Politiek analist Jan Gajentaan

De coalitieleiders Ronny Brunswijk (AC) en Paul Somohardjo (VA) zijn niet in alle opzichten te benijden. Ze maken deel uit van een coalitie, die gedomineerd wordt door een grotere politieke combinatie (MC) die de president heeft geleverd. Een complicerende factor is, dat de positie van vice president (voorheen een positie die meestal toebedeeld werd aan de op één na grootste coalitiepartij) nu ingevuld wordt door een relatieve buitenstaander, de heer Ameerali.

Dit is een voor Suriname nieuwe constructie. Vanuit hun rol als parlementariërs, is het dus lastig voor de coalitieleiders Brunswijk en Somohardjo om direct invloed uit te oefenen op het regeringsbeleid. Zij kunnen dat wel proberen tijdens de informele coalitietop die van tijd tot tijd wordt gehouden, maar de vraag is in hoeverre zij daarvoor echt de gelegenheid krijgen.

Loyaal aan het Regeerakkoord
Wat mogen de democratische krachten in Suriname en daarbuiten nu precies verwachten van Brunswijk en Somohardjo? Als democraten zullen zij, naar ik aanneem, de verkiezingsuitslag van mei 2010 respecteren en deze heeft nu eenmaal een ruime meerderheid opgeleverd voor de huidige coalitie. Er was in 2010 een coalitie meerderheid van 36 zetels van de totaal 51 zetels in het parlement, na het uittreden van BEP en NS is deze teruggebracht naar 32 zetels.

Het lijkt mij daarom vanzelfsprekend dat de leiders van AC en VA loyaal meewerken aan de uitvoering van het Regeerakkoord van 2010. Van zaken die niet in het Regeerakkoord staan maar die toch doorgevoerd worden (zoals invoeren van de militaire dienstplicht), moeten we maar hopen dat hierover een redelijke mate van overleg is geweest binnen de coalitietop.

Ook bij het streven van de Surinaamse president om het land te moderniseren en daar waar nodig te herstructureren (vriend en vijand zullen het erover eens zijn dat dit noodzakelijk is), mag een constructieve houding verwacht worden van de coalitie partners.

Kritische houding
Toch denk ik dat oprechte democraten (die naar mijn mening binnen alle Surinaamse partijen te vinden zijn) mogen verwachten dat de coalitie partners AC en VA een kritische houding aannemen als het gaat om het behoud van democratie en rechtsstaat. We weten nu eenmaal – en we wisten het al toen deze coalitie gevormd werd – dat er binnen de grootste regeringspartij NDP, maar misschien ook bij enkele naaste medewerkers van de president , een radicale stroming aanwezig is die neigt naar een autoritair regeringsmodel. In sommige opzichten hebben we dit de afgelopen twee jaar al kunnen waarnemen, door de verregaande concentratie van de macht.

Juist in tijden van crisis, zie je dat radicale stromingen zich ineens sterk kunnen manifesteren. Het lijkt mij evident (al kan ik het niet bewijzen) dat de meerderheid van de Surinamers  momenteel niets voelt voor een radicaal avontuur, omdat zij willen leven in een democratische rechtsstaat, op basis van de trias politica en met vrijheid van meningsuiting.

Wie de wereldpolitiek volgt, weet dat radicale krachten soms op een slinkse wijze de overhand kunnen nemen. We hebben dat recentelijk gezien in verschillende Zuid Amerikaanse ‘democraturen’. De trias politica en de vrijheid van meningsuiting zijn daar sluipenderwijs uitgehold door regeringen met een autoritaire mentaliteit. Zulke regeringen scheppen soms zelfs een kunstmatig conflict met het buitenland, om vervolgens in eigen land een radicale (linkse of rechtse) agenda door te voeren.
Het is de afgelopen twee jaar mijn grote zorg geweest – terecht of onterecht – dat zoiets ook in Suriname kan gebeuren. Daarom heb ik mij regelmatig kritisch opgesteld in de media. Voor zover dit als ongewenste bemoeizucht is ervaren uit het buitenland, excuseer ik mij.

Hoop op  depolarisatie in de politieke arena
Het is steeds mijn hoop geweest, dat president Bouterse uiteindelijk de weg van het politieke midden zou kiezen en meer in een consensus stijl zijn regeerperiode zou voortzetten. Een stijl, waarin politieke tegenstanders niet meer staatsvijanden worden genoemd. Als Brunswijk en Somohardjo de president kunnen stimuleren om dat pad te kiezen, tonen zij zich oprechte democraten en tegelijkertijd loyale coalitie partners.

Ook Surinamers die tot de oppositie behoren, zouden in een gedepolariseerd Suriname  in bestuurlijke functies een bijdrage kunnen leveren aan die zo noodzakelijke modernisering. In Nederland zien we bij voorbeeld, dat ook tijdens ‘rechtse’ kabinetten van VVD en CDA, de burgemeester posten van de grote steden meestal ingevuld worden door PvdA’ers. Waarom zouden er in Suriname geen Districts-Commissaris posten ingevuld kunnen worden die personen die tot NF behoren, ook al is MC aan de macht? En andersom ook natuurlijk, als NF aan de macht is. Zo krijg je meer draagvlak voor het overheidsbeleid.

Ook de Surinaamse diaspora kan een positieve rol spelen. Al die groepen zullen hard nodig zijn, want  menselijk kapitaal is onontbeerlijk bij het realiseren van de hoogreikende doelen die we terugvinden in het Ontwikkelingsplan 2012 – 2016. Dat besef zal nu sterker zijn dan ooit.

Jan Gajentaan

Dit bericht is afkomstig van GFC Nieuws. Bekijk het oorspronkelijke bericht hier.