Identieke tweelingen kunnen subtiele verschillen in hun DNA-sequenties hebben. Deze hangen samen met verschillen in eigenschappen, zoals aandachtsstoornissen. Deze bevinding kan in de toekomst leiden tot een vroege signalering van ADHD.

VU-onderzoeker Abdel Abdellaoui van het Nederlands Tweelingen Register en Erik Ehli van het Avera Instituut onderzochten zogenaamde DNA-copy number variations (CNV’s).

Deze CNV’s zijn stukjes DNA die een variabel aantal keren aanwezig zijn op een chromosoom en de werking van verschillende genen kunnen beïnvloeden. Zij leveren daarmee een belangrijke bijdrage aan genetische variatie.

De onderzoekers bekeken of CNV’s vaker voorkwamen bij kinderen met een aandachtsstoornis en of ze verschilden tussen tweelingparen waarvan één van de twee kinderen een aandachtsstoornis had, en het andere kind niet.

Genetische analyses lieten op de chromosomen 4 en 17 verschillen zien binnen eeneiige tweelingparen. Bovendien hadden kinderen met een aandachtsstoornis gemiddeld grotere CNV’s verspreid over het genoom.

“Onze studie bevestigt dat CNV’s onze aandacht waard zijn. Het is opmerkelijk dat er sterke aanwijzingen zijn uit andere onderzoeken dat de plekken in het DNA waar wij verschillen binnen tweelingparen zien betrokken zijn bij psychiatrische aandoeningen.

Meer onderzoek is nodig om te begrijpen hoe ze de kans op ADHD verhogen en hoe vaak deze genetische verschillen bij identieke tweelingparen voorkomen”, zegt Abdel Abdellaoui.

Erik Ehli: “Deze bevindingen kunnen ons in de toekomst mogelijk in staat stellen om risico?s voor aandachtsproblemen bij kinderen vroegtijdig te identificeren.”

De wetenschappers publiceerden hun onderzoek in het European Journal of Human Genetics.

(nu.nl)

Dit bericht is afkomstig van GFC Nieuws. Bekijk het oorspronkelijke bericht hier.