Op donderdag 16 juli bracht een vertegenwoordiging van de Nationale Coördinatie Commissie voor Plantgenetische Hulpbronnen (NCCPGR) een bezoek aan de minister van Landbouw Veeteleet en Visserij(LVV), Soeresh Algoe. Het algemeen doel van de NCCPGR betreft het bevorderen van het behoud en duurzaam gebruik van ‘plantgenetic resources (PGR) oftewel plantgenetische hulpbronnen. PGR vormen de biologische basis voor voedselzekerheid en zijn direct, of indirect, verantwoordelijk voor het levensonderhoud van eenieder op aarde. PGR omvatten onder meer: land- en tuinbouwgewassen, voedergewassen, hout -en bosbouwproducten, en eetbare paddenstoelen & micro-organismen. Deze hulpbronnen worden gebruikt voor onder andere: voedsel, voeder voor landbouwhuisdieren, vezel, kleding, bouw, dakbedekking en energie. Commissie Plantgenetische Hulpbronnen bezoekt minister AlgoeHet ministerie wijst in een persbericht erop dat het landbouwbeleid voor Suriname beoogt, het scheppen van ruimtelijke voorwaarden en het realiseren, ontwikkelen en waarborgen van agrarische gezondheid, voedselzekerheid en voedselveiligheid voor de totale Surinaamse bevolking en de regio en het vergroten van de bijdrage van de agrarische sector aan de nationale economie. Duurzaam beheer en gebruik van PGR is één van de voorwaarden om de beleidsdoelen te realiseren. Tijdens het bezoek aan de minister zijn er relevante PGR -documenten, waaronder het PGR Strategisch Plan voor Suriname dat door de NCCPGR is ontwikkeld aan de minister overhandigd. Ook is er een presentatie verzorgd over het Internationaal Verdrag inzake Plantgenetische Hulpbronnen voor Voedsel en Landbouw (ITPGRFA). Dit Verdrag werd in november 2001 in Rome, tijdens een bijeenkomst van de Voedsel -en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties (de FAO), goedgekeurd en trad op 29 juni 2004 in werking. Commissie Plantgenetische Hulpbronnen bezoekt minister AlgoeHet doel van dit Verdrag is de instandhouding en het duurzaam gebruik van plant genetische hulpbronnen voor voedsel en landbouw, alsmede een redelijke en rechtvaardige verdeling van de voordelen die uit het gebruik ervan voortvloeien. Het Verdrag is bedoeld als aanvulling op het Biodiversiteitsverdrag (CBD), het Cartagena Protocol en het Nagoya Protocol. De kernbepalingen betreffende de toegang tot en het delen in de baten en zijn van toepassing op 64 gewassen, waaronder rijst, cassave en banaan. In het ITPGRFA wordt benadrukt dat conservering van gewas rassen door landbouwers een essentieel onderdeel is van duurzame landbouw. Na de discussie, die volgde op de presentatie, werd besloten om het verdrag door te geleiden naar de vicepresident met het advies om goed te keuren dat Suriname toetreedt tot het ITPGRFA. Momenteel zijn al 131 landen partij bij dit verdrag.

Dit bericht is afkomstig van GFC Nieuws. Bekijk het oorspronkelijke bericht hier.