Politiek analist Jan Gajentaan

Vanochtend las ik op GFC Nieuws het artikel “De scenario’s van Nederland” van Roy de Miranda. Zelf ben ik niet zo van de “scenario’s”, aangezien dit meestal niet te verifiëren veronderstellingen zijn, die bedoeld of onbedoeld tot een explosief klimaat kunnen leiden.

Ook in de revolutionaire periode van Suriname (1980 – 1982) hadden sommigen het voortdurend over “scenario’s” en we weten allemaal welke ellende daaruit is voorgekomen. Toch ben ik het wel op één punt eens met De Miranda en dat is de onbetrouwbaarheid van de criminele getuige.

Criminelen zijn natuurlijk per definitie lieden die hun bestaan gebouwd hebben op list en bedrog om er zelf beter van te worden. Niet alleen in hun contacten met Justitie maar ook in hun onderlinge gesprekken, wordt er heel wat afgelogen of gefantaseerd om er zelf beter van te worden. Vele juristen beschouwen de getuigenis van een crimineel dat ook als een onbetrouwbaar bewijsmiddel. Dit geldt des te meer wanneer een getuige beloond wordt door Justitie voor zijn of haar verklaring.

Zaken Bouterse en Brunswijk
In de jaren negentig speelden de strafzaken tegen Bouterse en Brunswijk in Nederland. De zaak Bouterse ken ik alleen vanuit de media, bij de zaak Brunswijk heb ik alle zittingen zelf bezocht (ik was destijds adviseur van Brunswijk). Gaandeweg bleek dat de kroongetuige tegen Brunswijk niet alleen zelf beloond was voor haar verklaring (zij kreeg o.a. strafvermindering en een verblijfsvergunning), ook had Justititie zich ingezet om een aantal familieleden van de kroongetuige een verblijfsvergunning te bezorgen.

Enkele van deze familieleden leefden zelf van de drugshandel en er was er één bij, die nog een celstraf moest uitzitten in Suriname! Justitie haalde dus buitenlandse criminelen naar Nederland, om maar aan de gewenste bewijzen te komen.

Een ander punt was de betrouwbaarheid van de verklaring van de kroongetuige. In het geval van de zaak tegen Brunswijk, loog de kroongetuige over de herkomst van de drugskoffers waarmee zij op Schiphol was aangehouden. Zij had verklaard dat zij die koffers op Schiphol van Brunswijk had gekregen. De verdediging voerde getuigen op (familieleden van de getuige) die stelden dat zij de koffers in haar eigen huis in Suriname al geprepareerd had.

Bij het proces in eerste instantie (Rechtbank Haarlem)  werden die verklaringen terzijde geschoven, maar in hoger beroep (waar Brunswijk vertegenwoordigd werd door Mr. Spong), erkende het Gerechtshof dat de verklaring van de kroongetuige “op punten onbetrouwbaar was”. Toch vonden zij dat deze verklaring als bewijsmiddel gehandhaafd kon worden! En de Hoge Raad handhaafde later dat oordeel.

Het is allemaal alweer zo’n 15 jaar geleden, maar ik moet bekennen dat ik als Nederlands staatsburger sindsdien een minder prettig gevoel heb bij onze rechtsstaat. Je kunt in Nederland kennelijk veroordeeld worden op basis van een verklaring van een liegende crimineel, die daarvoor ook nog eens beloond wordt. Ondertussen zijn er in Nederland enkele grote gerechtelijke dwalingen bekend geworden  (“De Twee van Putten”, de “Schiedammer parkmoord” en de zaak “Lucia B.”)  die de naam en faam van de Nederlandse rechtsstaat geen goed hebben gedaan.

Publicaties over de zaak Piet W.
Toen ik van de week vernam van de ontwikkelingen en de zogenaamde betrokkenheid van de Surinaamse president in de zaak Piet W., wist ik niet wat ik ervan moest vinden. In dit geval gaat het om een uitspraak van Piet W. die hij deed toen hij afgeluisterd werd (dus niet in ruil voor een beloning), maar dat zegt natuurlijk niets over het waarheidsgehalte van die bewering. Het kon ook opschepperij zijn tegenover een andere crimineel.

Het feit dat bronnen bij de Nationale Recherche de inhoud van het onderzoek gelekd hebben naar het blad de Telegraaf, zegt misschien eerder iets over de integriteit van de betreffende politiemensen dan over de handel en wandel van de Surinaamse president.

Tot slot wil ik opmerken dat de Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken, Uri Rosenthal, zich tot nu zeer terughoudend heeft opgesteld in deze aangelegenheid. Ik zie daarom niet in waarom de diplomatieke betrekkingen tussen Suriname en Nederland verbroken moeten worden, zoals De Miranda wil. Dat lijkt me niet in het belang van de Surinaamse bevolking en al helemaal niet in het belang van de Surinaamse gemeenschap in Nederland. Eerder zou ik ervoor willen pleiten dat de diplomatieke betrekkingen ingezet worden, om eventuele onwaarheden of misverstanden uit de wereld te helpen.

Jan Gajentaan

Dit bericht is afkomstig van GFC Nieuws. Bekijk het oorspronkelijke bericht hier.