PARAMARIBO, 5 apr – “We worden in ons eigen vet gebakken.” Dit zegt parlementariër Radjkoemar Randjitsingh (Nieuw Front/VHP) over de principeovereenkomsten met multinationals. Het verruimde Surinaamse aandeel wordt tegen zo’n hoge prijs bedongen, dat het nadelen oplevert. Randjitsingh heeft vooral moeite met de zogenaamde area of interest.

Dat is zo’n vijfhonderd duizend hectare land waar het bedrijf Surgold beslag op zal leggen als de overeenkomst doorgaat. En dat voor een periode van vijf en dertig jaar. “Waarom zoveel land als de mijnbouwwet hooguit tienduizend hectare toestaat”, zei Randjitsingh in het parlement. Nu wordt zoveel land afgestaan, nog voor Surgold zich bewezen heeft als ‘goed presteerder’. Volgens de mijnbouwwet mag meer land worden afgestaan. Maar dan moet eerst gepresteerd worden.

Onder presteren wordt dan onder meer exploratiewerk verstaan. Zodat duidelijk is of er meer mineralen in de bodem zitten en hoeveel. Zoals de kaarten nu liggen, zal Surgold er goedkoop vanaf komen. Veel potentieel rijk land voor weinig moeite. Suriname mag voor vijf en twintig procent deelnemen via het bedrijf Republic of Suriname, RoS. “Het ergste is dat RoS eventuele rechten in de area of interest onverwijld moet aanbieden aan Surgold.”

Suriname kan dus de rechten niet gebruiken om bijvoorbeeld het eigen aandeel te vergroten. “En dan hoeft Surgold ook nog alleen maar de overdrachtkosten te betalen”, aldus Randjitsingh. Het parlement heeft moeite met de naam Republic of Suriname. Dat kan makkelijk vertaald worden als de ‘staat Suriname’. Parlementsvoorzitter Jennifer Simons vindt dit link. “De staat kan makkelijk voor allerlei zaken verantwoordelijk worden gesteld en dat willen we niet.”

Luister ook naar NOS correspondent Harmen Boerboom, die in het Surinaamse parlement de gesprekken volgt om multinationals meer te belasten op goudwinning:

Dit bericht is afkomstig van Suriname | Waterkant.Net. Bekijk het oorspronkelijke bericht hier.