PARAMARIBO, 30 mrt – De niet te stillen honger naar grond levert Suriname straks weer een aanklacht op wegens mensenrechtenschending. Marrons van de dorpsgemeenschap Santigron overwegen serieus te stappen naar het Inter-Amerikaanse Hof voor de Rechten van de Mens. Ruim tweeduizend hectare van de gemeenschapsgrond is afgestaan aan derden. Een deel van de grond is zelfs al doorverkocht.

Wat vooral steekt, is dat leden van de gemeenschap ‘ineens’ geen toegang meer hebben tot bepaalde delen van wat ooit als hun leefgebied werd gezien. Recent legde een rechter een bewoner van Santigron zelfs een verbod op. De man mag een aan een andere uitgegeven stuk land niet meer betreden. De regels van het eigendomsrecht gelden er nu. “Wetten zijn er om ordening te scheppen, niet om mensen te onderdrukken”, zegt Salomon Emanuels tegenover de Times of Suriname.

Als woordvoerder van Santigron pleit de antropoloog voor een andere benadering. “Wetten worden in dit land gebruikt om hen die niet zoveel weten, te onderdrukken. En dat accepteren wij niet. Een buitenstaander komt als een dief in de nacht, omdat zij de ‘wegen’ in Paramaribo kent die bewandeld moeten worden en zij verkoopt nog door ook.” Intussen is een petitie ingediend bij het parlement. Als dat niets oplevert, wordt er maar een mensenrechtencase van gemaakt.

Dit bericht is afkomstig van Suriname | Waterkant.Net. Bekijk het oorspronkelijke bericht hier.