Soms is het goed om je in de geschiedenis te verdiepen. Je komt er dan achter, dat veel zaken die in de publieke opinie voor waar worden aangenomen, in werkelijkheid nét iets anders liggen. Zo wordt ons over Venezuela in de media het beeld voorgehouden, dat het land geregeerd werd door een kliek grootgrondbezitters en dat er pas zaken ten bate van het volk werd gerealiseerd vanaf het moment dat Hugo Chávez de macht overnam in 1999. Klopt dat? Tijd voor een “fact check”.

In een boek uit 2011 getiteld “Venezuela – revolution as a spectacle” van de Venezolaanse libertariër Rafael Uzgátegui, wordt met behulp van veel statistische data deze stelling onderzocht. En hoewel het klopt dat Venezuela voor 1999 door een elite bestuurd werd en er toen ook al veel corruptie was, blijkt de werkelijkheid toch genuanceerder te zijn dan menigeen denkt.

Op de eerste plaats beschikte Venezuela in de periode van 1949 tot 1989 over een goed werkende en eerlijke democratie, gebaseerd op de scheiding der machten. In een tijd waarin veel Zuid-Amerikaanse landen geregeerd werden door dictators, was het welvarende Venezuela met haar modeldemocratie dé gunstige uitzondering. Dit verklaart ook de bitterheid van de oppositie tegenover de chavisten: zij achten deze verantwoordelijk voor de uitholling en vernietiging van een democratisch systeem, dat lange tijd de trots was van het land. Echter door de daling van de olieprijs in de jaren 80 ontstond er stagnatie en instabiliteit, waardoor Chávez de macht kon overnemen.

Hoe zit het met gezondheidszorg en woningbouw? Zijn dat geen unieke realisaties van de Bolivariaanse revolutie? Ook hier blijkt de werkelijkheid genuanceerder. Zo werd het percentage aan woningen in sloppenwijken van 1961 tot 1990 gereduceerd van 37,18% tot 12,56%. Het percentage woningen dat op het elektriciteitsnetwerk was aangesloten, werd in dezelfde periode verhoogd van 58,15% tot 76,59%. Onder Chávez’ socialistische regering werden tussen 1999 en 2008 gemiddeld 26.000 woningen per jaar gebouwd. In de jaren negentig, toen er nog een vrije markteconomie was, lag dat aantal veel hoger: er werden toen gemiddeld 64.000 woningen per jaar gebouwd.

Op het vlak van de gezondheidszorg was de Venezolaanse republiek in de pre-Chávez periode een lichtend voorbeeld voor de regio. Zo werd er een netwerk van ziekenhuizen opgebouwd, waar andere landen alleen maar van konden dromen. Chávez heeft hier weliswaar het Barrio Adentro programma tegenover gesteld, een systeem dat arme mensen voorziet van gratis gezondheidszorg, maar dit systeem schiet kwalitatief tekort en is niet in staat zaken te behandelen die ingewikkelder zijn dan een gebroken been of arm. Ook de kraamzorg is achteruit gegaan onder de chavisten.

Wel moet erkend worden dat er altijd al een relatief kleine elite was in Venezuela die het meest profiteerde van de olierijkdom. Vanuit dat licht bezien, zijn Chávez en zijn opvolger Maduro niet zozeer revolutionairen, maar eerder handige politici, die het systeem hebben veranderd in het voordeel van de eigen kliek en hun Cubaanse meesters.

Helaas voor Maduro is de chavistische periode gepaard gegaan met een dermate sterke terugval op het vlak van kwaliteit, productiviteit en criminaliteit, dat een groot deel van de bevolking nu om verandering schreeuwt. Laten we hopen dat de sterk gepolariseerde Venezolanen met elkaar in gesprek zullen raken over een gemeenschappelijke aanpak van de problemen. Wellicht kan de dit weekend door Maduro uitgeroepen vredesconferentie daartoe een begin zijn.

Jan Gajentaan

Dit bericht is afkomstig van GFC Nieuws. Bekijk het oorspronkelijke bericht hier.