eeuwige studenten” te minimaliseren.

Hiertoe is een programma gestart en kreeg deze groep studenten de kans om aan voorwaarden te voldoen voor het mogen vervolgen van hun studie. Door keihard te werken heeft het allergrootste gedeelte van deze groep ook daadwerkelijk voldaan aan de toen gestelde eisen.

Dat er uiteindelijk een groepje is overgebleven die niet meer verder mag, was te verwachten. Deze groep is jammer genoeg niet goed genoeg om opgeleid te worden tot wetenschapper. Het is heel erg schrijnend dat ze hier niet in een veel eerder stadium in hun (universitair) leven achter zijn gekomen, maar liever laat dan nooit wordt wel eens gezegd.

Over de veelgehoorde klacht dat docenten niet “studenten vriendelijk” genoeg zouden zijn, kan niet veel gedaan worden. Een wetenschappelijke opleiding is nu eenmaal gericht op onderzoek en onderzoekend leren. Dat betekend dus dat een docent aan het doceren is en niet aan het lesgeven.

Hij/zij begeleid door de materie, maakt wegwijs waar informatie en kennis te vinden is en brengt (onderzoeks)methodieken bij. En de ene docent is hier iets beter in dan de ander, maar deze variatie is nu eenmaal een gegeven in de natuur.

Er valt nog heel veel te verbeteren op de universiteit. De begeleiding en monitoring van studenten zou vele malen beter moeten zijn, waardoor in een veel eerder stadium duidelijk wordt dat mensen beter op een ander niveau opgeleid kunnen worden. Hogescholen genoeg tegenwoordig.

Ook docenten zouden zich meer “aan de regels” kunnen houden en b.v. tentamens vlotter corrigeren.

Het docenten corps op zich is aan grote versterking toe. Het aantal onderzoeken dat gedaan wordt is schrikbarend laag, met als resultaat dat afstudeerscripties grotendeels van een zeer bedenkelijk wetenschappelijk niveau zijn.

Maar ook hier is het sleutelwoord “geld”. Goede docenten, faciliteiten en onderzoek kosten geld. Het zou daarom de heel erg goed betaalde dames en heren van de nationale assemblee sieren indien zij in plaats van “van de daken te schreeuwen” over onrecht en misstanden, vurige pleidooien zouden houden om het budget voor de universiteit minimaal te verdrievoudigen.

ir. Ivan Blankendal

In de rubriek ‘Ingezonden’ stelt GFC Nieuws een ieder in de gelegenheid om een eigen mening of visie te geven op alle actuele ontwikkelingen en/of relevante onderwerpen. Stukken die geplaatst worden komen niet noodzakelijkerwijs overeen met de visie en/of de mening van de redactie.  De redactie heeft het recht om de stukken wel of niet te plaatsen, in te korten of te redigeren, zonder de mening en/of visie van de inzender aan te tasten. Er worden alleen stukken geplaatst die behoudens een ieders verantwoordelijkheid voldoen aan wat gesteld wordt in de Surinaamse wetgeving.

Dit bericht is afkomstig van GFC Nieuws. Bekijk het oorspronkelijke bericht hier.