PARAMARIBO, 25 jun – Doet onze beste kameraad echt zoveel zijn best? Het is een vraag waar menigeen vaker dan gewenst mee zit de laatste tijd. Er zijn van die voorvallen, waar je nekharen van overeind gaan staan. (Eventuele) bewijsstukken dagenlang in weer en wind laten liggen, om ze dan bij toeval alsnog te ontdekken. Of gewoon vanuit de luie bureaustoel totale desinteresse uitstralen.

Hoe objectief je ook naar het apparaat wilt kijken, aan een bepaalde indruk valt haast niet te ontkomen. Hebben die lui er nog zin in? Zo ja, waaruit blijkt dan de werklust? De ijver om dat te doen waar je vrijwillig voor koos. Want, een vrouw die het bureau binnenstapt, zegt net op straat beroofd te zijn, die stel je toch vragen? Al was het maar beroepsmatig. Hoe kan het in vredesnaam dat een topcop dan stomverbaasd reageert als uren laten een journalist hem confronteert?

Een confrontatie met de ‘nieuwe’ input dat de dader kort tevoren samen met de vrouw in een bankgebouw was. Bankgebouw, dus beveiligingscamera’s. Had de beste man dan niet zelf daar achter kunnen komen, beroepsmatig? En maar haast elke week de burger trachten te overtuigen hoe hard ze hun best doen. Natuurlijk willen burgers het geloven, met hun hele hart. Het idee dat je overgeleverd bent aan dat wat je liever niet bij naam noem, je duwt het zover mogelijk weg.

Maar betekent die aanhankelijkheid ook dat burgers zich al die grillen maar moet laten welgevallen? Waar het Korps Politie Suriname rekening mee moet houden is haar plek. Het staat tussen orde en anarchie. Het nalaten van het ene werkt het andere in de hand. Met alle gevolgen voor de samenleving, dus ook dit korps. Het is om aan te denken de volgende keer dat er weer net pizza is aangerukt, of zo’n ‘gast’ belt weer dat er dieven aan de deur zijn. “Geen auto binnen.”

Dit bericht is afkomstig van Suriname | Waterkant.Net. Bekijk het oorspronkelijke bericht hier.