De 70% korting op de zogeheten Oppenheimer leningen van in totaal US$ 675 miljoen welke de regering vorig jaar aan de bondholders heeft voorgesteld in het kader van de herschikking van de schuld, vindt VES-voorzitter Steven Debipersad “niet fatsoenlijk” (“indecent”). De regering zou naar de schuldeisers toe met een realistisch voorstel moeten komen en een goede herschikking van  internationale verplichtingen afspreken.

Met de IMF-ondersteuning op zak kunnen de schuldonderhandelingen volgens hem nu na een jaar van “stand still” afgerond worden.  Debipersad sprak maandag op de nieuwjaarsreceptie van de Vereniging van Economisten in Suriname (VES).

‘President Chandrikapersad Santokhi was er als belangrijkste gast aanwezig. De VES-voorzitter noemt de enorme totale staatsschuld een strop om de nek. Naast het herschikking van de buitenlandse commerciële leningen, waarvan de Oppenheimer leningen (obligaties) de grootste zijn, vindt de econoom het belangrijk dat wij als land snel meer moeten gaan verdienen om af te komen van de schuldenberg, die anders tot het jaar 2035 zal blijven staan. 

Schuldenberg

Per eind 2020 bedroeg de uitstaande schuld van Suriname US$ 3,28 miljard, wat neerkomt op 159,1% van het Bruto Binnenlands Product (BBP), terwijl volgens de Wet op de Staatsschuld het schuldenplafond op 60% is gesteld. Dit komt erop neer, dat US$ 2 miljard teveel is geleend. Per dezelfde datum (eind 2020) vormen de schuldverplichtingen (rente en aflossingen) het grootste deel van de uitgaven van de staat. Het BBP is de totale geldwaarde van alle in het land (overheid en particulier) geproduceerde goederen en diensten gedurende een jaar. De schuldratio van 159,1% betekent, dat de schulden van het land anderhalf maal zo groot zijn dan het land aan goederen en diensten produceert. 

De totale staatsschuld is onderverdeeld in binnenlandse schulden (US$ I,179 miljard) en buitenlandse schulden (US$ 2,101 miljard). De buitenlandse schulden zijn  onderverdeeld in commerciële leningen (US$ 713 miljoen) en non-commerciële leningen (US$ 1.388 miljard). Bij de commerciële leningen zijn de twee zogeheten Oppenheimer obligatieleningen met US$ 675 miljoen de grootste. De resterende US$ 38 miljoen bestaat uit verschillende andere commerciële leningen. Onder de non-commerciële leningen vallen de zogeheten bilaterale leningen (US$ 708 miljoen), waarvan China en India de grootste schuldeisers zijn. De resterende non-commerciële leningen (US$ 680) zijn afkomstig van multilaterale organisaties zoals de IDB en CDB.    

Stand still en herschikking

Herschikking van de schulden, naast de inkomstenverhogende- en bezuinigingsmaatregelen, is één van de belangrijkste maatregelen van de regering om de staatsbegroting weer in evenwicht te krijgen. De regering besloot tot een “stand still” over te gaan voor wat betreft vooral de buitenlandse schuldverplichtingen. President Santokhi herhaalde maandagavond op de VES nieuwjaarsreceptie, dat de regering genoodzaakt was tot een “stand still” over te gaan, omdat anders er niet voldoende geld over zou zijn om de staatshuishouding te draaien, met alle gevolgen van dien. Het schulden herschikkingsplan van de regering is vooral gericht op de buitenlandse leningen. Die maken 101,9% uit van het BBP. Daarnaast zijn de rentepercentage bij de commerciële leningen, met name de zogenaamde Oppenheimer obligatieleningen, erg hoog. De focus bij het herschikkingsplan van de regering is op de commerciële leningen gericht, omdat daar de meeste winst te halen valt.

Vorig jaar heeft de regering aan de schuldeisers van de commerciële leningen (US$ 675 miljoen + US$ 38 miljoen) voorgesteld om alle leningen tot één samen te voegen (US$ 713 miljoen) en een 70%  nominale “haircut” daarop toe te passen. Deze nieuwe lening zou  nominaal dus US$ 219 miljoen waard zijn. Het voorstel van de Surinaamse regering was om deze nieuwe lening in 5 gelijke jaarlijkse betalingen af te wikkelen, te beginnen op 1 juni 2025. De interestbetalingen zouden volgens het voorstel op 1 december en 1 juni vallen gedurende de looptijd van de nieuwe leningen. De eerste interestbetaling zou op 1 december 2021 geschieden. Volgens het voorstel van de Surinaamse regering zou het interestpercentage tot 1 juni 2025 4% zijn, van 1 juni 2025 tot 1 juni 2028 5% en daarna 8%. De huidige percentages op de commerciële leningen variëren tussen de 9 en 11%.

Weinig bekend over status

Sedert dit herschikkingsvoorstel in juni vorig jaar aan de bondholders is gedaan is niets meer bekend geworden over de status van dit voorstel en de onderhandelingen erom heen. Het Franse bureau Lazard die in de hand is genomen, voert namens de Surinaamse regering de onderhandelingen. Bij de buitenlandse non-commerciële bilaterale leningen (China, India en Frankrijk en de zogenaamde Export Credit Agency (ECA) ondersteunende leningen) van in totaal US$ 708 miljoen, is een gemiddelde “haircut” van 30% voorgesteld. De terugbetalingen zouden tussenjuni 2026 en  juni 2046 geschieden. Omdat het om verschillende leningen gaat met verschillende looptijden vinden terugbetalingen en de interestbetalingen op verschillende tijdstippen plaats.

De buitenlandse non-commerciële/multilaterale leningen van in totaal US$ 680 miljoen zijn vrijgesteld van herschikking. Het gaat hier om leningen met heel zachte voorwaarden. Suriname is hier gehouden aan de bepalingen zoals overeengekomen bij het aangaan van het lidmaatschap bij deze multilaterale organisaties.

IMF raamwerk

Schuldenherschikking vormt een belangrijk onderdeel van het raamwerk zoals met het IMF is overeengekomen. Binnen dit raamwerk zijn parameters geïdentificeerd ten aanzien van de schuldratio (schuld als percentage van het BBP) en de financieringsbehoefte (Gross Financin Needs – GFN). Binnen het raamwerk zoals met het IMF overeengekomen worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: 

1) het schuldratio moet van 159,1% ultimo 2020 afnemen tot 120 % in 2024, en vervolgens naar het internationaal geldende norm van 60 % in 2035; 

2) voorts mag het GFN in geen elk jaar boven de 12 % uitkomen en mag gemiddeld niet meer dan 9 % bedragen in de periode 2021-2024. 

Binnen het raamwerk zoals met het IMF overeengekomen zijn de potentiële inkomsten uit de off-shore olie- en gasindustrie niet meegenomen. De oliemaatschappijen hebben namelijk nog geen finaal besluit genomen over hun investeringen in de productie. Indien de ontwikkelingen in de off-shore olie- en gasindustrie zich materialiseren zal de schuldratio van 60% eerder kunnen worden gehaald dan 2035. De schuldeisers zullen dan hun geld ook eerder terugbetaald krijgen. President Santokhi zinspeelde maandagavond tijdens de VES nieuwjaarsreceptie hierop. Hij merkte op, dat voor de schuldeisers belangrijk is te weten dat de Surinaamse regering haar schulden erkent en derhalve die ook zal terug betalen.

Status en categorisering van de schulden per ultimo 2020. De bedragen zijn inclusief achterstallige rentebetalingen:

SS

Dit bericht is afkomstig van Dagblad Suriname. Bekijk het oorspronkelijke bericht hier.