Volksvertegenwoordiger Noreen Cheung heeft de NDP definitief verlaten. Op de persconferentie waar ze haar aansluiting bij de NPS aankondigde, heeft ze president-hoofdverdachte Bouterse, die een strafblad heeft, ‘een misleider’ genoemd. Zij riep hem op te stoppen met ‘leugens’.

Zij onderbouwde haar ernstige beschuldiging met haar eigen ervaringen binnen de NDP, een partij die naar haar zeggen om de belangen van de persoon van Bouterse draait. Ik heb geen tweede bron om de beweringen van Cheung over haar ervaringen binnen de NDP te toetsen. Anderzijds heb ik geen reden aan haar geloofwaardigheid te twijfelen.

Ik was onder de indruk van de morele moed van deze jonge vrouw, toen ze ondanks de autoritaire, paarse druk van het machismo, weigerde voor de zelfamnestiewet te stemmen. Anders dan de rest van de NDP- fractie bleef zij trouw aan de verkiezingsbelofte van de NDP het lopende 8 december strafproces ongemoeid te laten.

Een misleider?
Waaraan ik Cheung’s karakterisering van Bouterse als misleider wel zou kunnen toetsen is zijn gedrag in de kwestie van de decembermoorden. Op 9 december 1982 heeft hij als bevelhebber van het leger en Leider van de Revolutie op de televisie verklaard dat de slachtoffers ‘op de vlucht zijn neergeschoten’.

De onderzoekers van de Verenigde Naties en de Organisatie van Amerikaanse Staten (OAS) concludeerden in hun rapporten dat de slachtoffers zonder vorm van proces in het Fort Zeelandia door de militairen waren geëxecuteerd.

Het Nederlandse forensische onderzoek en verschillende ooggetuigen, van Fred Derby, Roy Horb tot militairen uit het vuurpeloton, hebben die lezing bevestigd. Met het vluchtverhaal had Bouterse het Surinaamse volk voorgelogen.

Tegenover de rechtercommissaris in het 8 decemberstrafproces heeft Bouterse verklaard een alibi te hebben. Hij zou tijdens de moorden niet aanwezig geweest zijn in het Fort Zeelandia. Hij noemde als verblijfplaats het huis waar zijn buitenvrouw verbleef. Uit de reconstructie op basis van de ooggetuigen verslagen kon worden afgeleid dat Bouterse pas ná de moorden naar zijn alibi-adres was gegaan. Ook zijn alibi was gelogen.

Volgens meerdere ooggetuigen was Bouterse niet alleen aanwezig in het Fort Zeelandia, maar dé opdrachtgever van de moorden. Twee toenmalige leden van zijn Groep van 16, ooggetuige Roy Horb en Ruben Rozendaal vertelden bovendien dat Bouterse persoonlijk Surendre Rambocus en Cyrill Daal had doodgeschoten.

De amnestiewet van 2012 moest voorkomen dat in requisitoir en vonnis de ontmaskerende waarheid van 8 december 1982 publiek bekend zou worden. Meer nog dan het recht, moest de waarheid worden onderdrukt, desnoods ten koste van de voortduring van het morele leed van de nabestaanden. De kiezer mocht de ware Bouterse niet kennen.

Of Bouterse een misleider is? Dat hoeft niemand hem te vertellen. Hij weet dat zelf wel.

Dit bericht is afkomstig van GFC Nieuws. Bekijk het oorspronkelijke bericht hier.