Door Johan Donner

PARAMARIBO – Het is gewenst dat het Europees parlement ons informeert over de beweegredenen van haar kennelijk eenzijdig besluit om de benodigde ondersteunende financiële middelen te reduceren in het kader van de overeenkomst ‘Accompanying Measures on Bananas (BAMS)’.

Dit zegt parlementslid Rabin Parmessar aan GFC en geeft daarbij aan dat hij dit verzoek gisteren officieel heeft gedaan aan de daartoe bevoegde instanties.

De volksvertegenwoordigers verduidelijkt dat het in de bedoeling lag om tot en met 2013 met gebruikmaking van deze middelen de lokale bacoven industrieën zodanig te herstructureren, dat onze landen markt-conform zullen kunnen overleven en concurreren op de Europese markt.

Hij vreest dat hierdoor de deadline niet zal worden gehaald, terwijl de ACP preferenties op de Europese markt komen weg te vallen vanwege nieuw gesloten vrijhandelsovereenkomsten met Latijns-Amerikaanse landen. “Dit betekent een totaal verlies 140 – 240 Euro per ton bacove voor de ACP landen. Daarenboven zorgen de EU-Centraal Amerika en de EU-Colombia-Peru deals voor een verlaging van de invoerrechten voor deze landen naar 75 Euro per ton, ten opzichte van de 176 Euro per ton dat werd betaald.”

Parmessar benadrukt dat dit absoluut tegenstrijdig is met wat werd overeengekomen met de ACP  landen in de Geneva bacoven handels overeenkomst van 2009, waarin staat dat in 2019 de invoerechten naar maximaal 119 Euro per ton zou moeten zijn verlaagd en niet het tarief van 75 Euro per ton dat nu is overeengekomen.

Dit bericht is afkomstig van GFC Nieuws. Bekijk het oorspronkelijke bericht hier.