Jan Gajentaan

De begrippen koloniaal en anti-koloniaal duiken steeds vaker op. Het lijkt wel of iedere discussie die te maken heeft met Suriname en Nederland, in termen van koloniaal of anti-koloniaal gevoerd moet worden. Zo wordt de weigering van het EU-parlement om in Suriname de EU-ACP meeting te houden, door de medestanders van Bouterse beschouwd als een daad van kolonialisme. Ook de  nieuwe bestemming van Fort Zeelandia, doet de “koloniale” discussie weer in volle hevigheid losbarsten.

Nu ben ik als voormalig student geschiedenis voorstander van het onder ogen zien van het verleden. Ik ben het echter niet geheel eens met degenen die zeggen dat Nederland het koloniaal verleden onder het tapijt heeft geschoven, want je vindt het onderwerp slavernij tegenwoordig terug in ieder Nederlands geschiedenisboek. Vooral in de jaren zestig en zeventig leek het wel of we in Nederland het er alleen nog maar over konden hebben, hoe slecht onze natie was geweest als kolonisator.

Later werden die standpunten weer wat gerelativeerd of genuanceerd en dat leidt dan weer tot de kritiek van intellectuelen zoals Sandew Hira, die vinden dat in Nederland dit wrede koloniale verleden te veel bagatelliseerd wordt, ook door wetenschappers. Nu valt voor dit standpunt van Sandew Hira wel wat te zeggen, want de extreme wreedheid van de slavernij en de contractarbeid in Nederlandse koloniale gebieden is inderdaad niet bij een ieder volledig bekend.

Zijn mensenrechten en representatieve democratie “westerse” denkbeelden?

De vraag doet zich nu voor, of er niet misbruik wordt gemaakt van deze kolonialisme-discussie voor het scheppen van een kunstmatige vorm van solidariteit. Nu Nederland weigert te vergaderen in Suriname onder de leiding van een president die verdacht wordt van schendingen van de mensenrechten,  wordt dat gepresenteerd als een daad van westers kolonialisme, om zodoende solidariteit te bewerkstelligen tussen de ACP landen. Maar toen de van massamoord verdachte Servische leiders Milosovic , Mladic en Karadjic werden uitgeleverd aan het  Joegoslavië tribunaal in Den Haag, heb ik niemand horen klagen over westerse bemoeizucht.

Zo wordt de discussie steeds verwarrender en is het soms moeilijk om je standpunt te bepalen. Zijn degenen die nu in Suriname demonstreren tegen de amnestiewet en opkomen voor democratie en mensenrechten inderdaad de ‘futuboi’s’ van het kolonialisme, zoals president Bouterse en enkele NDP parlementariërs hen smalend noemen? En zijn de Surinamers die in de jaren tachtig gemoord hebben onder hun eigen landgenoten en nu de macht uitoefenen werkelijk de anti-kolonialen,  zoals ze zelf claimen?

Het is ironisch dat de huidige Surinaamse president en de adviseurs op zijn kabinet in zekere zin regeren op de manier van een gouverneur-generaal in de koloniale tijd, dat wil zeggen dat zij de departementen rechtstreeks willen aansturen en ministers in hun systeem  niet meer zijn dan inwisselbare pionnen (een gouverneur-generaal had niet eens ministers, die werden in de koloniale tijd overbodig geacht). Zo zien we dat ondanks alle anti-koloniale retoriek, er in Suriname soms op een tamelijk koloniale wijze geregeerd wordt. Ook dat is weer zo’n dubbele bodem.

Wie de post-koloniale geschiedenis bestudeert, weet hoe bepaalde onderstromen de toekomst van een land kunnen bepalen. In de late jaren vijftig nam Indonesië onder Soekarno een harde anti-koloniale lijn in en offerde daarbij democratie en mensenrechten op. Er waren ook anti-koloniale leiders in indonesië die principieel democratisch waren, zoals Mohammed Hatta en Sutan Sjarir. Zij werden op het beslissende moment door Soekarno opzij geschoven, omdat ze zich niet wilden voegen naar zijn idee van een “geleide democratie”.  Met andere woorden, het anti-koloniale sentiment bij de bevolking kan gemakkelijk misbruikt worden door dictatoriale leiders in een ex-kolonie.

Ik hoop dat het in Suriname niet die kant op zal gaan, maar ik kan de toekomst niet voorspellen. Feit is wel dat het voeren van een felle anti-koloniale politiek in veel landen gepaard is gegaan met de ondergang van het systeem van representatieve democratie, de trias politica en het respect voor mensenrechten, al hoeft dat misschien niet altijd het geval te zijn. In ieder geval wordt het Surinaamse volk momenteel geïndoctrineerd met het idee dat voorstanders van democratie en mensenrechten per definitie “vrienden van het kolonialisme” zijn. Ik vind dat een zeer gevaarlijke ontwikkeling.

Dit bericht is afkomstig van GFC Nieuws. Bekijk het oorspronkelijke bericht hier.