In een artikel van Idris Naipal vanochtend op GFC Nieuws (“Uitlatingen president provocerend”) wordt haarfijn uitgewerkt dat de onruststoker die bijna een diplomatieke crisis tussen de USA en Suriname heeft veroorzaakt, naar alle waarschijnlijkheid OKB voorzitter Jennifer van Dijk-Silos is geweest. Ik denk dat de analyse van Idris correct is en dat minister Lackin van Buitenlandse Zaken vervolgens alle zeilen bij moest zetten om dit diplomatieke brandje te blussen.

Hoe komt het toch dat deze president, zowel in zijn tijd als bevelhebber (jaren tachtig) als nu, zich regelmatig van zijn koers laat afbrengen door te luisteren naar verkeerde adviezen van radicale of rancuneuze personen in zijn directe omgeving? Dit is de vraag die ik mij al heel lang stel. Zelf heb ik Bouterse ooit (kort) mogen ontmoeten in 2011 en hij kwam op mij over als een gemoedelijke, vaderlijke en zeker ook wel charismatische man.

Na de staatsgreep in 1980 hielden velen, zowel in Suriname als in Nederland, Bouterse voor de meest gematigde van de sergeanten. Hij was de pragmaticus, de man waarmee je wel kon praten. In zijn boek “De revolutie uitgegleden” geeft André Haakmat een verklaring waarom Bouterse ontvankelijk werd voor radicale adviseurs. Dit gebeurde nadat Nederland kolonel Valk, die de mentor was van Bouterse, kort na de staatsgreep van 1980 overplaatste naar een post in Brussel.

Haakmat beschrijft hoe Bouterse een emotionele speech hield tijdens de afscheidsreceptie voor Valk in de Nederlandse ambassade, waarbij hij de fameuze woorden sprak: “kolonel, nu ga ik iets onthullen, dat alleen u en ik weten…”. Na zijn speech trok Bouterse zich terug in een hoek, sprak geen woord meer en maakte een zeer aangeslagen indruk. De daaropvolgende ochtend verscheen de bevelhebber op kantoor met een intimiderende en bewapende lijfwacht. Bouterse was volgens Haakmat in één etmaal veranderd van een goedlachse man in een wantrouwende dictator.

Vervolgens was het eenvoudig voor radicale geesten om de bevelhebber te winnen voor een links-radicale en anti-democratische koers, met als uiteindelijk gevolg de rampzalige gebeurtenissen van 8 december 1982. Wie hierbij de doorslaggevende invloed heeft uitgeoefend is tot aan de dag van vandaag onduidelijk. Waren het de Cubaanse adviseurs en hun Surinaamse pleitbezorgers, de gebroeders Naarendorp? Waren het de radicale geesten onder de sergeanten, zoals Badrissein Sital? Was het de Palu groep? Was het Maurice Bishop met zijn oproep om tegenstanders van de revo te vernietigen? Of waren het al die mensen samen? Ik noem hen de fluisteraars, want de meesten nemen nog steeds geen verantwoordelijkheid voor hun toenmalige adviezen.

Helaas is de president anno 2014 nog steeds ontvankelijk voor verkeerde adviezen. Wellicht is het een fout is geweest om zijn Kabinet vooral te bemensen met lieden uit de oude revo kliek. Ongetwijfeld zijn er ook verstandige mensen in de omgeving van de president, zoals Governor Hoefdraad of vp Ameerali. Kennelijk zijn zij niet altijd in staat om bijtijds invloed uit te oefenen.

Het gevolg is dat de president in een zigzagkoers terecht is gekomen. Enerzijds zien we een gematigde en pragmatische koers, waarbij beleid afgestemd wordt in het tripartiet overleg met werkgevers en werknemers. Anderzijds wordt soms ineens weer de bocht genomen naar radicaal links beleid en dito retoriek, onder invloed van bepaalde “fluisteraars”. Daardoor weten we nooit zeker welke kant het opgaat met Suriname onder deze president.

Een dergelijk onduidelijk beeld heeft een negatieve invloed op investeerders, voor wie politieke en financiële stabiliteit een belangrijke randvoorwaarde is. Dat is jammer en tragisch, vooral voor het volk van Suriname, dat zo graag een positieve sociaal-economische ontwikkeling zou meemaken.

Jan Gajentaan

Dit bericht is afkomstig van GFC Nieuws. Bekijk het oorspronkelijke bericht hier.