Aan de Heiligenweg werd woensdag het levend verbranden van de slaven Cojo, Mentor en Present herdacht door de Feydrasi Fu Afrikan Srananman (FAS). In 1833 werden deze 3 slaven samen met 6 anderen terecht gesteld. “Voor het eerst in de geschiedenis van Suriname werden toen mensen als straf levend verbrand”, vertelde de voorzitter van de FAS, Iwan Wijngaarde.

De stichting plaatste op de plek waar het gebeurde in het jaar 2000 een gedenksteen en bracht woensdag een bloemenhulde ter nagedachtenis.

Veel bewoners uit de stad moeten zich volgens overleveringen verzameld hebben aan de Heiligenweg om getuige te zijn van de straf nadat in de nacht van 3 op 4 september 1832 een grote brand woedde in Paramaribo. 46 woon- en pakhuizen en 13 gebouwen moesten het ontgelden door deze vuurzee. Cojo, Mentor en Present werden levend verbrand, 6 anderen kregen andere straffen.

Iwan Wijngaarde zegt, dat al deze momenten van verzet in de Surinaamse geschiedenis ervoor hebben gezorgd, dat de slavernij in 1863 werd afgeschaft. “Het is belangrijk dat wij bij dit soort momenten van onze geschiedenis stilstaan zodat wij weten dat er vanwege onrecht verzet is gepleegd omdat er geen andere mogelijkheden waren”, zei hij eerder. 

Wijngaarde zei tijdens de herdenking dat hij hoopt, dat dit stuk geschiedenis beter wordt uitgedragen in de samenleving. Zowel op school, maar ook door anderen, zodat er meer bewustwording is over het verleden.

RB

Dit bericht is afkomstig van Dagblad Suriname. Bekijk het oorspronkelijke bericht hier.