Diwáli is het feest van licht; licht dat duisternis overwint. Licht staat voor het  goede (het positieve, het mensvriendelijke). Duisternis staat voor het kwade, (het negatieve , voor datgene wat mensonvriendelijk is ). In de betekenis van  overwinning van licht op duisternis roept het Diwálifeest ieder op om  het kwade (en het negatieve) in zichzelf te overwinnen door het goede, het positieve meer ruimte te geven. Diwáli wordt gevierd in de donkerste nacht  van het jaar. Het is aardedonker op aarde. De maan bevindt zich volledig achter de aarde. In deze donkere nacht maken we diyá’s aan: kleine aardelampjes. Hiermee geven we aan dat zelfs de diepste duisternis of het diepste kwaad overwonnen kan worden, als we het licht, dit is het positieve in ons, sterk genoeg tot uitdrukking brengen. Want net  zoals deze donkerste nacht langzaam overgaat in een nacht met volop licht vanwege de volle maan, net zo kan een ieder mens hoe negatief hij ook was, of hoe moeilijk hij het ook had, zich transformeren tot het goede. Het Diwálifeest duurt eigenlijk 5 dagen. Elke dag heeft z’n eigen specifieke betekenis. Maar het meest belangrijke is de  dag, waarop we het Goddelijk aspect Lakshmí aanroepen en vereren . Lakshmí  is een goddelijke kracht of shakti die als vrouw wordt uitgebeeld. Zij is de uitvoerende energie van Vishnu, het Goddelijk aspect dat de schepping onderhoudt en daarmee voor continuïteit zorgt. Lakshmí wordt op Diwáli-avond door bijna elke hindu aangeroepen. Want Lakshmí wordt als een soort universele moeder gezien. Een moeder die geborgenheid biedt, die onvoorwaardelijk lief heeft en geluk brengt. Want wie geborgen is, is zelfverzekerd, kent eigen waarde en is  in staat veel van zijn wensen en verlangens te realiseren en zich gelukkig te maken. Lakshmí staat ook symbool voor het licht in onszelf. Zij is het licht dat jou in  contact brengt met je diepste zelf, je Átmá of het Goddelijke in jou. Ze helpt jou om je ware ik te ontdekken, om  tot zelfinzicht te komen. En daardoor in balans te zijn. Maar ook om je mogelijkheden en je bestemming te leren kennen. Wie dit bereikt, verwerft voorspoed, gezondheid en succes. Terwijl je de diyá aanmaakt, vraag je Lakshmí om je te helpen om al je negatieve eigenschappen te overwinnen. Eigenschappen zoals haat, jaloezie, hebzucht, discriminatie en egoïsme. En je vraagt haar om al het positieve in je te ontwikkelen. Want zo denken hindoes: wie positief denkt, handelt en spreekt, wordt gelukkig. En Diwáli is daarom het feest van geluk, voorspoed en gezondheid. Daags voor het Diwálifeest ruimen hindoes hun huis en de directe omgeving grondig op. De gedachte hierachter is het geloof dat Lakshmí alleen een schone omgeving binnentreedt. Deze fysieke reiniging van huis en omgeving staat voor geestelijke reiniging.  Want alleen als je geest zuiver is, vrij  van negatieve gedachten en  egoïsme, kun je Lakshmí in jezelf realiseren. Diwáli is bij uitstek een gezinsfeest. Het hele gezin komt nadat een ieder zich gereinigd heeft bij elkaar.  Bij het invallen van de avond maakt een ieder een diyá aan. De eerste diyá wordt door de moeder of grootmoeder aangemaakt. Zij is immers de vervanger van moeder Lakshmí op aarde. Want net zoals moeder Lakshmí  universele liefde geeft aan eenieder, net zo geeft  een moeder onvoorwaardelijke liefde en geborgenheid aan haar gezin/ familie.  Veel mensen zien het Diwálifeest dan ook als een moment van verering en waardering voor de eigen moeder. Tijdens het aanmaken spreekt zij de mantra uit waarin ze vraagt om geluk en gezondheid voor haar hele gezin. Moge Lakshmí ons innerlijk licht, ons geluk en voorspoed brengen, de innerlijke vijanden vernietigen. De devoot vraagt niet alleen maar naar geluk en voorspoed, maar vooral naar vernietiging van zijn innerlijke vijanden. Dat zijn slechte eigenschappen zoals: hebzucht, jaloezie, kwaadheid, gehechtheid aan aardse en zintuiglijke zaken. Want de gedachte is dat je jezelf alleen gelukkig kan maken als je jezelf bevrijd van alle negativiteit.  Er wordt ook gevraagd om geluk welke verkregen wordt door spirituele groei. We vragen om ons te vervullen met waarheid en wijsheid. Want wie waarheid en wijsheid in zich heeft, kan verlichting bereiken. Wie verlicht is, is verankerd in zijn of haar Átmá. Hij vereenzelvigt zich niet meer met het lichaam, maar met zijn Átmá. Wie zichzelf met zijn Átmá identificeert, is als het ware onsterfelijk. Volgens de hindufilosofie is de mens onlosmakelijk en op gelijkwaardige wijze verbonden met de natuur. Samen vormen  mens en natuur een groot organisch systeem. Ze hebben beide een gezamenlijke Goddelijke oorsprong.  De mens is het hoogst ontwikkelde organisme. Hij heeft een vrije wil, intelligentie en bewustzijn. Maar vooral een natuurlijke drang om zich zoveel mogelijk te ontwikkelen. De mens wil ervaren en leren. De diyá symboliseert het menselijk lichaam. De vlam stelt de átmá voor. De átmá die straalt, warmte geeft, liefde uitstraalt  en universeel is. De ghí of olie staat voor ons karma: alles wat je denkt, zegt en doet. De lont staat voor de tijd, voor ons levenstraject van geboorte tot de dood. Het aansteken van de diyá verwijst naar het doel van het leven, n.l.: jezelf zoveel mogelijk intellectueel en spiritueel ontwikkelen. Intellectueel om jezelf en je omgeving te begrijpen en spiritueel om je te verlichten en moksha te bereiken.De diyá wordt met zorg gemaakt. Dit verwijst naar zorg voor het lichaam. We willen zuivere ghí en een zuivere lont. Want samen zorgen ghí en lont, eigenlijk karma en tijd, dat de vlam, onze átmá  dus, langdurig en helder blijft stralen.

Dit bericht is afkomstig van Dagblad Suriname. Bekijk het oorspronkelijke bericht hier.