Het concept Millennium Development Goals(MDG’s) rapport van Suriname is af. Het rapport handelt over de vooruitgang die ins land geboekt heeft met betrekking tot de implementatie van de 8 Millenniumdoelstellingen. Directeur van het Algemeen Bureau voor de Statiestiek(ABS), Iwan Sno, zegt dat belangrijke data nog ontbreekt. Het ABS heeft een belangrijke rol te vervullen ten aanzien van de dataverzameling.

Het rapport is vandaag tijdens een workshop van het ministerie van Buitenlandse Zaken. Het doel van de workshop was om de eerste draft van het MDG 2014 rapport met alle relevante stakeholders te bespreken. Suriname moet in september 2014 verslag doen aan de VN.

Het is nog niet duidelijk hoeveel van de doelen Suriname al heeft gerealiseerd. Alle relevante informatie moet daarom zo snel mogelijk verzameld worden. In dit kader heeft de directeur van BuZa, Ellen Naarendorp, vandaag een redactiecommissie en een stuurgroep geïnstalleerd.

Jacquelien Warso van Buza is lid van de stuurgroep en de redactiecommissie. Zij legt uit dat de taak van de redactiecommissie is om het rapport samen te stellen, zodra alle ministeries hun data hebben opgestuurd. In het rapport moet duidelijk staan welke vooruitgangen Suriname heeft geboekt en welke zaken nog gerealiseerd moeren worden.

Suriname loopt nog achter op schema met betrekking tot het behalen van de acht MDG’s, waar ons land zich met 190 andere landen in september 2000 aan had gecommitteerd. De naties hadden rond de millenniumwisseling de United Nations Millennium Declaration ondertekend, waarmee zij zich verbonden aan het nog vóór 2015 behalen van de doelstellingen die onder meer extreme armoede en honger moeten uitbannen. Per doel zijn prestatie-indicatoren vastgesteld en de voortgang wordt gemeten ten opzichte van de situatie in 1990.

Ons land scoort vooral slecht op moedersterfte en prenatale zorg, terwijl ook de gevallen van kindersterfte en ondervoeding veels te hoog zijn. Bij MDG-1, het uitbannen van extreme armoede en honger, zijn er nog geen voortgangsstatistieken over land beschikbaar, terwijl bij MDG-2, het bereiken van een universele basiseducatie, een opmerkelijke achteruitgang bij participatie in het basisonderwijs is te merken.

Als gekeken wordt naar MDG-3, gelijkwaardigheid tussen mannen en vrouwen, dan kan gesteld worden dat de participatiegraad van meisjes zelfs beter dan jongens is en als MDG-4, het tegengaan van kindersterfte, en MDG-5, het tegengaan van moedersterfte, in beschouwing worden genomen, dan zijn de statistieken verontrustend.

Met betrekking tot MDG-6, het uitbannen van hiv/aids, malaria en andere ziekten kan gesteld worden dat er enige progressie te merken is in de statistieken voor wat betreft bepaalde ziekten, maar dat de prevalentie van tuberculosis tot bezorgdheid stemt.

Er is ook gekeken naar MDG-7, de bescherming van een duurzaam leefmilieu, en ons land scoort in ieder geval goed op de subindicator ‘proportion of land area covered by forest’, want met een percentage van 94,6 is dit het hoogste van alle landen in de wereld. Suriname boekt voor wat betreft MDG-8, het ontwikkelen van een wereldwijde samenwerking voor ontwikkeling, ook progressie, want er is een groei te merken in mobielbezit en de beschikbaarheid van telefoon – en internetverbindingen.(Edunet)

Dit bericht is afkomstig van GFC Nieuws. Bekijk het oorspronkelijke bericht hier.