Burgers die voorzien worden van financiële steun hebben een ‘Moni Karta’, waarmee ze maandelijks een bedrag kunnen pinnen bij de Surinaamse Postspaarbank (SPSB) om zodoende hun financiële situatie maandelijks onder controle te houden.

Verlenging in eerste instantie onduidelijk

De procedure voor het verlengen van de kaart was tot vorige maand nog heel onduidelijk. Burgers hebben diverse keren geprobeerd contact te nemen met de desbetreffende kantoren in verschillende wijken, maar het is hun nimmer duidelijk gemaakt wat er uiteindelijk zou gebeuren met hun vervallen kaart. ”Ze zeiden me dat de kaarten niet vervallen, terwijl mijn kaart wel een vervaldatum heeft”, zegt Mariska aan Dagblad Suriname. 

Eindelijk kwam er nieuwe en duidelijke informatie

De burgers kwamen op een gegeven ogenblik eindelijk te weten via een communiqué van het ministerie van Sociale Zaken en Volkshuisvesting dat ze gewoon met hun vervallen kaart bij de bureaus die in het ressort aanwezig zijn hun nieuwe kaart kunnen halen. Dat communiqué van het ministerie heeft vele van de mensen nog niet bereikt en dat betreuren ze ten zeerste.

Het feit, dat de registratie van de personen met een vervallen kaart en de indiening van de kaarten tot en met 31 augustus 2022 liep, is wat de mensen nog erger vonden. Het gaat om een groep in de samenleving die weinig tot geen toegang heeft tot de verschillende social media en zelfs, hoogstwaarschijnlijk volgens burgers, tot televisiestations.

Blijkt dat er nu toch geen oplossing is

De burgers zeggen dat het nu erop lijkt, dat ze geen geld zullen ontvangen gezien het feit dat ze niet in het bezit zijn van een “Moni Karta”. Dit brengt heel wat problemen met zich mee. De mensen zitten met hun handen in het haar en vragen zich af wat ze nu moeten gaan doen, nu ze geen geld hebben ontvangen. 

Dagblad Suriname heeft geprobeerd contact te krijgen met minister Uraiqit Ramsaran van Sociale Zaken en Volkshuisvesting, maar vanwege drukke werkzaamheden heeft hij vooralsnog niet kunnen reageren.  

GW

Dit bericht is afkomstig van Dagblad Suriname. Bekijk het oorspronkelijke bericht hier.