Als theoloog is het altijd interessant om de uitspraken van geestelijke leiders naast elkaar te plaatsen en te analyseren. De theoloog vindt het belangrijk om die uitspraken tegen de eigen standpunten en wereldbeschouwing van de leiders te plaatsen. Daar ik momenteel niet in het land ben en de geestelijke leiders niet persoonlijk kan spreken, wat ik zeker zou willen, zal ik nu alleen maar moeten praten over hun gepubliceerde visie met betrekking tot vergeving. Ik stel van te voren dat Mgr. De Bekker en bisschop Meye beide gelijk hebben!

Bisschop Wilhelmus de Bekker van de rooms-katholieke Kerk in Suriname stelt heel duidelijk dat er eerst belijdenis moet komen, daarna vergeving en tenslotte verzoening. Bisschop Stephanus Meye geeft aan dat God de zonden vergeeft wanneer de betrokkene spijt betuigt. Theologisch gezien, hebben de heren beide gelijk in wat zij zeggen. Het zou dan ook niet correct zijn om het standpunt van de Bekker te verwerpen door te stellen dat hij geen verzoening wil of een andere agenda heeft. De opvatting van Meye af te doen als te zijn simplistisch is ook niet correct.

Wij zouden theologisch gezien, heel goed naar beide standpunten moeten luisteren en lessen leren van beide. In een ingezonden stuk zal het niet mogelijk zijn om in details te gaan. Maar laat me proberen in het kort de beide standen bijbels-theologisch te onderbouwen.

Meye neemt als geestelijke het recht van vergeving weg van de mens en plaats die terecht bij God. Dat doet het Nieuwe Testament ook. In een van de Evangeliën maakten de tijdgenoten van Jezus de volgende opmerking: “Wie anders dan de enige God kan zonden vergeven?” (Mar 2:7 Willibrord Vertaling 1995). De mens mag daarom de plaats van God nooit innemen. Als het van de mens afhangt zouden sommige mensen wel en andere geen vergeving krijgen. Zo handelt God gelukkig niet. “Belijden we onze zonden, dan zal hij, die trouw en rechtvaardig is, ons onze zonden vergeven en ons reinigen van alle kwaad” (1Joh 1:9 NBV). Als Surinamers zullen wij moeten leren dat God iedereen, wie dan ook, de zonden vergeeft wanneer de betrokkene die zonden aan Hem belijdt, hoe moeilijk het ook mag zijn voor ons.

Ik denk dat de Bekker als geestelijke in deze niet van mening verschilt met Meye. Zijn aangegeven volgorde van belijdenis, vergeving en verzoening is ook duidelijk. Alleen betrekt hij de intermenselijke relatie erbij. Zonde verstoort niet alleen de relatie tot God, maar ook tot de medemens. Ik wil zijn opvattingen dan ook vertalen naar de relatie tot de medemens. Nadat de mens persoonlijk vergeving heeft ontvangen van God (Meye), zal de vergeven mens, zaken ook goed moeten maken met de medemens (de Bekker). De medemens die heeft moeten lijden onder de handeling van de persoon, zal ook moeten vergeven, daarna zal er verzoening komen, dan pas zal er ook sprake zijn van een herstel in de relatie tussen de ene en de andere mens.

Het probleem is natuurlijk niet de theologische standpunten. De vraag is hoe moeten wij ermee omgaan? Wat is wijs in de huidige Surinaamse situatie? In elk geval zullen we de beide standpunten moeten respecteren en niet tegenover elkaar plaatsen. Het gaat om twee kanten van dezelfde zaak. Nabestaanden zullen het feit moeten accepteren dat God iemand die zijn zonden belijdt vergeeft! Sterker nog, geestelijke leiders zouden daarin een rol moeten vervullen en boven partijen staan. Zij zouden slachtoffers en nabestaanden moeten leren anderen te vergeven zoals de Heer Jezus het ons leert in het Onze Vader: “Vergeef ons onze schulden, zoals ook wij hebben vergeven wie schulden heeft bij ons” (Mat 6:12 W95). De eerste kant van de medaille, de relatie tot God. Dan komt de tweede kant, de relatie tot de medemens. Van een opgelegde ‘verzoening’ zou er echter helemaal geen sprake moeten zijn.

Geestelijken hebben ook een taak te vervullen als het om de daders gaat. Zij zouden daders niet alleen moeten leiden in het vinden van vergeving bij God, zij zouden hen ook moeten begeleiden in het betuigen van spijt bij slachtoffers en nabestaanden. Zij zouden daartoe het iniatief moeten nemen. In plaats van tegenover elkaar te staan, zouden geestelijken met verschillende standpunten juist een plaats tussen de samenleving in moeten nemen. Zij zouden de middelaars moeten zijn in de relatie tussen mens en God en de ene mens met een andere mens. Zij zouden geen verdeeldheid, maar heling van land en volk moeten bewerkstelligen. Mensen moeten leren hoe hun schuld te belijden in specifieke situaties. Maar zij moeten ook leren hoe anderen te vergeven. Die zware taak is weggelegd denk ik voor geestelijke leiders. Die taak is zwaar omdat het nooit eenvoudig is, er altijd verschillende opvattingen zullen bestaan en blijvend zal zijn.

Laat me eindigen met een les uit Zuid- Afrika. Zuid- Afrika heeft in haar zoeken naar verzoening een weg gevolgd waarbij er werd afgezien van het strafrechtelijk vervolgen van alle apartheidsmisdaden. Echter werd er ook geen ‘blanco’ amnestie verleend. Amnestie werd persoonlijke verleend, alleen als een dader de volledige waarheid zou onthullen over misdaden begaan tijdens de apartheidsperiode. Wanneer er spake zou zijn van een volledige belijdenis zou de dader amnestie worden verleend. Heeft dit proces alles kunnen oplossen? Nee. De familie van de bekende zwarte activist Steve Biko vond dat zij beroofd waren van hun recht op gerechtigheid. Zij vonden dat de commissie was ingesteld om de belangen van de daders veilig te stellen en zochten er politieke motieven achter. Volgens hen mochten de moordenaars van Biko geen amnestie ontvangen. Zij sleepten daarom de Waarheidscommissie voor het hoogste gerechtshof in Zuid Afrika.

Naast de familie van Biko waren er ook grote delen van het gewone volk die zich ook niet konden verenigen met de wijze waarop amnestie werd verleend. Van nationale verzoening is er op dit moment nog geen sprake in Zuid Afrika. Echter zal niemand ontkennen dat de bewandelde weg van ‘herstelrecht’ in plaats van ‘strafrecht’ een belangrijke rol heeft gespeeld in de rust die het land heeft gekend na de apartheidsperiode. Naast de familie van Biko was er ook een moeder, wiens zoon was vermoord door een voormalige blanke politieofficier. Nadat de politie had bekend dat hij haar zoon had vermoord en om vergeving vroeg, liep de moeder in de rechtszaal naar de agent, omhelsde hem en zei: ‘Ik vergeef je, maar ik wil je iets vragen. Ik had maar een zoon. Wil jij nu mijn zoon worden?’

Surinamers zouden, hoe gebrekkig de huidige amnestie wet ook mag zijn, samen moeten werken aan nationale verzoening. Geen systeem is volmaakt. Welke weg wij ook opgaan, wij zullen altijd te maken krijgen met mensen die ontevreden zijn. Maar, durven geestelijke leiders dan niet de weg te gaan die mensen als Desmond Tutu zijn gegaan? De Bekker en Meye hebben beide gelijk. Kunnen we bij elkaar komen voor land en volk?

Professor Dr. Franklin Jabini

In de rubriek ‘Ingezonden’ stelt GFC Nieuws een ieder in de gelegenheid om een eigen mening of visie te geven op alle actuele ontwikkelingen en/of relevante onderwerpen. Stukken die geplaatst worden komen niet noodzakelijkerwijs overeen met de visie en/of de mening van de redactie.  De redactie heeft het recht om de stukken wel of niet te plaatsen, in te korten of te redigeren, zonder de mening en/of visie van de inzender aan te tasten. Er worden alleen stukken geplaatst die behoudens een ieders verantwoordelijkheid voldoen aan wat gesteld wordt in de Surinaamse wetgeving.

Dit bericht is afkomstig van GFC Nieuws. Bekijk het oorspronkelijke bericht hier.