GFC NIEUWSREDACTIE- Armand Kotzebu is voorzitter van de commissie “Voorbereiding Wet Ruimtelijke Ordening”.

Hij is op 16 januari samen met de overige leden van de werkgroep door minister Silvano Tjong-Ahin van Ruimtelijke Ordening en Milieu (ROM) aangesteld.

Het benoemen van een commissie behoort volgens de bewindsman tot de nieuwe strategie die is uitgezet om te komen tot de wet Ruimtelijke Ordening.

Het merendeel van de leden is lid van de Special Planners Association of Suriname (Spasu) en daarmee geeft het ministerie van ROM invulling aan de gedachte om ook deskundigen van buiten het departement te betrekken bij het beleid.

Dit beleid houdt in, dat er zowel wat betreft milieu als Ruimtelijke ordening een maximale participatie moet zijn van ngo’s en de particuliere sector.

Minister Tjong-Ahin zegt Suriname ook in de door haar getekende internationale verdragen steeds heeft aangegeven dat het beleid met betrekking tot milieu en ruimtelijke ordening niet alleen wordt gedirigeerd vanuit de overheid, maar samen met de buitenwacht.

De Spasu heeft ook een bijdrage geleverd aan het tot stand komen van de beleidsnota. Volgens de ROM-minister zal zijn ministerie bij het maken van beleid alle deskundigen inzetten.

De commissie waar Kotzebu leiding aan geeft, moet voor het ministerie een aantal zaken op een rij zetten wanneer het gaat om ruimtelijke ordening.

Minister Tjong-Ahin heeft graag verschillende visies op dit stuk. Hij spreekt van een verzameling van ideeën die harmonieus tot een beleid gemaakt moeten worden dat past bij Suriname.

De werkgroep zal na haar benoeming een nota Ruimtelijke Ordening moeten maken en een visie creëren hoe dit aspect in Suriname aangepakt moet worden cq hoe het land ingericht moet worden.

De belangrijke stap in het traject is een openbare stakeholdersconsultatie op basis van de conceptnota. Minister Tjong-Ahin benadrukt dat de ruggengraat van de wet gebaseerd moet zijn op ervaring en wetenschap. “Wetenschappelijk getoetst en modern.”

Hij gaf daarbij mee dat er ook rekening gehouden dient te worden met cultuur. “We kunnen niet dezelfde benadering van de stad toepassen in het binnenland.” De consultatieronde is daarom van groot belang.

De bewindsman heeft er vertrouwen in dat de commissie goed werk zal doen. Hij sprak van ervaren technocraten die nauwgezet en weloverwogen gekozen zitting nemen. Volgens de bewindsman is de ervaring op het gebied van ruimtelijke ordening een grote uitdaging.

“Ruimtelijke ordening in Suriname heeft tot nu toe zeer fragmentarisch plaatsgevonden, niet echt gecoördineerd en het resultaat zien we in ons woongebied: overstromingen, verstoppingen en feit dat enkele uitdagingen maken dat onze stad onproductief is”, aldus de minister. Hij beloofde er alles aan te doen dat de pogingen om tot de wet te komen niet stranden.

Commissievoorzitter Kotzebu toonde zich ingenomen met het feit dat Spasu door het ministerie betrokken wordt in het beleid en dat de leden daarmee de vrijheid hebben deel te nemen in de gedachtegang op weg naar de ordening van de Surinaamse ruimte.

De commissie zal volgens hem rekening houden met alle aspecten die van toepassing zijn op het krijgen van een zo gezond mogelijk milieu.

Kotzebu noemde het een “heel grote eer om zo een pionierswerk te doen na voorgaande generaties”. Tevens merkte hij op, dat er in de stad patronen van ruimtelijke ordening waren uitgezet, maar die zijn gaan verwateren of een ander verloop hebben gehad.

Naast Kotzebue hebben ook Perry van Leesten, Sohrabali Kadirbaks (serretaris), Johan Martinus, Femia Wesenhagen en Angelika Namdar zitting in de werkgroep.

Dit bericht is afkomstig van GFC Nieuws. Bekijk het oorspronkelijke bericht hier.